Inleiding
Kernvisie cognitieve therapie = dat verandering van een gedachte
het gevoel en gedrag verandert. Client leert zijn eigen opvattingen
nauwkeurig waar te nemen als ze opkomen, ze kritisch te beoordelen en
waar nodig te wijzigen in realistische en functionelere opvattingen.
Gedachtenschema: helpt disfunctionele opvattingen te
achterhalen en biedt mogelijkheid deze opvattingen te wijzigen in
nieuwe functionelere overtuigingen.
Gedachtenschema bestaat uit 5 rubrieken:
- Probleemsituatie
- Problematische gevoel
- Automatische gedachten
- De ‘uitdaging’ (kritisch onderzoek van de opvatting)
- Realistisch alternatief.
- Extra: argumenten voor
- Extra: argumenten tegen
Voordeel van de argumenten voor en tegen is dat het onderzoek naar het
realistisch gehalte van een gedachte of opvatting grondiger en
overtuigender is. De uiteindelijk te formuleren realistische gedachte of
opvatting is gevoelsmatig geloofwaardiger. Het levert vaak nuttige
aanvullende informatie op. De therapeut kan zich daardoor beter
verplaatsen in de cliënt.
‘Hot thought’ is de gedachte die het meest verantwoordelijk is
voor het problematisch gevoel. Deze gedachte wordt de Belangrijkste
Automatische Negatieve Gedachte (BANG) genoemd. De BANG draagt
het meeste bij aan de heftigheid van de probleemsituatie. Door alleen de
BANG uit te dagen spitst het onderzoek zich toe op de cruciale
opvatting en wordt de werkwijze eenvoudiger en krachtiger.
Het gedachtenschema bestaat uit 2 delen. Het 1e deel is gericht op
registratie:
1. Wat is de problematische situatie geweest?
2. Welke negatieve gevoelens hebben daarbij een rol gespeeld?
3. Welke automatische gedachten zijn (mede)verantwoordelijk
geweest voor die gevoelens?
Afgesloten met selectie van de BANG.
2e gedeelte van gedachtenschema is gericht op de uitdaging van de
BANG. Er wordt gekeken welke argumenten voor en tegen de BANG
, pleiten. Er wordt dan een realistische en evenwichtige gedachte
(Evenwichtige Nieuwe Gedachte: ENG) geformuleerd. Er wordt
vastgesteld welk effect de ENG heeft op gevoelens van de cliënt.
Het gedachtenschema
Introductie van het gedachtenschema
Introductie van G-schema na eerste of tweede (intake)gesprek. Het G-
schema is een registratieopdracht, waarin duidelijk wordt wat de
frequentie is waarin het probleem zich voordoet en hoe de
probleemsituaties er precies uitzien.
Het G-schema is een verandering gerichte interventie, maar heeft ook een
inventariserende waarde. Er ontstaat relevante informatie voor de
hypothesevorming. In het schema wordt een recent, concreet voorbeeld
van een situatie beschreven waarin de kenmerkende problemen zich
voordoen.
Cliënt krijgt de instructie in het vervolg van de therapie zo volledig
mogelijk ingevulde G-schema’s mee te nemen.
In de 1e fase wordt ingegaan op de eerste drie stappen. Als de client in
staat is om BANG op te sporen, heeft het zin om aandacht te besteden aan
het kritisch onderzoeken ervan.
Praktische aanbevelingen:
- Laat de cliënt zelf schrijven, zodat client zelf direct ervaring op
doet en de drempel verlaagd om hiermee thuis zelf aan de slag te
gaan.
- Motiveer de client om altijd het G-schema mee te brengen, ook
al is het niet compleet of ‘goed’.
- Maak kopies zodat de therapeut later de onderliggende
opvattingen kan opsporen.
- Door af en toe G-schema’s terug te lezen, krijgt de cliënt
zicht op eigen vooruitgang.
Gebeurtenis
G-schema start met selectie van een situatie waarin de
problematiek zich heeft gemanifesteerd. Bij voorkeur een situatie
waarin alle relevante aspecten van gebruikelijke (disfunctionele)
reactiepatroon aanwezig zijn.
Er kunnen externe (bijv. kritiek krijgen) of interne (bijv. hartkloppingen)
aanleidingen zijn voor de probleemsituatie. Ook kunnen er gedachten en
beelden spontaan opkomen.
Er wordt ingezoomd op het cruciale moment. Aan de cliënt wordt