Een stof die hydrofoob is, lost niet op in water.
➢ CH - groepen (zoals bijv. alkanen, vetten en slaolie)
Een stof die hydrofiel is, lost goed op in water.
➢ OH-groepen, NH-groepen & C=O-groepen (carbonzuren)
Soort zoek soort → dus 2 stoffen die hydroob zijn mengen goed met elkaar.
5.2 polaire en apolaire stoffen
In TABEL 40A staat de elektronegativiteit van alle stoffen.
Bij: H—H zijn de elektronen in het midden H:H = apolaire atoombinding
➢ Δe.n < 0,4
Bij H—Cl trekt Cl harder H ∂+ : Cl ∂- = polaire atoombinding
➢ 0,4 < Δe.n < 1,7
○ Degene met de hoogste e.n wordt ∂-
Bij Na+ en Cl- is het verschil zo groot dat het ionen worden = ionbinding
➢ 1,7 < Δe.n
Een dipoolmolecuul heeft twee of meer polaire bindingen en de effecten van de polaire
bindingen heffen elkaar niet op. Een stof die bestaat uit dipoolmoleculen is een polaire stof.
De binding tussen 2 dipoolmoleculen is een dipool-dipool binding
○ De - kant van het ene molecuul trekt de + kant van de andere molecuul aan.
5.3 oplosbaarheid op microniveau
Een waterstofbrug is een sterke dipool-dipoolbinding tussen een H atoom van het ene
molecuul en bijv. een N of een O atoom van het andere molecuul.
➢ De H aan een CH kan geen waterstofbrug vormen!!
○ Een waterstofbrug is sterker dan een dipool-dipoolbinding, dus hoger kookpunt.
○ Als 2 stoffen waterstofbruggen kunnen vormen, mengen ze goed.
In een alkaanzuur is 1 -COOH groep aanwezig, dit is een C met daaraan een OH en een O
met een dubbele binding.
➢ De naam = stamnaam + zuur
Carbonzuren met een korte koolstofketen zijn hydrofiel, en als ze een lange koolstofketen
hebben, zijn ze hydrofoob.
Een aminozuur bestaat uit een aminogroep, de carboxylgroep, en een
overige groep R.
De oplosbaarheid in water varieert en is afhankelijk van groep R
In TABEL 67H1 staan structuurformules van de natuurlijke
aminozuren met hun triviale namen.