Onderzoeksmethoden II
Leerdoelen:
Studenten analyseren probleem en adviesvraag van de opdrachtgever en onderscheiden
probleemstelling, doelstelling van het (toegepast psychologische) onderzoek en de
onderzoeksvragen.
Studenten leggen uit hoe de probleemanalyse, de onderzoeksopzet en de wijze van
gegevensverzameling samenhangen en de gegevensverwerking bepalen.
Studenten leggen uit welk onderzoeksdesign, welke steekproef en gegevensverzameling
het beste aansluiten in de specifieke situatie van de opdrachtgever.
Student gebruikt relevante zoektermen en databases om een literatuuronderzoek uit te
voeren.
Student onderscheidt tussen hype en evidence-based informatie bij het op waarde
schatten van bronnen.
Student legt verbanden tussen bronnen en discussieert tegenstrijdigheden in de
literatuur.
Student onderbouwd de (keuze voor de) manier van data-verzamelen.
Student analyseert kwantitatieve en(?) kwalitatieve gegevens en rapport de uitkomsten
conform APA.
Student verantwoordt de eigen keuzen ten opzichte van de ‘Gedragscode praktijkgericht
onderzoek voor het hbo.
!! TIP !!
De begrippen kun je makkelijk invoeren op quizlet. Je drukt op nieuwe set importeren. En dan
bij de opties vul je in:
Tussen term en definitie (gebruikersspecifiek): ;
Tussen kaarten: nieuwe regel
1
,Stappen voor het onderzoeksvoorstel
Probleemanalyse
1. Aanleiding [6W-methode]
2. Doelstelling/ adviesvraag
3. Onderzoeksvraag (ook wel vraagstelling)
Onderzoeksopzet
4. Type onderzoeksvraag?
5. Kwalitatief of kwanitatief onderzoek
6. Respondenten/steekproef (hfst 10: verschil kwalitatief vs kwantitatief?)
7. Operationalisatie
Dataverzameling
8. Meetinstrument (als gevolg van operationalisatie, mate van structuur)
9. Procedure: verspreiden en afnemen
Data-analyse
10. Analyse plan maken
Rapportage
Hoef je niet te kennen voor het tentamen
2
,Probleemanalyse
1. Aanleiding [6W-methode]
2. Doelstelling/ adviesvraag
3. Onderzoeksvraag (ook wel vraagstelling)
1. Aanleiding [6W-methode]
Wat is het probleem?
Wie heeft het probleem?
o Of bij wie berust het probleem? Je gaat na wie er bij het probleem betrokken is.
Wanneer is het probleem ontstaan?
o Een tijdsbepaling.
Waarom is het een probleem?
o Probeer de daadwerkelijke reden voor het onderwerp te achterhalen. Geen
dubbele bodems, verborgen agenda’s en doelstellingen.
Waar doet het probleem zich voor?
o Zijn bepaalde aspecten van het probleem belangrijker dan andere, zijn er
bepaalde probleemgebieden aan te wijzen?
Waardoor ontstaat het probleem?
o Wat is de aanleiding? Waarom is het onderzoek nodig?
2. Doelstelling/ adviesvraag
Doelstelling = adviesvraag.
Een makkelijke manier om de doelstelling/adviesvraag op te stellen is om te beginnen met ‘hoe
krijgen we het voor elkaar dat…?’.
Doelstelling; het doel, de functie van het onderzoek, voor onderzoeker én organisatie of
opdrachtgever.
3. Onderzoeksvraag
Onderzoeksvraag = probleemstelling
De onderzoeksvraag hoeft niet per se het hele probleem te dekken. De onderzoeksvraag moet
afgebakend worden en specifiek zijn.
Probleemstelling; De centrale vraag die je met je onderzoek wil beantwoorden.
3
, Onderzoeksopzet
4. Type onderzoeksvraag?
5. Kwalitatief of kwantitatief onderzoek
6. Respondenten/steekproef (hfst 10: verschil kwalitatief vs kwantitatief?)
7. Operationalisatie
4. Type onderzoeksvraag?
Er zijn 3 type onderzoeken:
Beschrijvend
Verkennend
Toetsend
Beschrijvend onderzoek
Onderzoek waarbij het gaat om de registratie en systematische ordening van wat zich voordoet
op een bepaald gebied, en waarbij niet wordt gestreefd naar de ontwikkeling van een theorie of
het formuleren van een hypothese.
Kwantitatief:
Frequentievragen
Kwalitatief:
Casestudies
Kenmerken:
Stand van zaken op bepaald terrein.
Frequentievragen: hoeveel en hoe vaak
Vaak kwantitatief
Voorbeelden:
Hoeveel Nederlanders hebben een dubbel paspoort?
In welke mate vinden klanten van internet provider X dit bedrijf op dit moment slecht
bereikbaar?
Hoe is het ontbijt van studenten samengesteld
Verkennend/ explorerend onderzoek
Trial-and-erroronderzoek waarbij wordt begonnen met vage veronderstellingen over de
werkelijkheid, met onscherp geformuleerde hypothesen of verwachtingen en geen van tevoren
vastgelegde werkwijze, om op die manier zo open mogelijk te staan voor de werkelijkheid en te
komen tot de ontwikkeling van hypothesen. (vaak kwalitatief onderzoek of case study)
Kenmerken:
Onderzoek naar samenhang (correlatie) tussen verschillende zaken.
Wat gebeurt er als… Hoe komt het dat…
Vaak als vooronderzoek voor een toetsend onderzoek
Voorbeelden:
Welk verband is er tussen salarishoogte en loyaliteit van werknemers bij
overheidsinstanties?
Welke invloed hebben slaaptabletten op het dagelijks leven van ouderen?
4