Week 1
Wat is veiligheid?
- Leed, schade aantasting: doden, gewonden, aanslag op woning?
- Bekladden van schilderij?
- Bescherming
4 perspectieven
- Tijd: wanneer, ontwikkelingen. Denken in proces, oorzaken en gevolgen.
- Ruimte: waar. Lokaal, nationaal, internationaal.
- Kennisgebieden: sociologie, ict, wetenschap + ervaring, verschillende
invalshoeken.
- Sociale netwerken: overheid, bedrijfsleven, politie, enz. samenwerken:
FBI, CIA, NSA.
Voorbeeld: terrorisme
- Tijd: ontwikkelingen, 20e eeuw terrorisme, jihadisme, 11 september.
- Ruimte: targets, synagoge, moskee, vliegveld, kerstmarkt, homegrown,
meekomen met vluchtelingen, AI-Qaida.
- Kennisgebieden: psychologie, security, intelligence.
- Sociale netwerken: politie (CTER), NCTV, AIVD, gemeente, enz.
Type veiligheid
Objectieve veiligheid: feiten
Subjectieve veiligheid: mening
Fysieke veiligheid/safety: de mate waarin mensen beschermd zijn en zich
beschermd voelen tegen ongelukken en andere zaken die niet door mensen
worden veroorzaakt, zoals natuurrampen.
Sociale veiligheid/security: de mate waarin mensen beschermd zijn en zich
beschermd voelen tegen misdrijven, overtredingen en overlast door andere
mensen. Het gaat hier dus om bescherming tegen bedreigingen die veroorzaakt
worden door mensen.
Handelingscyclus IVK
Om de vermindering van risico’s te bereiken en daarmee dus de veiligheid te
vergroten, doorloopt de IVK’er de volgende stappen:
1. Signaleren en agenderen van ontwikkelingen en trends die (kunnen)
leiden tot veiligheidsvraagstukken.
2. Analyseren van veiligheidsvraagstukken (bedreiging en risico’s): het
identificeren van (potentiële) oorzaken van onveiligheid (gebruik de 4
invalshoeken).
3. Ontwerpen van maatregelen om risico’s te reduceren en veiligheid te
vergroten.
, 4. Implementeren van veiligheidsmaatregelen.
5. Evalueren van het effect van veiligheidsmaatregelen.
Kwaliteitscirkel
1. Plannen: maak een plan voor hoe je de huidige aanpak kan verbeteren.
2. Doen: voer de aanpassingen door
3. Controleren: controleer of de aanpassingen tot verbetering hebben
geleid.
4. Aanpassen: stel je aanpak bij aan de hand van je resultaten bij
‘controleren’.
Competenties van integrale veiligheidskundige
1. Analytisch en onderzoekend vermogen
2. Besluitvaardigheid (vermogen om te komen tot realistische,
onderbouwde en bruikbare conclusies over mogelijke alternatieven, op
basis van beschikbare informatie).
3. Communicatief vermogen (het vermogen hebben om informatie over
risico’s, ideeën en oplossingen doelgericht en duidelijk over te brengen op
een publiek bestaande uit specialisten en/of niet-specialisten).
4. Innovatief vermogen (bij het oplossen van problemen heeft de
veiligheidskundige een nieuwsgierige en onderzoekende houding en is in
staat veiligheidsvraagstukken vanuit verschillende invalshoeken te
benaderen en daarbij gevestigde denkpatronen te doorbreken).
5. Leiderschap (in staat te zijn in te spelen op veranderingen in de context
waarin hij werkzaam is, en zichzelf verder te professionaliseren om
inzetbaar te blijven. Daarnaast toont de veiligheidskundige leiderschap in
de omgang met andere professionals. Zo kan hij dialogen en discussies
leiden over ter te voeren veiligheidsbeleid en over het lange termijn
perspectief op veiligheid van de organisatie).
6. Organisatie- en omgevingsbewustzijn (signaleert relevante
ontwikkelingen in de omgevig van de organisatie, kan daarop anticiperen
en is in staat om deze te vertalen in beleid. Hij benut deze kennis ten
behoeve van de organisatie en/of het eigen vakgebied).
7. Reflectief vermogen (zelfkritisch zijn en in staat zijn om zijn rol te
overzien ten aanzien van het maatschappelijk belang. De
veiligheidskundige kan gestructureerd terugblikken en nadenken over het
eigen proffesionele handelen en daaruit lering trekken).
8. Resultaatgerichtheid (het vermogen om concrete doelen te stellen en
deze doelen te behalen, ook als het even tegen zit.).
9. Samenwerken (heeft de bereidheid en het vermogen om in een
multidisciplinaire en multiculturele omgeving met naderen samen te
werken aan veiligheid, om betrokkenen te ondersteunen bij het realiseren
van d egemeenschappelijke doelstellingen).
Week 2
Typen veiligheid:
- Objectief, subjectief
- Sociaal, fysiek
, - Intern, extern
- Veiligheid is onderdeel van leefbaarheid
- Overlast = sociaal en fysieke verloedeirng
- Overlast is containerbegrip
Beleidsmedewerker Openbare Orde en Veiligheid (OO&V)
Meestal in dienst van publieke sector.
Focus op sociale veiligheid:
- De mate waarin mensen beschermd zijn en zich beschermd voelen tegen
persoonlijk leed door misdrijven, overtredingen en overlast die meestal
intentioneel door anderen worden begaan.
Adviseren bij en implementeren van beleid tegen criminaliteit en andere
leefbaarheidsproblemen.
Belang van subjectieve veiligheid:
- De mate waarin mensen zich veilig voelen.
Rotterdam: oog voor problematieken van de grote stad.
Belangrijke kennis
Subjectieve veiligheid & sociale veiligheid
Hoe verhouden de begrippen safety en security zich tot fysieke en sociale
veilgiheid?
- Safety: maatregelen ter bevordering fysieke veiligheid.
- Security: maatregelen ter bevordering sociale veiligheid.
Meerdere definities van leefbaarheid:
- Leefbaarheid en overlast zijn subjectieve begrippen.
- De mate waarin mensen door hun directe sociale omgeving in staat
worden gesteld om te voorzien in hun levensbehoefte, waaronder
veiligheid.
- De mate waarin de woonomgeving van mensen past bij hun fysieke en
psychische behoeften.
Wat is criminaliteit?:
- Simpel: elke gedraging die strafbaar is gesteld in een formele wet.
- Beter: elke gedraging die binnen de samenleving zo behandeld wordt.
Criminaliseren: nieuwe feiten binnen de werking van het strafrecht brengen.
Week 3
Safety, Health, Enviroment & Quality Officer (SHEQ)
Veel in dienst van private sector (haven/industrie/ziekenhuis/bijna overal).
Arbeidsomstandigheden, kwaliteit en milieu binnen organisatie.