Joanne Brunink
4V1
12-05-2017
Meneer Nijholt
, Zakelijke gegevens
a) Auteur onbekend, vertaald door H. Adema
b) Karel ende Elegast, Uitgeverij Taal&Teken, Leeuwarden, 1997 6e druk (rond 1270
geschreven)
c) – Geen motto
Keuze en eerste reactie
Dit verhaal hebben we klassikaal gelezen, dus ik heb het niet zelf uitgekozen. Het verhaal
vond ik best leuk en ik vond het ook wel interessant om te zien wat de oorspronkelijke
tekst was. In het begin was het verhaal wat onduidelijk en langdradig, waarom moest hij
nou zo nodig middernacht uit bed, maar naarmate het verhaal vorderde werd het steeds
leuker om te lezen, ook al waren er nog steeds wel enkele voorspelbare en typische
gebeurtenissen.
Verdieping
A. Samenvatting
De nacht voor de hofdag wordt Karel 3 keer gewekt door een stem van een engel,
gestuurd door god, die hem aanspoort om midden in de nacht te gaan stelen.
Karel negeert het, maar na de 3e keer trekt Karel toch zijn harnas aan en gaat
naar buiten. Onopgemerkt door de wachters verlaat hij de burcht, denkend aan
hoe en waar hij moet gaan stelen. Ineens moet hij denken aan Elegast.
Elegast was een van Karels ridders, die hij ooit had verbannen om een kleine
misstap. Elegast leeft sindsdien als roofridder in het woud en steelt niet van de
armen. Dan komt Karel Elegast tegen die helemaal in het zwart is gekleed. Karel
weet niet wie hij is, maar na het gevecht (want geen van beiden wil zich
bekendmaken) wat Karel wint, vertelt Elegast wie hij is. Karel zegt niet dat hij de
koning is, maar stelt zich voor als Adelbrecht, een collega-roofridder. Ze besluiten
samen op rooftocht te gaan. Karel stelt voor om bij de koning dus bij zichzelf in te
breken, maar dit wil Elegast niet, omdat hij nog steeds trouw is aan Karel,
ondanks dat hij hem verbannen heeft. Uiteindelijk besluiten ze bij Eggheric van
Eggermonde, een zwager van Karel de Grote, in te breken. Als ze bij het kasteel
zijn aangekomen, neemt Elegast toverkruid in waardoor hij de taal van de dieren
verstaat. Elegast hoort de hanen kraaien en de honden blaffen dat de koning in de
buurt is.
Elegast sluipt de slaapkamer van Eggheric en zijn vrouw binnen en hoort dat
Eggheric aan zijn vrouw vertelt dat haar broer, koning Karel, de volgende dag
vermoord zal worden. Dit wil Karels zus voorkomen, maar Eggheric slaat haar op
het gezicht waardoor ze moet zwijgen. Elegast vertelt de ontdekking aan
Adelbrecht (koning Karel dus) die buiten de wacht heeft gehouden. Karel begrijpt
nu waarom God hem heeft opgedragen om te gaan stelen. Hij bedenkt een plan en
de volgende dag rekent Karel af met de samenzweerders. Eggheric en zijn
vrienden worden beschuldigd van hoogverraad en Elegast wordt erbij gehaald