Antwoorden huiswerkvragen college 1
Onderdeel A | Kennisvragen
1. Alles wat tot het vermogen behoord
2. Art 3.2 BW
3. Zie art. 3.6 BW
4. Het eigendomsrecht
5. Nee, dit wordt wel degelijk beperkt, namelijk door het recht van een ander. Dit is een
wettelijk voorschrift.
6. De houder, art 5.2 BW
7. Het toe-eigenen van een goed dat van niemand is
8. A. roerend B. roerend C. registergoed D. geen, want dieren zijn geen zaken E.
onroerend registergoed F. onroerend registergoed
9. A. hoofdzaak B. bestanddeel C. hoofdzaak D. bestanddeel E. bestanddeel F.
bestanddeel G. hoofdzaak
10. Nee, art. 5.24 BW
11. Als een bestanddeel onderdeel wordt van een hoofdzaak. (Zie art. 5. 3, 14, 20 BW)
Horizontale natrekking gaat voor verticale natrekking!
12. Art 5.20 lid 1 sub e: het eigendom van de grond omvat gebouwen en werken die
duurzaam met de grond verenigd zijn (hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met
andere gebouwen en werken, voor zover ze geen bestanddeel zijn van een andere
onroerende zaak)
13. Art. 3.9 lid 1 en 2
Onderdeel B | Open vragen
1.a Het eigendomsrecht, dit wordt geschonden
1.b De onrechtmatige daad, art 6.162 BW
1.c Kuipers zal zich beroepen op de redelijkheid en billijkheid
1.d B kan kopen, een opstalrecht krijgen of een erfdienstbaarheid krijgen om zo het recht te
verkrijgen. (Hier wordt in het vierde college verder op in gegaan)
2. Art 162 boek 6 willens en wetens een onrechtmatige daad plegen zorgt ervoor dat bram
de schade moet vergoeden. Dus eigendom komt via Johnny weer bij Sjaak.
3. zie art 5. 14 BW
Onderdeel C | Meerkeuzevragen
1. D
2. B
3. A
4. D
5. A
6. D
7. C
8. A
9. B
10. B
11. C