Kennisclips insolventierecht
Inhoud
Kennisclip week 1 ....................................................................................................................2
Kennisclip week 2 ....................................................................................................................4
Kennisclip week 3 ....................................................................................................................5
Kennisclip week 4 ....................................................................................................................7
Kennisclip week 5 ....................................................................................................................8
Kennisclip week 6 .................................................................................................................. 10
Kennisclip week 9 .................................................................................................................. 12
1
, Kennisclip week 1
De faillissementswet dateert uit 1893. Er staan wat bepalingen in die in de praktijk niet meer
zouden worden toegepast. Bv. nadat er faillissement is uitgesproken dat er een vergadering op
de rechtbank is. Als deze al is gehouden, is dat zeker niet na 14 dagen.
Voorheen: wetboek van koophandel en allerlei regelingen in steden. Als een schuldenaar failliet
ging, werd er ook een curator benoemd. Op de dag van failliet verklaring werd aangeprikt dat
deze failliet was. De curator beheerde alleen de boel, om te zorgen dat de schuldenaar er niet
mee vandoor ging. Na een X periode werd een vergadering gehouden, waar met de schuldeisers
werd besproken wat er met de schuldenaar zou worden gedaan. Die tijd was nodig, zodat alle
schuldeisers bekend werden met het faillissement.
De faillissementsprocedure is nog steeds gericht op het liquideren van het vermogen van de
schuldenaar.
3 partijen kunnen faillissement aanvragen:
1. Partijen zelf (‘eigen aangifte) → via de site van rechtspraak.nl
a. De schuldenaar moet zich verkeren in de toestand waarin hij is gestopt met het
betalen van schuldeisers. Je hoeft dus niet per se helemaal geen geld meer te
hebben.
b. Als je minimaal 2 schuldeisers niet hebt betaald. 1 moet opeisbaar zijn, de
andere schuld hoeft dit niet eens te zijn.
2. Schuldeisers
a. Via een verzoekschriftprocedure bij de rechtbank. Gesloten behandeling → kan
natuurlijk nogal gevoelig liggen.
b. Als op de zitting blijkt dat er inderdaad sprake is van een faillissement, kan op de
zitting zelf besloten worden of er sprake is van faillissement (of niet).
c. Daarna zoekt de rechtbank een curator (zijn overigens voornamelijk advocaten).
De griffier belt de curator en vraagt of hij/zij als curator wil optreden. Deze kijkt
eerst of hij vrij staat, als dit niet het geval is dan moet hij weigeren.
3. OM (redenen van openbaar belang)
Curator gaat eerst inventariseren; wat is er? Wie zijn schuldeisers? Hoe zit het met het
vermogen? Wat is de rang van de schuldeisers? Daarna kom je bij beëindiging van het
faillissement; duurt ca 3 jaar. De curator maakt een uitdelingslijst op, waarin de schuldeisers
staan en hoeveel zij krijgen. Na goedkeuring kan er tot betaling overgegaan worden.
Er zijn beroepsmogelijkheden: hoger beroep (8 dagen als je aanwezig was) of verzet (14 dagen
als je niet aanwezig was, bij verstek. Bij dezelfde rechtbank), daarna mogelijkheid cassatie.
➢ Korte periode vanwege de grote impact die het heeft
Surseance van betaling is meer gericht op continuïteit; herstel van een chaotische toestand.
Bv. omdat hij een vordering na een X periode wel kan betalen. Alleen voor de concurrente
crediteuren! De ervaring leert dat juist daar de problemen zitten.
➢ Alleen door de schuldenaar zelf aan te vragen.
➢ De bestuurder van een BV kan surseance aanvragen. Zie tegenstrijdigheid met
faillissement: daar moet de ava unaniem instemmen. Daarbij moet je bij een
faillissement allerlei stukken kunnen overleggen. Bij een surseance hoeft alleen de
bestuurder naar de rechtbank; misschien zelfs tegen de wil van de ava. Ook hoeven er
minder stukken worden overlegd.
2
Inhoud
Kennisclip week 1 ....................................................................................................................2
Kennisclip week 2 ....................................................................................................................4
Kennisclip week 3 ....................................................................................................................5
Kennisclip week 4 ....................................................................................................................7
Kennisclip week 5 ....................................................................................................................8
Kennisclip week 6 .................................................................................................................. 10
Kennisclip week 9 .................................................................................................................. 12
1
, Kennisclip week 1
De faillissementswet dateert uit 1893. Er staan wat bepalingen in die in de praktijk niet meer
zouden worden toegepast. Bv. nadat er faillissement is uitgesproken dat er een vergadering op
de rechtbank is. Als deze al is gehouden, is dat zeker niet na 14 dagen.
Voorheen: wetboek van koophandel en allerlei regelingen in steden. Als een schuldenaar failliet
ging, werd er ook een curator benoemd. Op de dag van failliet verklaring werd aangeprikt dat
deze failliet was. De curator beheerde alleen de boel, om te zorgen dat de schuldenaar er niet
mee vandoor ging. Na een X periode werd een vergadering gehouden, waar met de schuldeisers
werd besproken wat er met de schuldenaar zou worden gedaan. Die tijd was nodig, zodat alle
schuldeisers bekend werden met het faillissement.
De faillissementsprocedure is nog steeds gericht op het liquideren van het vermogen van de
schuldenaar.
3 partijen kunnen faillissement aanvragen:
1. Partijen zelf (‘eigen aangifte) → via de site van rechtspraak.nl
a. De schuldenaar moet zich verkeren in de toestand waarin hij is gestopt met het
betalen van schuldeisers. Je hoeft dus niet per se helemaal geen geld meer te
hebben.
b. Als je minimaal 2 schuldeisers niet hebt betaald. 1 moet opeisbaar zijn, de
andere schuld hoeft dit niet eens te zijn.
2. Schuldeisers
a. Via een verzoekschriftprocedure bij de rechtbank. Gesloten behandeling → kan
natuurlijk nogal gevoelig liggen.
b. Als op de zitting blijkt dat er inderdaad sprake is van een faillissement, kan op de
zitting zelf besloten worden of er sprake is van faillissement (of niet).
c. Daarna zoekt de rechtbank een curator (zijn overigens voornamelijk advocaten).
De griffier belt de curator en vraagt of hij/zij als curator wil optreden. Deze kijkt
eerst of hij vrij staat, als dit niet het geval is dan moet hij weigeren.
3. OM (redenen van openbaar belang)
Curator gaat eerst inventariseren; wat is er? Wie zijn schuldeisers? Hoe zit het met het
vermogen? Wat is de rang van de schuldeisers? Daarna kom je bij beëindiging van het
faillissement; duurt ca 3 jaar. De curator maakt een uitdelingslijst op, waarin de schuldeisers
staan en hoeveel zij krijgen. Na goedkeuring kan er tot betaling overgegaan worden.
Er zijn beroepsmogelijkheden: hoger beroep (8 dagen als je aanwezig was) of verzet (14 dagen
als je niet aanwezig was, bij verstek. Bij dezelfde rechtbank), daarna mogelijkheid cassatie.
➢ Korte periode vanwege de grote impact die het heeft
Surseance van betaling is meer gericht op continuïteit; herstel van een chaotische toestand.
Bv. omdat hij een vordering na een X periode wel kan betalen. Alleen voor de concurrente
crediteuren! De ervaring leert dat juist daar de problemen zitten.
➢ Alleen door de schuldenaar zelf aan te vragen.
➢ De bestuurder van een BV kan surseance aanvragen. Zie tegenstrijdigheid met
faillissement: daar moet de ava unaniem instemmen. Daarbij moet je bij een
faillissement allerlei stukken kunnen overleggen. Bij een surseance hoeft alleen de
bestuurder naar de rechtbank; misschien zelfs tegen de wil van de ava. Ook hoeven er
minder stukken worden overlegd.
2