Cognitieve psychologie:
- Wetenschappelijke studie van mentale processen
- Normaal functioneren van de hersenen
- Begrijpen van gedrag
Boekhoofdstukken: aandacht, taal, geheugen, actie & motoriek, executieve functies
Wetenschappelijke studie van mentale processen:
- Onderzoek
Gedragsexperimenten
Structurele hersenstudies
Functionele hersenstudies
Dierenstudies
Patiënten met hersenletsel
- Toegepaste psychologie
Toepassen van wetenschappelijke kennis bij het oplossen van (dagelijkse en
neuropsychologische) problemen.
Cognitieve psychologie:
- Wetenschappelijke studie van mentale processen
- Normaal functioneren van de hersenen
- Begrijpen van gedrag
1e periode= wijsgerige psychologie. mentale processen gefocust, zoals gedachten. Door jezelf te
onderzoeken kom je meer te weten hierover. Sigmund Freud. Gebruik gemaakt van introspectie:
eigen gedrag, denken en voelen beschrijven.
2e periode= gedragspsychologie. behaviorisme, mentale processen niet bewezen. Wat komt erin
qua prikkels en wat eruit, en hiertussen in is niks. Door middel van experimenten vooral bij dieren
onderzoeken.
3e periode= cognitieve psychologie.
Ene groep= materialisme mensen, mens is niet anders dan dier. Lichaam en geest hetzelfde.
Monisme.
Andere groep= mentalistisch mensen, mens en dier zijn anders, geest en lichaam gescheiden.
Cognitieve psychologie vindt plaats aan de kant van beiden, hangt af van dingen. Zit er tussen in.
Neuropsychologie
- (dis) functioneren van het brein in relatie tot het gedrag
- Afwijkend functioneren van de hersenen
- Verklaren van afwijkend gedrag
- Scientist practitioner
,Werkzaamheden van een neuropsycholoog:
- Ziekenhuis
- Geestelijke gezondheidszorg
- Revalidatiecentra
- Langdurige zorg
- Forensische zorg
- Specialistische centra
Neuropsychologisch onderzoek (NPO) – diagnostische cyclus:
- Verwijzing en vraagstelling
- Dossieronderzoek
- Hypothesen geformuleerd
- Anamnese (intakegesprek)
- Heteroanamnese (gesprek met een naaste)
- Psychometrisch onderzoek
- Observaties
- Conclusie en adviezen
Betrouwbaarheid
- Test- hertest- betrouwbaarheid
- Interbeoordelaars- betrouwbaarheid
Validiteit
- Face validity
- Inhoudsvaliditeit
- Begripsvaliditeit (constructvaliditeit)
- Criteriumvaliditeit
Predictieve validiteit (ecologische validiteit)
Concurrente validiteit
Stoorfactoren:
- Aggraveren (overdrijven van klachten)
- Simuleren (voorwenden van niet-bestaande klachten)
- Prestatie-validiteitstaken
Behandeling:
- Psycho-educatie
- Leren omgaan met cognitieve functiestoornissen
- Betrekken van het systeem (de omgeving) bij de behandeling
Toepassing in TP-werkveld:
- Oplossen van problemen door het ontwerpen van interventies
- Verbeteren van situatie voor mensen met (cognitieve) beperking in het algemeen
- Individueel functioneren na hersenletsel
FMRI= hoe actiever het brein , hoe meer doorbloeding, en hoe
roder het op het plaatje is.
, Oefenvraag: het informatieverwerkingsproces van de mens kun je onderverdelen in 3 deelprocessen.
Welke hoort er niet bij?
A. Waarneming
B. Verwerking
C. Output
Antwoord: waarneming
Oefenvraag: wat is de beste uitleg voor de cognitieve functie ‘waarnemen?’
A. De capaciteit om informatie op te slaan, te bewaren en op te halen
B. Het transformeren van mentale representaties
C. Alle processen tussen het presenteren van een fysische prikkel en de psychische beleving van
deze prikkel
Antwoord: C
Oefenvraag: bij een neuropsychologisch onderzoek (NPO) is niet alleen de prestatie op een taak
belangrijk. Wat is nog meer belangrijk?
A. De manier waarop een patiënt tot deze prestatie is gekomen
B. Het beeldvormend onderzoek dat tijdens het NPO plaatsvindt
C. Het afnemen van een gestandaardiseerde set van tests
Antwoord: A
Oefenvraag: het is mogelijk dat patiënten bewust een slechte prestatie laten zien op een NPO. Hoe
noemen wij het voorwenden (‘doen alsof’) van niet-bestaande cognitieve klachten?
A. Aggraveren
B. Simuleren
C. Onderpresteren
Antwoord: simuleren