uitleg!
Door: Sym Jörissen
Gemaakt in 2024/2025
Toegepaste onderzoeksmethode en statistiek 201800173
Voorbeeldvragen:
Een online leerplatform genaamd PlatoForm wil onderzoeken of het toevoegen van een gamification-
element (zoals badges en beloningen) de betrokkenheid van studenten verhoogt. Het platform voert een
experiment uit waarbij de helft van de gebruikers toegang krijgt tot de nieuwe gamification-functie, terwijl
de andere helft de standaardfunctionaliteit blijft gebruiken. Na één maand wordt de gemiddelde tijd die
studenten op het platform doorbrengen gemeten.
Welke analysemethode is het meest geschikt om te bepalen of de gamification-functie de betrokkenheid
significant verhoogt?
A. Correlatieanalyse
B. T-toets voor onafhankelijke steekproeven
C. Eenweg ANOVA
D. Bayesiaanse hypothese-evaluatie
Correct antwoord:
B. T-toets voor onafhankelijke steekproeven
Uitleg: Een t-toets voor onafhankelijke steekproeven is geschikt omdat de betrokkenheid wordt gemeten
tussen twee aparte groepen: een experimentele groep met gamification en een controlegroep zonder.
Welke analysemethode is geschikt om te bepalen of de gemiddelde scores van vier
verschillende groepen significant van elkaar verschillen?
A. Correlatieanalyse
B. T-toets voor afhankelijke steekproeven
C. Eenweg ANOVA
D. Meervoudige regressie
Correct antwoord:
C. Eenweg ANOVA
Uitleg: Eenweg ANOVA wordt gebruikt om gemiddelden van drie of meer groepen te vergelijken en
te bepalen of er significante verschillen zijn tussen deze groepen.
, 1. Wat is het doel van een correlationeel onderzoek?
A. Causale relaties testen
B. Hypothesen genereren
C. Generaliseren naar de doelpopulatie
D. Alternatieve verklaringen uitsluiten
2. Welke van de volgende is GEEN type van correlationele data?
A. Organische data
B. Transactionele data
C. Ontworpen data
D. Beschrijvende statistiek
3. Wat is een voorbeeld van transactionele data?
A. Data van sociale media
B. Data van klantenkaarten
C. Data van experimenten
D. Data van enquêtes
4. Wat is een voordeel van een panelonderzoek?
A. Veranderingen binnen een persoon meten
B. Minder fouten door uitval
C. Snellere dataverzameling
D. Meer privacy voor respondenten
5. Wat is een nadeel van een face-to-face survey?
A. Beperkte technologie
B. Minder interactie met de respondent
C. Hoge kosten
D. Lagere respons
6. Wat is een Likert-schaal ontworpen om te meten?
A. Consistentie
B. Attitudes of meningen
C. Groepsgedrag
D. Frequentie van gebeurtenissen
7. Welke analyse kan worden gebruikt om interne consistentie te meten?
A. Cronbach’s Alpha
B. Regressieanalyse
C. Correlatiematrix
D. NHST
8. Wat is een hoge waarde van Cronbach’s Alpha een indicatie van?
A. Lage validiteit
B. Hoge interne consistentie
C. Lage betrouwbaarheid
D. Hoge standaardfout
9. Wat betekent een correlatiecoëfficiënt van 0?
A. Een sterke positieve relatie
B. Een sterke negatieve relatie
C. Geen samenhang tussen variabelenD. Een perfect lineaire relatie
10. Wat is een veelgebruikte methode om ontbrekende waarden in een dataset aan te passen?
A. Normalisatie
B. Eliminatie
C. Imputatie
D. Transformatie
11. Wat houdt NHST in?
A. Hypothesen toetsen
B. Data standaardiseren
C. Fouten minimaliseren
D. Variabelen transformeren
12. Wat betekent een p-waarde kleiner dan 0.05?
A. De nulhypothese wordt geaccepteerd
B. De nulhypothese wordt verworpen