Een kracht heeft een:
Groote
Richting
Aangrijpingspunt
De wetten van Newton vector
Beweging is onder andere te verklaren door
de wetten van Newton:
Wet 1
- Massa is traag
- Om snelheid te veranderen is een kracht van buitenaf nodig.
- De rolstoel komt dus niet in beweging als er netto geen kracht wordt uitgeoefend en
als het al rijdt verandert zijn snelheid niet als er geen nettokracht wordt uitgeoefend.
Wet 2
- Is er een resulterende kracht? Dan is er een snelheidsverandering. Resulterende
kracht = nettokracht.
- Je krijgt de rolstoel pas in beweging als de duwkracht groter is dan de krachten die
rolstoel tegen houden en de mate van de snelheidsverandering wordt bepaald door
de hoeveelheid kracht die op het voorwerp wordt uitgeoefend.
- Grootte van de nettokracht is afhankelijk van:
Grootte van de versnelling
Massa van het voorwerp
- Dit geven we weer in F = m * a
F = grootte nettokracht (N)
m = massa (kg)
a = versnelling (m/s2)
- Er is een speciale formule voor de zwaartekracht deze is Fz = m * g, hierbij is de g de
valversnelling op de aarde met de constante waarde van 9,81 m/s 2
Als beide personen evenveel kracht leveren in tegengestelde richting heffen de krachten elkaar
op. Rolstoel blijft stilstaan.
Tegenwerkende krachten
Niet allleen degene die duwt levert kracht op een rolstoel maar ook:
De wind
De ondergrond
De hardheid van de band
De belangrijkste tegenwerkende kracht bij een rolstoel is de wrijvingskracht, oftewel de
rolweerstand van de wielen op de ondergrond. Deze tegenwerkende kracht is de weerstand die het
ene object, namelijk de wielen op het andere object, namelijk de grond uitoefent als ze langs elkaar
heen schuiven. De kracht leidt tot een versnelling maar dan in tegengestelde richting van de
beweging. Eigenlijk is er dus een vertraging.
De wrijvingskracht is afhankelijk van:
, De ruwheid van het oppervlak = wrijvingscoëfficiënt hoi ik ben kim
De kracht waarmee het voorwerp tegen het oppervlak wordt gedrukt. Als er een persoon in
zit meer massa meer kracht op de grond grotere wrijvingskracht grotere
tegengestelde kracht meer vertraging.
Zwaartekracht
Duw je een rolstoel de helling op dan kost dat veel
duwkracht, een helling af gaat juist heel makkelijk. Dat heeft
te maken met de zwaartekracht. Zwaartekracht is altijd zwaartekracht
loodrecht naar beneden, op een rechte vloer duwt de
zwaartekracht de rolstoel op de ondergrond. Wanneer je een
helling opgaat dan is er niet alleen een kracht die de
rolstoelop de ondergrond drukt maar ook die de rolstoel van
de helling af willen duwen. Diezelfde kracht werkt je ytegen
als je de rolstoel een helling opduwt, maar als je de rolstoel
loslaat rol diezelfde helling af door de zwaartekracht.
Momenten
Naast bewegingen rechtdoor kan er ook sprake zijn van
draaibewegingen = rotaties. Die bewegingen vinden altijd
plaats om een bepaald draai- of rotatiepunt heen. Dit punt
waar het omheen draait heet het massamiddelpunt, het
punt waar de zwaartekracht aangrijpt. Bij een rolstoel zijn
de voorwielen de rotatiepunten. Als je duwt in de richting
die niet op dezelfde lijn ligt als het rotatiepunt zal er een
F rotatie optreden. We noemen dit een moment, de grootte
van het moment is gelijk aan de grootte van de kracht maal
de kortste afstand van de werklijn van de kracht:
d M= F * d
M = grootte moment (Nm)
F = grootte kracht (N)
d = kortste afstand (m) ( afstand tussen kracht dus het
aangrijpingspunt en rotatiepunt)
Dit gebeurt niet als je met twee handen duwt. In dat geval
Rotatiepunt heft het moment naar het moment recht op =
momentenevenwicht. Momenten gebruik je bijvoorbeeld:
Bij het kantelen van de rolstoel om een stoep op te gaan
Maar ook bij de stoep afgaan
Krachten kun je ook nog gebruiken bij
Het rijden van een bed
Gebruik van een tillift
Lopen met een wandelstok
Steunvlak