CEL- EN WEEFSELBIOLOGIE: 1e Bachelor Farmaceutische
Wetenschappen 2020 - 2021
DEEL I: INLEIDING TOT DE CELBIOLOGIE
1. Ontstaan van eukaryote cellen ……………………………………………………………………………………………..2
2. Chemische bouwstenen van cellen ……………………………………………………………………………………….2
3. Energiehuishouding in de cel ………………………………………………………………………………………………..3
4. Enzymen: algemene principes ………………………………………………………………………………………………4
5. Methoden voor de studie van cellen en hun componenten ………………………………………………….4
6. De eukaryote dierlijke cel ……………………………………………………………………………………………………..5
DEEL II: INLEIDING TOT DE HISTOLOGIE (WEEFSELLEER)
1. Epitheel ……………………………………………………………………………………………………………………………….19
2. Bindweefsel …………………………………………………………………………………………………………………………21
3. Bloed …………………………………………………………………………………………………………………………………..26
4. Immuunsysteem …………………………………………………………………………………………………………………28
5. Spierweefsel ……………………………………………………………………………………………………………….………31
6. Zenuwweefsel …………………………………………………………………………………………………………………….33
DEEL III: ONTWIKKELINGSBIOLOGIE
1. Ontwikkeling van het genitaal stelsel ………………………………………………………………………………….38
2. Gametogenese ……………………………………………………………………………………………………………………39
3. Bevruchting …………………………………………………………………………………………………………………………40
4. Klieving …………………………………………………………………………………………………………………………….…40
5. Gastrulatie en kiembladvorming …………………………………………………………………………………………41
6. Bestemming van het ectoderm ……………………………………………………………………………………………42
7. Bestemming van de neutrale kammen ………………………………………………………………….…………….42
8. Bestemming van het mesoderm ………………………………………………………………………………………….42
9. Bestemming van het endoderm …………………………………………………………………………………….……42
10. Determinatie en differentiatie van cellen …………………………………………………………………………...43
11. Differentiële genexpressie – kloneren …………………………………………………………………………………43
12. Organisatie van cellen in weefsels en organen ……………………………………………………………………43
13. Determinatie van het geslacht ……………………………………………………………………………………………43
1
, DEEL I: INLEIDING TOT DE CELBIOLOGIE
1. Ontstaan van eukaryote cellen
▪ 1e organismen: foto-autotrofie: productie eigen voedsel heterotrofie
< fotosynthese: nCO2 + nH2O + Ezonlicht → (CH2O)n + nO2
▪ Prokaryoten: archaea & bacteria Eukaryoten
* Geen kern: DNA (cirkelvormig chromosoom) los in de cel * Kern met chromosomen
* CM en celwand * CM
* Eéncellig * Eén/meercellig
* Niet gecompartimenteerd * Organellen
* Deling door doorsnoering * Deling mitose/meiose
Eukaryote cellen:
- Groter V door interne cytomembranen waaronder de kernenvelop (kernmembraan) met DNA.
- Cytoskelet met bijhorende motorische systemen → celcompartimentering en spontane beweging.
- Organisatie genoom & ruimtelijke scheiding van transcriptie en transitie → diversificatie.
- Mitochondria, peroxisomen & plastiden (planten) → interiorisatie respiratie & energieproductie.
2. Chemische bouwstenen van cellen
Aminozuur:
▪ Eiwitten = proteïnen < AZ
- Korte ketens = peptiden H
- Langere ketens = polypeptiden H2N ---- C ---- COOH
- Residu = individueel AZ in keten
R
Primaire structuur
Opvouwing gelokaliseerde secundaire -------------------→ tertiaire → quaternaire
gedeelten polypeptideketen
Conformatie: spontaan, soms bijgestaan
door moleculaire chaperones
Denaturatie = verbreken natuurlijke conformatie. renaturatie
Uiteinden keten AZ < N-terminale = aminogroep; C-terminale = carboxylgroep.
2
, ▪ Nucleïnezuren
▪ Polysachariden
< Monosachariden = koolhydraten bv. glucose
- Disachariden bv. lactose, maltose, sucrose
- Polysachariden bv. glycogeen, zetmeel, cellulose
* Glycoproteïnen = eiwitten + covalent gebonden koolhydraatketens
* Proteoglycanen = eiwit + koolhydraat met gespecialiseerde polysacharideketens
= glycosaminoglycanen = GAGs
▪ Vetten = lipiden
1) Vetzuren: CH-keten + COOH: verzadigd/onverzadigd
2) Triglyceriden = triacylglycerols: glycerol + 3 vetzuurketens
3) Fosfolipiden: fosfoglyceriden & sfingolipiden
4) Glycolipiden: vgl. fosfolipiden met koolhydraat- i.p.v. fosfaatgroep
5) Steroïden: belangrijk = cholesterol (uitgangspt. steroïde hormonen)
6) Terpenen
3. Energiehuishouding in de cel
Cel heeft nodig: energie + ch. bouwstenen < foto/chemotrofen
Metabolisme = geheel alle ch. reacties in cel
- Anabolisme: bij synthese celcomponenten → vergen E
- Katabolisme: bij afbraak celcomponenten → geven E vrij
hydrolyse
Molecule voor stockage E = ATP (adenosine trifosfaat) ---→ ADP + fosfaatgroep
ATP + H2O ADP + Pi + 2H+
Aërobe respiratie = (cel)respiratie = volledige oxidatie van glucose in CO2 en H2O in de aanwezigheid
van O2 (= elektronenacceptor) = gehele afbraak: alle E vrijgegeven.
Glycolyse = afbraak van glucose; vorm van fermentatie: partieel afbreken moleculen ter vrijstelling
deel van E in anaërobe omstandigheden. Elektronenacceptor = organische molecule.
3
, 4. Enzymen: algemene principes
= katalysatoren van een reactie: bevordert chemische verandering v substraat, waar ze aan bindt.
Actieve plaats enzym: 2 gebieden < binding substraat + katalyseren reactie. Meeste enzymen =
eiwitten, sommige < RNA = ribozymen.
Eigenschappen katalysatoren:
Verhoging reactiesnelheid door verlagen activatie-E.
Vorming tijdelijk complex met substraat en binden hierop voor makkelijke interactie.
Veranderen enkel snelheid evenwicht, niet positie.
Kenmerken enzymen:
Substraat-specificiteit
Diversiteit
Temperatuur- & pH-gevoelig
5. Methoden voor studie van cellen en hun componenten
▪ Cytologie: cellulaire structuur → visualisatie-technieken
- LM = lichtmicroscoop
- EM = elektronenmicroscoop: TEM (plakjes) en SEM (oppervlak)
▪ Biochemie: functies
- Scheiden bestanddelen: subcellulaire fractionatie
- Chromatografie
- Elektroforese (kolom); gel-elektroforese
▪ Genetica: infostroom & overerfbaarheid
- Scheiding DNA- moleculen en fragmenten
- Hybridisatie v nucleïnezuren
- Recombinant DNA technologie
- Bio-informatica: analyse datasets < DNA sequenering
→ In vitro (in cultuur) in vivo in silico (computer-analyses)
→ Modelorganismen: labo’s < gemakkelijk te kweken & manipuleren + goed gekarakteriseerd.
4
Wetenschappen 2020 - 2021
DEEL I: INLEIDING TOT DE CELBIOLOGIE
1. Ontstaan van eukaryote cellen ……………………………………………………………………………………………..2
2. Chemische bouwstenen van cellen ……………………………………………………………………………………….2
3. Energiehuishouding in de cel ………………………………………………………………………………………………..3
4. Enzymen: algemene principes ………………………………………………………………………………………………4
5. Methoden voor de studie van cellen en hun componenten ………………………………………………….4
6. De eukaryote dierlijke cel ……………………………………………………………………………………………………..5
DEEL II: INLEIDING TOT DE HISTOLOGIE (WEEFSELLEER)
1. Epitheel ……………………………………………………………………………………………………………………………….19
2. Bindweefsel …………………………………………………………………………………………………………………………21
3. Bloed …………………………………………………………………………………………………………………………………..26
4. Immuunsysteem …………………………………………………………………………………………………………………28
5. Spierweefsel ……………………………………………………………………………………………………………….………31
6. Zenuwweefsel …………………………………………………………………………………………………………………….33
DEEL III: ONTWIKKELINGSBIOLOGIE
1. Ontwikkeling van het genitaal stelsel ………………………………………………………………………………….38
2. Gametogenese ……………………………………………………………………………………………………………………39
3. Bevruchting …………………………………………………………………………………………………………………………40
4. Klieving …………………………………………………………………………………………………………………………….…40
5. Gastrulatie en kiembladvorming …………………………………………………………………………………………41
6. Bestemming van het ectoderm ……………………………………………………………………………………………42
7. Bestemming van de neutrale kammen ………………………………………………………………….…………….42
8. Bestemming van het mesoderm ………………………………………………………………………………………….42
9. Bestemming van het endoderm …………………………………………………………………………………….……42
10. Determinatie en differentiatie van cellen …………………………………………………………………………...43
11. Differentiële genexpressie – kloneren …………………………………………………………………………………43
12. Organisatie van cellen in weefsels en organen ……………………………………………………………………43
13. Determinatie van het geslacht ……………………………………………………………………………………………43
1
, DEEL I: INLEIDING TOT DE CELBIOLOGIE
1. Ontstaan van eukaryote cellen
▪ 1e organismen: foto-autotrofie: productie eigen voedsel heterotrofie
< fotosynthese: nCO2 + nH2O + Ezonlicht → (CH2O)n + nO2
▪ Prokaryoten: archaea & bacteria Eukaryoten
* Geen kern: DNA (cirkelvormig chromosoom) los in de cel * Kern met chromosomen
* CM en celwand * CM
* Eéncellig * Eén/meercellig
* Niet gecompartimenteerd * Organellen
* Deling door doorsnoering * Deling mitose/meiose
Eukaryote cellen:
- Groter V door interne cytomembranen waaronder de kernenvelop (kernmembraan) met DNA.
- Cytoskelet met bijhorende motorische systemen → celcompartimentering en spontane beweging.
- Organisatie genoom & ruimtelijke scheiding van transcriptie en transitie → diversificatie.
- Mitochondria, peroxisomen & plastiden (planten) → interiorisatie respiratie & energieproductie.
2. Chemische bouwstenen van cellen
Aminozuur:
▪ Eiwitten = proteïnen < AZ
- Korte ketens = peptiden H
- Langere ketens = polypeptiden H2N ---- C ---- COOH
- Residu = individueel AZ in keten
R
Primaire structuur
Opvouwing gelokaliseerde secundaire -------------------→ tertiaire → quaternaire
gedeelten polypeptideketen
Conformatie: spontaan, soms bijgestaan
door moleculaire chaperones
Denaturatie = verbreken natuurlijke conformatie. renaturatie
Uiteinden keten AZ < N-terminale = aminogroep; C-terminale = carboxylgroep.
2
, ▪ Nucleïnezuren
▪ Polysachariden
< Monosachariden = koolhydraten bv. glucose
- Disachariden bv. lactose, maltose, sucrose
- Polysachariden bv. glycogeen, zetmeel, cellulose
* Glycoproteïnen = eiwitten + covalent gebonden koolhydraatketens
* Proteoglycanen = eiwit + koolhydraat met gespecialiseerde polysacharideketens
= glycosaminoglycanen = GAGs
▪ Vetten = lipiden
1) Vetzuren: CH-keten + COOH: verzadigd/onverzadigd
2) Triglyceriden = triacylglycerols: glycerol + 3 vetzuurketens
3) Fosfolipiden: fosfoglyceriden & sfingolipiden
4) Glycolipiden: vgl. fosfolipiden met koolhydraat- i.p.v. fosfaatgroep
5) Steroïden: belangrijk = cholesterol (uitgangspt. steroïde hormonen)
6) Terpenen
3. Energiehuishouding in de cel
Cel heeft nodig: energie + ch. bouwstenen < foto/chemotrofen
Metabolisme = geheel alle ch. reacties in cel
- Anabolisme: bij synthese celcomponenten → vergen E
- Katabolisme: bij afbraak celcomponenten → geven E vrij
hydrolyse
Molecule voor stockage E = ATP (adenosine trifosfaat) ---→ ADP + fosfaatgroep
ATP + H2O ADP + Pi + 2H+
Aërobe respiratie = (cel)respiratie = volledige oxidatie van glucose in CO2 en H2O in de aanwezigheid
van O2 (= elektronenacceptor) = gehele afbraak: alle E vrijgegeven.
Glycolyse = afbraak van glucose; vorm van fermentatie: partieel afbreken moleculen ter vrijstelling
deel van E in anaërobe omstandigheden. Elektronenacceptor = organische molecule.
3
, 4. Enzymen: algemene principes
= katalysatoren van een reactie: bevordert chemische verandering v substraat, waar ze aan bindt.
Actieve plaats enzym: 2 gebieden < binding substraat + katalyseren reactie. Meeste enzymen =
eiwitten, sommige < RNA = ribozymen.
Eigenschappen katalysatoren:
Verhoging reactiesnelheid door verlagen activatie-E.
Vorming tijdelijk complex met substraat en binden hierop voor makkelijke interactie.
Veranderen enkel snelheid evenwicht, niet positie.
Kenmerken enzymen:
Substraat-specificiteit
Diversiteit
Temperatuur- & pH-gevoelig
5. Methoden voor studie van cellen en hun componenten
▪ Cytologie: cellulaire structuur → visualisatie-technieken
- LM = lichtmicroscoop
- EM = elektronenmicroscoop: TEM (plakjes) en SEM (oppervlak)
▪ Biochemie: functies
- Scheiden bestanddelen: subcellulaire fractionatie
- Chromatografie
- Elektroforese (kolom); gel-elektroforese
▪ Genetica: infostroom & overerfbaarheid
- Scheiding DNA- moleculen en fragmenten
- Hybridisatie v nucleïnezuren
- Recombinant DNA technologie
- Bio-informatica: analyse datasets < DNA sequenering
→ In vitro (in cultuur) in vivo in silico (computer-analyses)
→ Modelorganismen: labo’s < gemakkelijk te kweken & manipuleren + goed gekarakteriseerd.
4