HC1 Graded Activity
Operante conditionering
- Positieve bekrachtiging
Gedrag leidt tot iets aangenaams
- Negatieve bekrachtiging/ straf
Gedrag leidt tot het verdwijnen of uitblijven van iets onaangenaams
- Positieve straf
Gedrag leidt tot iets onaangenaams
- Negatieve straf
Gedrag leidt tot het verdwijnen of uitblijven van iets aangenaams
Pijn als straf én bekrachtiger
Pijn is een belangrijke reinforcer (versterker)
1) Actief zijn neemt af
2) Zitten neemt toe
- Gezond gedrag afgeleerd:
Werken leidt tot pijn (positieve straf)
Pijn leidt tot aandacht omgeving (positieve bekrachtiging)
Pijn leidt tot ontheffing van vervelende taken
(negatieve bekrachtiging)
- Ongezond gedrag aangeleerd
Rusten leidt tot pijnvermindering (negatieve
bekrachtiging)
1. Vermijden van werk
2. Steeds meer rusten Pijncontingent handelen
Tijd-contingent wil zeggen dat de duur van de
oefening vooraf vastgesteld is en niet bepaald
wordt door de ernst van de pijn (=pijncontingent).
Graded activity
Een integratieve, gestructureerde behandelvorm,
gebaseerd op cognitieve en gedragsmatige
leertheorieën gericht op het gradueel opbouwen
van activiteiten volgens een tijdcontingent
schema, waarbij de patiënt leert zelfstandig zijn
activiteitenniveau op te bouwen en te handhaven
(Köke et al, 2007)
Veel gebruikte en onderzochte methode om proces te keren
- Positief bekrachtigen gezond (actief) gedrag
- Extinctie ongezond (passief) gedrag
- Tijdcontingent functioneren
- Effectiviteit voor actieve aanpak aangetoond
, Graded activity
Doelgroepen
- Oorspronkelijke chronische pijn: CLRP
- Nu meer toepassingen
MUPS/SOLK, whiplash, enkelblessure etc., FMS
Onderbelasters Overbelasters
Vermijders (pain avoiders) Volharders/ Persisteerders
- Mensen met verminderd beweeggedrag - Doorgaan ondanks pijn (pain persistent)
- Mensen die veel rusten - Chronische klachten door overbelasten
- Mensen die te voorzichtig bewegen - Mensen die te snel willen na operatie of blessure
- Vertraagd herstel na operatie/ blessure
De stappen
Stap 1: Probleeminventarisatie
- Kennismaking /Anamnese
- SCEGS (BioPsychoSociaal model)
S: pijnintensiteit komt niet overeen met beperking in mobiliteit rug
C: catastroferende cognities – dysfunctioneel
E: teleurstelling, frustratie, verdriet, angst
G: passief – veel rusten, vermijden van activiteiten
S: niet werken, omgeving bekrachtigt passieve gedrag
- Inschatten van motivatie
- Hulpmiddelen, klinimetrie
Stap 2: Probleemanalyse
- Fysiotherapeutische WerkDiagnose (bio-psycho-sociaal)
- Klinisch redeneren
- Behandelmogelijkheid
Stap 3: Educatie
- Bespreken van cognities en emoties
- Uitleg Pijngevolgen model
- Sensitisatie: wat is het en hoe werkt het
- Uitleg aanpak GA en waarom- staat pt daar voor open?
- Uitleg Tijdcontingent
afspraak: houden aan schema
= niet méér doen als je je goed voelt + = niet mínder doen als je je slecht voel
Stap 4: Activiteiten kiezen
- Cruciaal: de patiënt kiest zelf een activiteit die voor hem/haar waardevol/zinvol is
Stap 5: startniveau vaststellen
Stap 6: Doel en opbouw bepalen
Stap 7: Uitvoeren opbouwschema
1. Patiënt voert opdrachten uit 4.Gebruik schema als bekrachtiging.
2. Patiënt houdt zelf schema bij 5.Zoek beloning / bekrachtiging
3. Regelmatig contact therapeut 6.Betrek partner / naasten / omgeving