Paragraaf 1:
Alle mensen van 65 jaar en ouder krijgen een AOW-uitkering.
De rechten voor de AOW-uitkering worden opgebouwd vanaf 15 tot 65 jaar:
- 2% per jaar dat iemand in Nederland woont.
Sociaal minimum: 70% van het minimumloon.
Voor gehuwden of samenwonenden: 100% van het minimumloon.
AOW: Een uitkering op basis van een verzekering, waarvoor dus premie betaald
moet worden.
2 soorten stelsels:
1. Het kapitaaldekkingsstelsel.
Iedereen die een inkomen heeft, wordt gedwongen een premie te betalen om
later verzekerd te zijn van een inkomen.
2. Het omslagstelsel.
De premies, die nodig zijn om de uitkeringen in een bepaald jaar te betalen,
worden omgeslagen over de personen die in dat jaar een inkomen verdienen.
VB: Je hebt een BBQ en deelt de kosten over het aantal personen.
Betere uitleg soorten stelsels:
1. Het kapitaaldekkingsstelsel.
Werkenden bouwen kapitaal op door sparen en beleggingen. Het kapitaal is
voor henzelf, voor hun pensioen. Meestal is dit geregeld via het
pensioenfonds.
2. Het omslagstelsel.
De groep werkenden betaald voor de groep gepensioneerden. Het is
gebaseerd op solidariteit; Ze zijn gemeenschappelijk verantwoordelijk. De
individuele belangen zijn van ondergeschikt belang.
AOW:
- Voor iedereen
- Geregeld via de overheid
- Door omslagstelsel
- Door vergrijzing → ook deels geregeld door kapitaaldekkingsstelsel.
Pensioen:
- Zelf regelen (pensioenfonds)
- Verplict geregeld via CAO.
Nominaal inkomen: Inkomen in euro’s.
Reeël inkomen: Koopkracht van je inkomen. Hoeveel je van je inkomen kan kopen.