Probleem 1
1. Welke neo-corticale gebieden zijn er betrokken bij het produceren van
bewegingen en wat voor rol spelen zij hierbij?
2. Hoe staan bewegingsstoornissen en de basale ganglia in relatie tot elkaar?
3. ‘Jan heeft elke ochtend veel moeite met aankleden, zijn verzorgster treft
hem regelmatig aan met zijn sokken over zijn schoenen en zijn hemd over
zijn trui. Els heeft ook moeite met aankleden, hoewel zij wel kan bedenken
hoe het zou moeten, lukt het haar niet om het uit te voeren. Wanneer haar
verzorgster het voor doet, lukt het Els nog steeds niet.’
a. Van wat voor soort apraxie heeft Jan last, wat houdt dit in?
b. Van wat voor soort apraxie heeft Els last, wat houdt dit in?
4. ‘De neuroloog raakt een patiënt aan op haar arm. De patiënt heeft een
volledige anesthesie aan de rechterkant van haar lichaam en merkt deze
aanraking niet op. Wanneer de arts haar vraagt waar ze aangeraakt werd,
kan ze het wel aanwijzen.’
a. Hoe kan het dat wanneer patiënten een visuele vermindering
hebben, toch vaak de locatie van een visuele stimulus kunnen
identificeren terwijl ze zeggen het niet te zien?
5. ‘Eric heeft een paar weken terug een beroerte gehad, dit heeft zijn rechter
hemisfeer flink beschadigd. Sindsdien lijkt hij objecten in zijn linker visuele
veld compleet te negeren.’
a. Welke stoornis is het meest waarschijnlijk bij Eric?
b. Hoe kan een prismabril bijdragen aan zijn herstel?
6. Welke vormen van object agnosie worden onderscheden van elkaar?
a. Noem bij elk een voorbeeld.
, 7. Wat is het Balint’s syndroom?
a. Wat voor behandelingen zijn hiervoor en welke zou je zelf
toepassen?
8. Vul de breingebieden die hieronder staan aangegeven in.
Probleem 2
9. Er zijn veel symptomen geassocieerd met schade aan de temporale
kwabben. Noem er hier twee van op en beschrijf deze.
10.Voor de lokalisatie van taal zijn ventrale en dorsale paden betrokken. Wat
zijn de overeenkomsten en verschillen tussen deze paden?
11.‘Jasper begrijpt goed wat anderen zeggen, zelf heeft hij moeite met het
produceren van spraak en zegt vaak maar één woord tegelijk. Lisa heeft
daarentegen geen probleem met het produceren van spraak, echter gaat
het hierbij vaak om een soort woorden salade met incoherente zinnen. Ze
begrijpt niet goed wat anderen zeggen’
a. Van welke soort afasie heeft Jasper last en in welk deel van het brein
bevindt dit zich?