Kennisclip Wat is ethiek?
Discussies over ethische kwesties verlopen vaak moeizaam, zonder dat er tot overeenstemming komt
(bijv. euthanasie). Ook verharden ethische standpunten soms (bijv. het immigratiestandpunt. Enerzijds
vinden mensen dat we vluchtelingen toe moeten laten en anderzijds vinden mensen dat we de
grenzen moeten sluiten).
Kenmerken van ethiek:
- Goed handelen nastreven vs. slecht handelen uit de weg gaan.
- Normatief/normen: regels waaraan het handelen moet voldoen (bijv. diefstal is verboden).
- Waarden: abstracte kwaliteiten (bijv. waardigheid, solidariteit en vertrouwen).
- Normen en waarden geven richting aan het handelen.
- Ethiek onderscheidt zich van andere wetenschappen die zeggen dat ze descriptief zijn.
Descriptieve wetenschappen beschrijven een stand van zaken in de werkelijkheid en
verklaren deze. Ze pretenderen in die beschrijving neutraal, objectief en waardevrij te zijn.
Transcendentie speelt een rol binnen de ethiek. Het begrip is afgeleid van het Latijnse woord voor
‘overstijgen’. De criteria waarna we in de ethiek op zoek zijn die overstijgen namelijk een persoonlijke
willekeur. Ze zijn sterker dan een willekeur. We zijn op zoek naar maatstaven die het handelen goed
handelen maken.
Het transcendente karakter zie je terug in het verschil tussen wensen en waarden. Wensen zijn
persoonlijke, individuele, willekeurige verlangens (bijv. ik wil meer geld verdienen en ik wil blijven
werken en kinderen krijgen). Ieder mens heeft eigen wensen. Waarden zijn algemener geldig (bijv.
gelijkheid en rechtvaardigheid). Ze hebben een eigen kracht zodat we er ons toe voelen
aangetrokken. We zeggen dan ook vaak dat waarden ons ‘aanspreken’.
Baron van Munchhausen, een grote fantast, vertelde eens dat hij in een moeras was terecht gekomen
en dreigde te verdrinken. Maar geen nood, hij kon zich aan zijn eigen haren uit het moeras omhoog
trekken met zijn paard erbij. We snappen allemaal dat dit niet kan. Om uit het moeras te komen heb je
een vast punt buiten jezelf nodig waaraan je je kunt optrekken. Iemand die alleen voor zichzelf
bepaald wat goed handelen is, redeneert hetzelfde als die baron. Hij zegt: “Iets is ethisch goed omdat
ik het wil”. Maar dat klopt niet, de ethische goedheid volgt niet uit zijn wil. Wel uit de omgekeerde
stelling: “Ik wil iets, omdat het goed is”.
Manieren waarop ethische gesprekken mis gaan: Mensen springen soms van een ethische manier
van spreken over op een andere manier van spreken. Ethische taal wordt dan verdrongen door een
andere taal. Dat kan op drie manieren gebeuren:
1. Feiten in plaats van waarden/feitendiscussies: Het beschrijven van de stand van zaken is
descriptief (bijv. in kaart brengen hoezeer vrouwen ondervertegenwoordigd zijn in belangrijke
posities) en dit doen empirische wetenschappen. Echter is ethiek normatief (bijv. is het erg dat
vrouwen ondervertegenwoordigd zijn? Wat moeten we er voor over hebben om dat te
veranderen?). Tijdens ethische gesprekken zie je vaker dat normatieve stellingen verward
worden met empirische stellingen. Discussie in waarden veranderen dan in discussies over
feiten.
2. Verpersoonlijking: Mensen koppelen hun standpunt aan persoonlijke factoren/achtergrond. De
algemene strekking gaat dan verlopen. Dat gebeurt bijvoorbeeld op de volgende subtiele
manier. Iemands argument wordt herleid tot zijn persoonlijke achtergrond. Zo kan iemand in
een sollicitatiecommissie pleiten voor een vrouwelijke kandidaat, waarop een ander reageert:
“Dat zeg je omdat je zelf een vrouw bent”. Het argument is dan gereduceerd tot de
persoonlijke achtergrond en daarmee van zijn algemeenheid ontdaan. Een veel voorkomende
manier van verpersoonlijking is zeggen dat ethische standpunten enkel een zaak zijn van
subjectieve meningen. En dat mensen dus zelf wel kunnen uitmaken hoe te handelen. Deze
redenering miskent dat we in ethisch heikele kwesties juist te maken hebben met de oordelen
van anderen en de samenleving. We kunnen ons niet van elkaar afsluiten en ieder zijn eigen
gang laten gaan.
3. Juridisering: We hebben in Nederland een prachtig stelsel van wet- en regelgeving, maar
jezelf beroepen op regels is iets anders dan het voeren van een ethische discussie. Je vlucht
dan in regelingen of procedures zodat over de eigenlijk kwestie niet meer gediscussieerd
wordt. Zo kun je tijdens een sollicitatieprocedure allerlei voorschriften of protocollen over
1
, gelijke behandeling van mannen en vrouwen navolgen. Zeker handel je volgens de regels,
maar handel je ook ethisch goed? Overigens zie je vaak in discussies over de toepassing van
regels de ethische discussie terugkeert.
Hoe praten we dan wel op een goede manier over ethische zaken?
1. We kunnen gebruik maken van grote filosofen. Zij helpen het denken te ordenen en te
structureren. Een aantal filosofen hebben zelfs normatieve theorieën gemaakt die aangeven hoe
te handelen. Deze theorieën komen elders in de cursus aan bod.
2. Vaak staan in ethische gesprekken bepaalde begrippen centraal. Dikwijls zijn dit waarden als
verantwoordelijkheid, respect en vrijheid. Maar wat mensen met deze woorden bedoelen is lang
niet altijd duidelijk. En regelmatig komt het voor dat mensen met zo’n begrip iets anders bedoelen.
Zo is er in discussies over gelijkheid van mannen en vrouwen verwarring over wat voor soort
gelijkheid het gaat. Gelijke posities? Gelijke formele rechten? Gelijke kansen? Gelijke beloning?
En hoe verhouden die zich tot rechtsgelijkheid? Natuurlijk zijn al die gelijkheden belangrijk, maar
het hangt er nogal vanaf of je het accent op het ene of het andere aspect legt. Zo’n analyse en
uitleg van belangrijke begrippen helpt de discussie verder.
“Goede ethiek is filosofische ethiek”
Hoorcollege 1 Wat is ethiek en waar is ze goed voor?
Ethiek is een normatieve wetenschap. Ethiek vraagt naar standaarden en wat mag voor gedrag.
Ethiek vraagt naar wat goed is en hoe het eruit zou moeten zien. Het recht is ook een normatieve
wetenschap. Het recht gaat om wat goed gedrag is.
Waarom ethiek?
Waarom meer aandacht voor ethiek? Structurele factoren in de samenleving!
Wegvallen strakke kaders (religie, politieke ideologieën); we moeten zelf ethisch ‘aan de slag’
(individualisering), vrijheid gaat samen met discussie. Snelle veranderingen roepen nieuwe vragen op
(waarop wet/regelgeving en protocollen niet direct een antwoord hebben): Veranderingen vanwege
globalisering (relativering van eigen cultuur en reactie daarop) en veranderingen vanwege
technologische ontwikkelingen (digitalisering).
Veranderingen in de beroepssector: Verzakelijking (nadruk op effectiviteit/efficiëntie). Meer integrale
aanpak en samenwerking. Wat betekent dat voor de waarden en normen in de beroepsgroepen? Wat
betekent dit voor de privacy van de cliënt (wat wordt gedeeld)? Over deze veranderingen en de
relevante waarden/normen spreken we sowieso. De ethische theorieën helpen de discussie te
structureren, en om een richting te wijzen.
Verkenning: Wat is ethiek?
Bij ethiek gaat het om een bepaalde dimensie van ons handelen die naast andere dimensies staat.
Normen: Standaarden, regels (duidelijk, vast). Er zijn vele soorten normen: juridische, fatsoens-,
veiligheidsnormen etc.
Waarden: Kwaliteiten waarop we gericht zijn (lekker vaag). Waarden kunnen uiteenlopende
betekenissen hebben. In beroepscodes wordt waardigheid omschreven als respect voor:
1. Zelfbeschikking
2. Recht op participatie
3. Behandelen van persoon als geheel
4. Ontwikkelen van de kracht van mensen
Deze vier punten zijn wel in strijd met elkaar. Als iemand dus niet mee wil doen, ga je dan voor de
zelfbeschikking of voor de participatie? Of als je kijkt naar de persoon als geheel. In de
participatiesamenleving kan een persoon juist één klein dingetje kwijt waar hij juist erg goed in is.
Kracht van de mensen moet ontwikkeld worden, maar als mensen niet willen dat hun kracht wordt
ontwikkeld (zelfbeschikking).
Is het bloeiende kind ook het participerende kind?
Alle beroepen hebben kernwaarden (politie: waakzaam en dienstbaar). Soms botsen die waarden met
bijvoorbeeld de werkgever.
2
, Waarden en normen hebben elkaar nodig. Normen zijn nodig om waarden te concretiseren. Waarden
zijn nodig om normen te begrijpen en om ze toe te lichten.
Casus normen - waarden
Conflict in jongerenopvang over ‘je kamer opruimen’ (norm). De groep daagt de groepsleiding uit die
streng optreedt. Uitzichtloos machtsspel ontstaat. Het gesprek wordt verschoven naar achterliggende
waarden: waarom is kamer opruimen belangrijk? Het is gerelateerd aan een ordelijk leven en aan
zelfstandigheid en ontplooiing.
Moraal: Een set opvattingen binnen een groep; ze worden als vanzelfsprekend beleefd. Een botsing
tussen moralen is vaak pijnlijk (in sommige culturen geven ze geen hand of kunnen ze geen nee
zeggen).
Ethiek: (Wetenschappelijke) reflectie.
Ieder mens heeft een moraal en is tot ethiek in staat.
Mensen en dieren
Frans de Waal, etholoog die onderzoek doet naar primaten. Zijn stelling: Dieren hebben ook moraal.
Dat zou blijken uit: https://www.youtube.com/watch?v=meiU6TxysCg&t=3s. Dit filmpje laat zien dat
een aapje doorheeft wanneer het een ander stuk voedsel krijgt dan het ander aapje. Hij weigert dan
de taak te doen (het geven van een steen).
Er zijn wel verschillende interpretaties van dit experiment (we kunnen moeilijk in het brein van het
beest kijken): ‘Ik wil dat’ (niet-morele impuls) en ‘Dit is onrechtvaardig’ (morele overweging).
Waaraan ontlenen we standaarden van goed gedrag?
NB Standaarden van goed en kwaad zijn geen feiten die je kunt onderzoeken (hoogstens kun je
onderzoeken wat mensen vinden van die standaarden, maar de standaarden zelf zijn geen feiten)
Hoe kennen we die standaarden dan?
• Ethische theorieën (ethische theorieën geven een antwoord op dat er standaarden zijn)
• Algemeen aanvaarde waarden in onze samenleving (ook al weten wij dat in andere
samenlevingen/culturen er andere standaarden zijn, dat wij er toch wel geacht worden om
vast te houden aan eigen standaarden. In tijden van globalisering is dit wel lastig. Als we
weten dat het ergens anders beter is, dan gaan we onze eigen standaarden ook relativeren.
Je krijgt dan relativisme. Bijv. hier in Nederland hebben we respect voor een cliënt en in
Afghanistan hebben ze dat niet. Dus waarom zouden we dat in Nederland wel zo houden?
Maar zo werkt het niet. De standaarden in een samenleving zijn echt een uitgangspunt, ook al
zijn er andere standaarden in andere culturen en samenlevingen. Het wordt pas lastig als we
direct te maken hebben met andere culturen en samenlevingen in ons beroep. Dan hebben
we een ethisch dilemma)
Dus: ook al weet ik dat het elders anders gaat, ik heb me wel te houden aan de standaarden
van onze samenleving
• … vertaald naar ons beroep (beroepscode)
Relatie tussen ethiek en sociale wetenschappen
Onderscheid ethiek en sociale wetenschappen
Beide disciplines kijken naar de mens en zijn handelen, maar op een verschillende manier. De sociale
wetenschapper verklaart menselijk gedrag en de ethiek beoordeelt menselijk gedrag.
Een voorbeeld: een ontspoorde jongere… Ethiek: het is fout wat die jongen doet. Sociale wetenschap:
weet je hoe die jongen is opgevoed? Weet je wat de oorzaak is? Wat zit erachter? In de sociale
wetenschap kunnen we er meer begrip voor hebben. Het is niet zo dat je weet waarom hij het doet,
maar je hoeft het niet per se goed te keuren. Hij mag niet ineens dingen doen wanneer hij ontspoord
is.
Sociale wetenschappen Ethiek
Begrijpen van gedrag Beoordelen van gedrag
Kijken naar (mechanismen in) verleden Kijken naar handeling op zich
Neutraal Normatief/waardegeladen
3