1.1Waarom belastingen
1.2
Belastingen worden betaald aan de overheid om zorgvoorzieningen en de rest
van de uitgaven te kunnen betalen. De overheid heeft inkomen uit premies
sociale verzekeringen. Met deze premies worden de sociale uitkeringen betaald.
Met belastingheffing kan de overheid een bepaald gedrag stimuleren, denk aan
accijns.
Bij belastingheffing spelen het draagkrachtbeginsel en het profijtbeginsel een rol.
Wegenbelasting -> profijtbeginsel. De automobilisten maken gebruik en
profiteren van de wegen. Het draagkrachtbeginsel gaat ervan uit dat de
sterkste schouders de zwaarste lasten kunnen dragen. Dus hoe hoger de
inkomen, hoe meer belasting zij betalen. De overheid hanteert ook het principe
van ‘de vervuiler betaalt’. Dat principe is bijvoorbeeld van toepassing als de
overheid belasting heft op milieuvervuilende activiteiten.
1.3Soorten belastingen
1.4
De soorten belastingen zijn:
Inkomstenbelasting (IB): wordt betaald over inkomsten van natuurlijke
personen en is afhankelijk van de hoogte van het inkomen. Dit staat in de
Wet inkomstenbelasting (Wet IB).
Vennootschapsbelasting (VPB): wordt betaald over de winst van
rechtspersonen. De regelgeving is te vinden in de Wet
vennootschapsbelasting (Wet VPB).
Loonbelasting (LB): wordt berekend over het loon van de werknemer.
Meestal is het de werkgever die de loonbelasting al in minderheid brengt
op het brutoloon en deze aan de Belastingdienst betaalt. Loonbelasting is
een voorheffing op de inkomstenbelasting. Heeft een natuurlijk persoon
alleen looninkomen, dan zal deze persoon vaak geen inkomstenbelasting
betalen. Voor loonbelasting kunnen we de Wet loonbelasting (Wet LB)
raadplegen.
Omzetbelasting (OB): ook wel btw, wordt in rekening gebracht door
ondernemers. Omzetbelasting wordt geheven over de levering (verkoop)
van goederen en diensten door ondernemers. De ondernemer bepaalt de
omzetbelasting aan de Belastingdienst. De Wet omzetbelasting (Wet OB) is
dan van toepassing.
Dividendbelasting (Div): wordt betaald over winstuitkering op aandelen
(dividend). Ook dividendbelasting, is net als de loonbelasting, een
voorheffing op de inkomstenbelasting. We raadplegen de Wet
dividendbelasting.
Erfbelasting: wordt betaald over een erfenis. Dit staat in de Successiewet
(SW).
, Schenkbelasting: wordt betaald als we een schenking krijgen. Ook de
schenkbelasting is opgenomen in de Successiewet (SW).
Kansspelbelasting: wordt betaald over gewonnen prijzen (geld).
Overdrachtsbelasting (OVB): wordt betaald bij de verkrijging van een
onroerend goed, bijv. bij het kopen van een hus. De Wet op belastingen
van rechtsverkeer geeft de regelgeving.
Motorrijtuigenbelasting: deze belasting wordt betaald bij het hebben
van een auto of motorrijwiel.
Belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM): BPM betalen
we bij registratie van een auto of motorrijwiel.
Accijnzen: wordt geheven over bijvoorbeeld alcohol, benzine en tabak.
Milieuheffingen/belastingen op milieugrondslag: belasting op
leidingwater, kolenbelasting en energiebelasting zijn milieuheffingen.
Provinciale en gemeentelijke belastingen: voorbeelden van
gemeentelijke belastingen zijn onroerendezaakbelasting en
hondenbelasting. De provincie kent enkele milieuheffingen. De
waterschappen heffen met name verontreinigingsheffingen.
1.5Vindplaatsen
Als we willen weten waarover we belasting moeten betalen en hoeveel, dan
kunnen we dat vinden in de materiële belastingwetgeving, zoals de Wet
inkomstenbelasting. De vraag die centraal staat is hoe de betalen belasting over
een bepaald tijdvak moet worden betaald.
De wijze waarop de belasting uiteindelijk bij de overheid moet komen, wordt
geregeld in het formele belastingrecht. De formele wetgeving is met name
geregeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Algemene wet inzake
rijksbelastingen (AWR).
Een uitvoeringsregeling of -beschikking en een uitvoeringsbesluit wordt gemaakt
door de minister van Financiën. De Eerste en Tweede Kamer hoeft hier niet bij
betrokken te worden. Wel is de ministerraad en de Raad van State betrokken
tijdens dit proces. Bij een uitvoeringsregeling is dat niet het geval. In de
diverse wetten zullen we verwijzingen tegenkomen naar een algemene maatregel
van bestuur (AMvB). Hiermee wordt het uitvoeringsbesluit bedoeld. Met een
ministeriële regeling wordt het uitvoeringsregeling gedoeld.
Richtlijnen zijn afspraken binnen de Europese Unie. Ieder land is verplicht deze
afspraken in zijn wetgeving te verwoorden.
Bij de algemene maatregelen van behoorlijk bestuur gaat het in feit om
gedragsregels. De belangrijkste beginselen zijn het vertrouwensbeginsel en het
gelijkheidsbeginsel.
,Het vertrouwensbeginsel gaat uit van het vertrouwen dat de belastingplichtige
maf ontlenen aan gedragingen van de overheid. Het gelijkheidsbeginsel gaat
uit van de gelijke behandeling van gelijke gevallen.
Jurisprudentie: rechters oordelen als een belastingplichtige en de Belastingdienst
het niet eens zijn met elkaar. De invloed van jurisprudentie is behoorlijk groot.
Soms moet een extra uitleg aan een wetsartikel worden gegeven, omdat deze
niet helemaal duidelijk is. Via een besluit (resolutie) geeft de staatssecretaris
aan hoe bij een bepaalde situatie het wetsartikel moet worden uitgelegd. De
Belastingdienst moeten deze resoluties volgen. Mocht de belastingplichtige het
niet eens zijn met de uitleg in een resolutie of antwoord in een vraag-en-
antwoord-besluit, dan zal dit altijd tot een behandeling bij de rechter leiden.
, Belastingrecht samenvatting hoofdstuk 2
2.1 Materieel en formeel belastingrecht
In het materiële belastingrecht wordt aangegeven hoe de te betalen belasting
wordt bepaald (Wet inkomstenbelasting). In deze wetten wordt vermeld wie
belastingplichtig is, waarover belasting moet worden betaald en hoeveel.
Het formele belastingrecht behandelt de manier waarop de aanslagen worden
vastgesteld, hoe en wanneer we aangifte moeten doen en wanneer moet worden
betaald. De plichten van de belastingplichtige zijn hier ook in beschreven. Maar
ook de inspecteur heeft verplichtingen en de belastingplichtige heeft rechten.
->> Algemene wet bestuursrecht (Awb) en Algemene wet inzake rijksbelastingen
(AWR)
Tot de rijksbelastingen behoren de Wet OB, IB, VPB en LB.
2.2 Woon- en vestigingsplaats, partner
Voor de Wet VPB en IB geldt dat natuurlijke personen die in Nederland wonen, of
geld verdienen, belastingplichtig zijn. Vennootschapsbelasting wordt geheven
van lichamen (bijv. nv en bv) die in Nederland zijn gevestigd.
Art. 4 lid 1 AWR vermeld: ‘Waar iemand woont en waar een lichaam is gevestigd,
wordt naar de omstandigheden beoordeeld’.
Van belang bij de woonplaats is niet alleen de inschrijving in het
bevolkingsregister bij de gemeente, maar ook de woonplaats van de familie en
gezin waar de sociale activiteiten worden verricht.
2.3 Aangifte en aanslagen
Voor de specifieke formele wetgeving die alleen betrekking heeft op belastingen,
moeten we in de AWR zijn.
In art. 6 AWR is vermeld dat de inspecteur degene die naar zijn mening
vermoedelijk belastingplichtig is, kan uitnodigen tot het doen van een aangifte.
In deze aangifte vraagt de Belastingdienst gegevens die van belang zijn voor het
vaststellen van de te betalen belasting. Iedereen die wordt uitgenodigd om
aangifte te doen, is ook verplichting om deze aangifte te doen. Aan het doen van
aangifte is pas voldaan als alle gevraagde gegevens duidelijk, stellig en zonder
voorbehoud worden ingevuld, (elektronisch) ondertekend en naar de
Belastingdienst verzonden (art. 7 en 8 AWR).
De inspecteur stelt een termijn voor aangifte van ten minste een maand (art. 9
en 10 AWR). De termijn kan op verzoek worden verlengd.
Als de gevraagde gegevens niet van toepassing zijn, dan worden er die vakken
niks ingevuld, waarna de aangifte wordt ondertekend en teruggestuurd.
Als de aangifte is gedaan, zal voor de inkomstenbelasting en
vennootschapsbelasting een aanslag volgen. Er wordt verschil gemaakt tussen
aanslagbelastingen en aangiftebelastingen.