_________________________________________________________________________________________
Binnen een ruileconomie zijn er twee personen A & B.
Efficiëntie wordt gemaximeerd als MRSA = MRSB (als dit geldt dan kan een persoon niet beter of
slechter worden afgemaakt als de ander op vooruit gaat)
MRS = ratio waarbij goederen verhandeld worden en een individu niet beter of slechter afmaakt
• Hoeveel van goed Y is nodig om van goed X 1 te verminderen?
• Als MRSA ≠ MRSB, leidt tot pareto-improvement
o Handel kan 1 persoon beter afmaken zonder te ander slechter
Edgeworth box: diagram om te analyseren wat het algemeen evenwicht is in een ruileconomie
• Elke punt in edgeworth box geeft distributie van goederen
Elk bundel op de indifferentiecurve van Adam leveren hetzelfde nut voor Adam. Hoe hoger de
indifferentiecurve, hoe meer nut het geeft voor hem. Afnemend marginale nut kan je zien doordat de
hellingshoek steeds kleiner wordt.
•
Als beiden personen bereid zijn om goederen te ruilen, dan zijn beiden beter af -> markten leiden tot hogere
efficiëntie. Zonder dat er extra goederen zijn gecreëerd, zijn beiden in staat geweest om 1 persoon beter af te
maken, zonder de ander slechter af te maken.
Contractcurve:
- = verzameling van alle pareto optimale verdelingen
- Meer nut voor 1 persoon betekent minder nut voor een ander
- Beide oorsprongen liggen op contractcurve
, • Pareto optimum: indifferentiekrommen raken → zelfde helling
MRS/MRTS/MRT:
- Marginal Rate of Substitution (MRS): Consument
• Helling indifferentiecurve
• Bij welke ruilvoet is consument indifferent tussen de goederen
• Geeft ratio waarbij het handelen van goederen een individu niet beter of slechter maakt
• Geeft aan hoeveel van goed Y compenseert voor 1 goed X
• MRS = MUX / MUY
- Marginal Rate of Technical Substitution (MRTS): Producent
• Helling isoquant
• Bij welke ruilvoet is producent indifferent tussen de inputs
- Marginal Rate of Transformation (MRT): Economie
• Helling production possibility frontier
• Tegen welke marginale ‘ruilvoet’ kan in het productieproces het ene product voor het
andere worden geruild?
• Hoeveel extra van goed Y kan geproduceerd worden als goed X met 1 verminderd?
,
, Publieke economie
_______________________________________________________
1e fundamentele theorie van welvaart:
- In perfecte competitieve markten, efficiëntie wordt gemaximeerd tot pareto efficiënte
uitkomsten
- Alle mogelijke winsten vanuit de handel zijn geëxploiteerd
- Adam Smith’s onzichtbare hand
• 𝑃* = 𝑀𝐶: laatst verhandelde eenheid is evenveel waard voor consumenten als
producenten (allocatieve efficiëntie: geen verdere wederzijds voordelige handel
mogelijk)
• P* = min 𝐿𝐴𝐶: onmogelijk om goedkoper te produceren
• Bij stijging van de vraag:
o Korte termijn: prijs stijgt
o Lange termijn: toetreding nieuwe bedrijven
o Prijs daalt tot minimum LAC (long term average cost curve)
Aanbodsfunctie geeft marginale kosten in van consumptie in euro's (gegeven in Q)
Vraagfunctie geeft marginale baten van consumptie in euro's (gegeven in Q)
Deze markt is perfect en geen verlies van waarde
Maar: markten leiden niet altijd tot efficiënte uitkomsten, de overheid is wel nodig in de economie
(bescherming van eigendomsrechten), economie kijkt niet alleen naar efficiëntie
• Distributie is ook belangrijk! (verdeling van output)
→ 2e fundamentele theorie van welvaart:
- Elk Pareto-efficiënt evenwicht kan worden bereikt door herverdeling van
initiële endowments en overheidscontrole
- Het maximeren van sociale welvaart
Herverdeling gaat via inkomensdistributie
• Inkomen kan beïnvloedt worden door mensen in training, educatie etc.
• Herverdeling kan leiden tot lagere efficiëntie
→ Afweging tussen efficiëntie en herverdeling
Wanneer markten leiden tot ongewenste uitkomsten, kan de overheid helpen om de marktuitkomst
positief te beïnvloeden. Dit doen ze op de volgende manieren: