Bedrijfseconomie, belangrijk om te onthouden
Opbrengsten & kosten/ ontvangsten & uitgaven.
- Opbrengsten & kosten reken je toe aan een bepaalde periode.
- Ontvangsten & uitgaven reken je toe aan de periode waarin ze ook
daadwerkelijk gerealiseerd zijn.
Wat staat er op welke rekening.
- Op een balans staan je bezittingen & schulden, dit verschil is je
eigen vermogen.
- Op een resultaten rekening staan opbrengsten & kosten, dit verschil
is je de winst of verlies in een bepaalde periode. < ‘Word ik armer of
rijker?’
- Op een liquiditeitsbegroting staan de ontvangsten & uitgaven, dit
verschil heet de cashflow. < ‘Komen er euro’s in of gaan er euro’s
uit?’
Kosten, opbrengsten, uitgaven of ontvangsten ?
- Inkoop en aflossing zijn geen kosten.
- Rente is een kostenpost.
- Afschrijvingskosten zijn wel kosten maar geen uitgaven.
- Bij verkoop altijd een ‘X’ bij zowel kosten als opbrengsten, als het
kas wordt betaald ook nog bij ontvangsten.
- Zolang er geen verandering is in het eigen vermogen zijn er geen
kosten.
- Als je iets op rekening inkoopt moet nergens een ‘X’
Overige.
- Een balans moet altijd in balans zijn, je doet dit eventueel door het
overige bij het eigen vermogen op te doen.
- Van de winst krijgt de overheid belasting, de geldverschaffers
interest en wat dan nog overblijft is de daadwerkelijke winst.
- Altijd eerst bij de gegeven informatie bij zetten of het kosten,
opbrengsten, uitgaven of ontvangsten zijn zodat je sowieso alles op
de goede rekening zet.
- Vlottende activa zijn alle op de passiva kant behalve de inventaris.
- Crediteuren en te betalen interest is het kort vreemd vermogen.
- omzet 100%
Inkoopwaarde 75%
= Brutowinst 25%
Opbrengsten & kosten/ ontvangsten & uitgaven.
- Opbrengsten & kosten reken je toe aan een bepaalde periode.
- Ontvangsten & uitgaven reken je toe aan de periode waarin ze ook
daadwerkelijk gerealiseerd zijn.
Wat staat er op welke rekening.
- Op een balans staan je bezittingen & schulden, dit verschil is je
eigen vermogen.
- Op een resultaten rekening staan opbrengsten & kosten, dit verschil
is je de winst of verlies in een bepaalde periode. < ‘Word ik armer of
rijker?’
- Op een liquiditeitsbegroting staan de ontvangsten & uitgaven, dit
verschil heet de cashflow. < ‘Komen er euro’s in of gaan er euro’s
uit?’
Kosten, opbrengsten, uitgaven of ontvangsten ?
- Inkoop en aflossing zijn geen kosten.
- Rente is een kostenpost.
- Afschrijvingskosten zijn wel kosten maar geen uitgaven.
- Bij verkoop altijd een ‘X’ bij zowel kosten als opbrengsten, als het
kas wordt betaald ook nog bij ontvangsten.
- Zolang er geen verandering is in het eigen vermogen zijn er geen
kosten.
- Als je iets op rekening inkoopt moet nergens een ‘X’
Overige.
- Een balans moet altijd in balans zijn, je doet dit eventueel door het
overige bij het eigen vermogen op te doen.
- Van de winst krijgt de overheid belasting, de geldverschaffers
interest en wat dan nog overblijft is de daadwerkelijke winst.
- Altijd eerst bij de gegeven informatie bij zetten of het kosten,
opbrengsten, uitgaven of ontvangsten zijn zodat je sowieso alles op
de goede rekening zet.
- Vlottende activa zijn alle op de passiva kant behalve de inventaris.
- Crediteuren en te betalen interest is het kort vreemd vermogen.
- omzet 100%
Inkoopwaarde 75%
= Brutowinst 25%