Memo geschiedenis
4/5/6 VWO
H3: De vroege middeleeuwen
3.1 Hofstelsel en horigheid
Op het domein
In de vroege middeleeuwen waren er grote machtsverschillen
De adel en geestelijkheid waren de twee hoogste standen
Vrije boeren, horigen en lijfeigenen
De derde stand werd gevormd door de boeren
Je had vrije boeren, die hadden vrije beschikking over persoon en
goederen, maar wel diensplicht
Twee groepen niet-vrije boeren:
Horigen: halfvrij, eigen beschikking maar mochten niet zelf ergens
wonen
Lijfeigenen: knechten, werkten in volle macht van de heer
Hofstelsel
Al deze mensen waren verbonden aan het domein, het grondgebied van
de heer
In de economie stond het domein zo centraal, dat het word aangeduid met
hofstelsel
Het domein bestond uit 3 delen:
Het vroonhof, voor gebruik van de heer zelf
Akkers van de boeren
Woeste brond, ongerepte natuur
Van agrarisch-urbaan naar agrarisch
In de vroege middeleeuwen ontstond een vrijwel volledige agrarische
samenleving, terwijl er tijdens het romeinse rijk nog sprake was van een
agrarisch-urbane samenleving
Boeren waren in het hofstelsel zelfvoorzienend; autarkie
Veranderingen in de vroege middeleeuwen
Ontstaan van het hofstelsel
Vanaf de 3e eeuw werd het moeilijker centraal gezag uit te voeren,
waardoor het erg onrustig werd
Doordat reizen moeilijker werd kromp de handel