Hoofdstuk 10 Chemie van het leven
10.1 Voeding
Je lichaam heeft grondstoffen nodig om te kunnen functioneren. Eiwitten, vetten een
koolhydraten leveren de bouwstenen en benodigde energie.
De voedingstoffen reageren met zuurstof er wordt daarbij koolstofdioxide en water
geproduceerd.
Het transport van stoffen gaat via de bloedsomloop. Omdat glucose goed in het waterige
bloed oplost. Vet lost niet goed op en wordt daarom in speciale structuren vervoerd. Gassen
lossen ook slecht op in bloed. Daarom zit er hemoglobine in de rode bloedcellen in je bloed.
Hemoglobine is een eiwit dat in staat is om te binden met beide gassen afwisselend.
De belangrijkste functie van koolhydraten en vetten is het leveren van energie. Als je meer
koolhydraten eet dan dat je verbrandt, wordt het overschot door enzymen omgezet in vetten
en opgeslagen in vetweefsel.
Een tweede belangrijke groep voedingstoffen zijn de eiwitten. Dit zijn natuurlijke polymeren
opgebouwd uit aminozuren. Eiwitten kunnen energie leveren maar worden voornamelijk
gebruikt als bouwstoffen.
Vetten zijn ook een belangrijke deel voor gezonde voeding. Vetverbranding vindt vooral
plaats in rust, bij een lage hartslag, wanneer de energiebehoefte relatief laag is. Vetten zijn
verder belangrijk voor de opbouw van de celmembranen.
Vitamines zijn koolstofverbindingen die onmisbaar zijn bij diverse processen in je lichaam. Zo
zijn vitamines nodig bij de stofwisseling, bij de aanmaak van stoffen al hemoglobine en bij de
bouw van botten. Mineralen zijn elementen zoals ijzer, die essentieel zijn bij de regulatie van
enzymen en hormonen en de van botten en tanden. Om gezond en met genoeg variatie te
eten is er de schijf van vijf.
10.1 Voeding
Je lichaam heeft grondstoffen nodig om te kunnen functioneren. Eiwitten, vetten een
koolhydraten leveren de bouwstenen en benodigde energie.
De voedingstoffen reageren met zuurstof er wordt daarbij koolstofdioxide en water
geproduceerd.
Het transport van stoffen gaat via de bloedsomloop. Omdat glucose goed in het waterige
bloed oplost. Vet lost niet goed op en wordt daarom in speciale structuren vervoerd. Gassen
lossen ook slecht op in bloed. Daarom zit er hemoglobine in de rode bloedcellen in je bloed.
Hemoglobine is een eiwit dat in staat is om te binden met beide gassen afwisselend.
De belangrijkste functie van koolhydraten en vetten is het leveren van energie. Als je meer
koolhydraten eet dan dat je verbrandt, wordt het overschot door enzymen omgezet in vetten
en opgeslagen in vetweefsel.
Een tweede belangrijke groep voedingstoffen zijn de eiwitten. Dit zijn natuurlijke polymeren
opgebouwd uit aminozuren. Eiwitten kunnen energie leveren maar worden voornamelijk
gebruikt als bouwstoffen.
Vetten zijn ook een belangrijke deel voor gezonde voeding. Vetverbranding vindt vooral
plaats in rust, bij een lage hartslag, wanneer de energiebehoefte relatief laag is. Vetten zijn
verder belangrijk voor de opbouw van de celmembranen.
Vitamines zijn koolstofverbindingen die onmisbaar zijn bij diverse processen in je lichaam. Zo
zijn vitamines nodig bij de stofwisseling, bij de aanmaak van stoffen al hemoglobine en bij de
bouw van botten. Mineralen zijn elementen zoals ijzer, die essentieel zijn bij de regulatie van
enzymen en hormonen en de van botten en tanden. Om gezond en met genoeg variatie te
eten is er de schijf van vijf.