Hoofdstuk 17
Monetaire zaken
17.1 Inflatie en deflatie
Hoe kunnen veranderingen in het algemeen prijspeil gemeten en verklaard worden?
RIC = NIC/PIC x 100
NIC: nominaal indexcijfer = euro’s uitgedrukt in verhoudingsgetal
PIC: prijsindexcijfer = 100 + inflatie%
RIC: reële indexcijfer
De consumentenprijsindex (CPI): een gewogen gemiddelde van de prijzen waarmee de consumenten
te maken heeft.
Partiële prijsindices: de prijsindexcijfers van de afzonderlijke producten of productgroepen.
Product Gewicht in Partiële indicies Percentages zijn wegingsfactoren
budget 2015 in 2021
CPI 2021 = 40/100 x 110 + 25/100 x 105 +
A 40% 110
20/100 x 102 + 15/100 x 104 =106,25
B 25% 105
C 20% 102 De CPI is in de periode 2015-
D 15% 104 2021 met 6,25% gestegen
Inflatie is een stijging van de consumentenprijsindex
Deflatie is een daling van de consumentenprijsindex
Andere maatstaven voor inflatie:
- HICP: Geharmoniseerde consumentenindex
o Gebaseerd op het gemiddeld bestedingspatroon in de EU
- Persoonlijke inflatie
- PPI: Producentenprijsindex
o Een index die het prijspeil meet van door Nederlandse ondernemingen verkochte
producten.
o Ook bbp-deflator genoemd
Gevolgen inflatie:
1. Koopkrachtaantasting: de reëel waarde van een nominaal bedrag wordt minder als gevolg
van inflatie
2. Verandering internationale concurrentiepositie: als de prijzen van NL producten stijgen
harder dan die van de buitenlandse concurrenten, bestaat de kans dat de buitenlandse
klanten hun aankopen in een ander land gaan doen NL export neemt af
3. Verandering verhouding schuldenaar en schuldeiser: wie een lening aangaat, moet na
verloop van tijd de nominale waarde terugbetalen maar dat bedrag is na 10 jaar reeel
gezien minder waard geworden
, 4. Effect op inkomensverdeling: niet alle prijzen stijgen doorgaans even hard. Bijv. als een
werknemer een prijscompensatie van 1% krijgt en zijn tandarts verhoogt zijn tarief met 5%,
zullen de inkomensverhoudingen veranderen.
5. Versnelde uitvoer aankopen: als de prijzen zeer snel stijgen, gaan mensen hun aankopen
versneld uitvoeren dit effect doet zich voor in het geval van hyperinflatie.
Waardevast: een inkomen is waardevast wanneer het jaarlijks evenveel toeneemt als de
consumentenprijsindex. het inkomen behoudt zijn koopkracht de hoeveelheid goederen die je
kan kopen blijft gelijk
Welvaartvast: een inkomen stijgt even snel als het gemiddelde loon in het bedrijfsleven (bijv. CAO).
Koopkracht: hoeveel ga je er reëel gezien met inkomen op vooruit
Gevolgen van deflatie:
- De koopkracht van een gegeven nominaal bedrag neemt toe
- De concurrentiepositie op de wereldmarkt kan verbeteren, als de Nederlandse prijzen sneller
dalen dan die van zijn concurrenten op de wereldmarkt
- De reële waarde van een geleend bedrag neemt toe
- De inkomensverhoudingen kunnen veranderen
- Aankopen worden uitgesteld, omdat alles morgen goedkoper is. Deflatie heeft de neiging om
de bestedingen te ontmoedigen.
o Overigens zijn veel economen van mening dat enige deflatie nauwelijks invloed op de
bestedingen heeft
17.2 Oorzaken van inflatie en deflatie
Wat zijn de oorzaken van inflatie, dan wel deflatie?
2 soorten verklaringen voor een toe- of afname van het CPI: veranderingen in de bestedingen en
veranderingen in de kosten
Bestedingsinflatie: inflatie die ontstaat doordat vraag groter is dan aanbod hoogconjunctuur
- Als de bestedingen toenemen (bijv. toename van consumptie, investeringen of
overheidsbestedingen), wordt de output gap kleiner.
- Ondernemingen hebben dan meer moeite om aan de vraag te voldoen, met als gevolg dat de
prijzen gaan stijgen
- Demand pull inflation
Kosteninflatie: inflatie die ontstaat doordat de kosten van de productie stijgen (cost push inflation)
1. Loonkosteninflatie: de loonkosten stijgen
a. Als de lonen sterker toenemen dan de arbeidsproductiviteit, stijgen de loonkosten
per product ondernemers doorberekenen de stijgende loonkosten in hun
verkoopprijzen
2. Winstmarge-inflatie: winstmarge is verhoogd
a. Als een bedrijf met weinig concurrentie heeft te maken, kan het zijn verkoopprijzen
verhogen waardoor het bedrijf meer winst maakt
3. Belastinginflatie: belasting gaat omhoog
Monetaire zaken
17.1 Inflatie en deflatie
Hoe kunnen veranderingen in het algemeen prijspeil gemeten en verklaard worden?
RIC = NIC/PIC x 100
NIC: nominaal indexcijfer = euro’s uitgedrukt in verhoudingsgetal
PIC: prijsindexcijfer = 100 + inflatie%
RIC: reële indexcijfer
De consumentenprijsindex (CPI): een gewogen gemiddelde van de prijzen waarmee de consumenten
te maken heeft.
Partiële prijsindices: de prijsindexcijfers van de afzonderlijke producten of productgroepen.
Product Gewicht in Partiële indicies Percentages zijn wegingsfactoren
budget 2015 in 2021
CPI 2021 = 40/100 x 110 + 25/100 x 105 +
A 40% 110
20/100 x 102 + 15/100 x 104 =106,25
B 25% 105
C 20% 102 De CPI is in de periode 2015-
D 15% 104 2021 met 6,25% gestegen
Inflatie is een stijging van de consumentenprijsindex
Deflatie is een daling van de consumentenprijsindex
Andere maatstaven voor inflatie:
- HICP: Geharmoniseerde consumentenindex
o Gebaseerd op het gemiddeld bestedingspatroon in de EU
- Persoonlijke inflatie
- PPI: Producentenprijsindex
o Een index die het prijspeil meet van door Nederlandse ondernemingen verkochte
producten.
o Ook bbp-deflator genoemd
Gevolgen inflatie:
1. Koopkrachtaantasting: de reëel waarde van een nominaal bedrag wordt minder als gevolg
van inflatie
2. Verandering internationale concurrentiepositie: als de prijzen van NL producten stijgen
harder dan die van de buitenlandse concurrenten, bestaat de kans dat de buitenlandse
klanten hun aankopen in een ander land gaan doen NL export neemt af
3. Verandering verhouding schuldenaar en schuldeiser: wie een lening aangaat, moet na
verloop van tijd de nominale waarde terugbetalen maar dat bedrag is na 10 jaar reeel
gezien minder waard geworden
, 4. Effect op inkomensverdeling: niet alle prijzen stijgen doorgaans even hard. Bijv. als een
werknemer een prijscompensatie van 1% krijgt en zijn tandarts verhoogt zijn tarief met 5%,
zullen de inkomensverhoudingen veranderen.
5. Versnelde uitvoer aankopen: als de prijzen zeer snel stijgen, gaan mensen hun aankopen
versneld uitvoeren dit effect doet zich voor in het geval van hyperinflatie.
Waardevast: een inkomen is waardevast wanneer het jaarlijks evenveel toeneemt als de
consumentenprijsindex. het inkomen behoudt zijn koopkracht de hoeveelheid goederen die je
kan kopen blijft gelijk
Welvaartvast: een inkomen stijgt even snel als het gemiddelde loon in het bedrijfsleven (bijv. CAO).
Koopkracht: hoeveel ga je er reëel gezien met inkomen op vooruit
Gevolgen van deflatie:
- De koopkracht van een gegeven nominaal bedrag neemt toe
- De concurrentiepositie op de wereldmarkt kan verbeteren, als de Nederlandse prijzen sneller
dalen dan die van zijn concurrenten op de wereldmarkt
- De reële waarde van een geleend bedrag neemt toe
- De inkomensverhoudingen kunnen veranderen
- Aankopen worden uitgesteld, omdat alles morgen goedkoper is. Deflatie heeft de neiging om
de bestedingen te ontmoedigen.
o Overigens zijn veel economen van mening dat enige deflatie nauwelijks invloed op de
bestedingen heeft
17.2 Oorzaken van inflatie en deflatie
Wat zijn de oorzaken van inflatie, dan wel deflatie?
2 soorten verklaringen voor een toe- of afname van het CPI: veranderingen in de bestedingen en
veranderingen in de kosten
Bestedingsinflatie: inflatie die ontstaat doordat vraag groter is dan aanbod hoogconjunctuur
- Als de bestedingen toenemen (bijv. toename van consumptie, investeringen of
overheidsbestedingen), wordt de output gap kleiner.
- Ondernemingen hebben dan meer moeite om aan de vraag te voldoen, met als gevolg dat de
prijzen gaan stijgen
- Demand pull inflation
Kosteninflatie: inflatie die ontstaat doordat de kosten van de productie stijgen (cost push inflation)
1. Loonkosteninflatie: de loonkosten stijgen
a. Als de lonen sterker toenemen dan de arbeidsproductiviteit, stijgen de loonkosten
per product ondernemers doorberekenen de stijgende loonkosten in hun
verkoopprijzen
2. Winstmarge-inflatie: winstmarge is verhoogd
a. Als een bedrijf met weinig concurrentie heeft te maken, kan het zijn verkoopprijzen
verhogen waardoor het bedrijf meer winst maakt
3. Belastinginflatie: belasting gaat omhoog