Opdracht reflecteren
LOI Hogeschool – Sociaal werk
Aline Bredewold
,Inhoudsopgave
Onderdeel 1 Doelenboom........................................................................................................................................2
1.1 Clientbeschrijving..........................................................................................................................................2
1.1 Hoofddoelen en werkdoelen...........................................................................................................................3
1.3 gespreksverslag..............................................................................................................................................5
Onderdeel 2: Rapportage.......................................................................................................................................6
2.2 Onderbouwing................................................................................................................................................6
2.2 Kaders en protocollen....................................................................................................................................7
Onderdeel 3: Mondelinge overdracht....................................................................................................................8
3.1 Uitgewerkte (mondelinge) overdacht.............................................................................................................8
3.2 ingezette gesprekstechnieken.........................................................................................................................9
3.3 STARRT-reflectie op eigen overdracht........................................................................................................10
Bibliografie.............................................................................................................................................................11
, Onderdeel 1 Doelenboom
1.1 Clientbeschrijving
V. is een 35-jarige vrouw met het syndroom van Down en een licht verstandelijke beperking
(ZZP 4)1. V. is sociaal kwetsbaar en heeft moeite met het inschatten van haar eigen
capaciteiten en het zelfstandig uitvoeren van dagelijkse taken.
Woonsituatie: V. woont sinds 10 jaar in een beschermde woonomgeving bij [ORGANISATIE]
in Apeldoorn, waar zij in een gedeelde woning verblijft met elf andere cliënten. Ze heeft een
eigen kamer, maar deelt gemeenschappelijke ruimtes zoals de woonkamer, keuken en
badkamer met haar huisgenoten. De woonomgeving biedt V. een veilige plek, waar zij
begeleid wordt in haar dagelijkse activiteiten en het behalen van haar
zelfstandigheidsdoelen. Er is 24-uurs begeleiding aanwezig, en V. krijgt ondersteuning bij het
uitvoeren van haar dagelijkse taken, zoals huishoudelijke activiteiten en persoonlijke
verzorging. (bron: [ORGANISATIE])
Netwerk: V. werkt een dag per week in een ouderencentrum, waar ze vrijwilligerswerk
verricht. Daarnaast werkt ze twee dagen per week in de horeca en volgt ze één dag per week
een educatief programma binnen [ORGANISATIE]. In haar vrije tijd doet ze aan hockey en
houdt ze van kleuren, zingen en lezen. V. heeft een warme band met haar familie,
waaronder haar ouders, die betrokken en liefdevol zijn. Haar moeder is tevens haar
wettelijke vertegenwoordiger en verantwoordelijk voor haar financiën.
Hulpaanbod: V. maakt gebruik van het begeleidingsaanbod van [ORGANISATIE], wat
specifiek gericht is op het bevorderen van zelfstandigheid en het vergroten van
zelfredzaamheid. Dit aanbod bestaat uit persoonlijke begeleiding bij dagelijkse activiteiten
zoals het schoonmaken van haar kamer, het uitvoeren van haar ochtendroutine, en het leren
omgaan met sociale interacties. Daarnaast krijgt V. ondersteuning bij het volgen van een
stappenplan voor huishoudelijke taken, waarbij ze visuele hulpmiddelen, zoals picto’s, en
een stickersysteem gebruikt om haar voortgang bij te houden en te stimuleren. De
begeleiding richt zich daarnaast op het versterken van haar sociale vaardigheden en het
verbeteren van haar communicatie.
Diagnose en psychosociale problematiek: haar sociaal-emotionele ontwikkeling (SEO) ligt
rond 5 jaar, en ze heeft moeite met eerlijkheid, persoonlijke hygiëne, en zelfstandig
huishoudelijke taken uitvoeren. V. wil graag zelfstandig taken uitvoeren, maar heeft
begeleiding nodig om dit gestructureerd te doen. V. heeft daarnaast soms last van angstige
gedachten en een lage zelfwaardering, wat haar zelfstandigheid belemmert. Ze is geneigd
haar eigen vaardigheden te overschatten en zoekt daardoor niet altijd hulp wanneer dat
nodig is, wat leidt tot frustratie en weerstand bij het ontvangen van feedback. Haar
communicatie is vaak defensief wanneer ze geconfronteerd wordt met opbouwende kritiek,
en ze heeft moeite met het accepteren van aanwijzingen, vooral wanneer ze het gevoel
heeft haar doelen niet te behalen2.
1
Voor dit verslag heb ik de gegevens van Cliënt V. bestudeerd vanuit het WWW-plan (het zorgplan) die [ORGANISATIE]
hanteert voor haar cliënten.
2
Bron afkomstig van Zilliz (Cliëntvolgsysteem) en niet publiek toegankelijk.