Nederland
Plakkaat van Verlatinghe (1581)
Een koning hoort zijn onderdanen te beschermen. Indien hij hen onderdrukt, heeft het volk
het recht om hem af te zetten en te vervangen voor een andere soeverein.
Tachtigjarige oorlog
De Nederlanden kwamen in opstand tegen de koning van Spanje. De strijd werd
geleid door Willem van Oranje.
1579: Unie van Utrecht (met o.a. de gewesten Holland en Zeeland) bondgenootschap
Samen vochten zij tegen hun landsheer, de Spaanse koning, Filips II.
Opstandelingenleider Willem van Oranje verbannen.
1581: gewesten braken met Filips II (Plakkaat van Verlatinghe).
1584: Willem van Oranje vermoord, betaald door Filips II.
1588: opstandelingen vormen samen de Republiek der Zeven Verenigde
Nederlanden.
Nakomelingen van Willem waren de stadhouders; zij hadden minder macht dan de
absolute vorsten in het buitenland. Ze deelden hun macht met invloedrijke regenten
in de gewesten.
Tijd van pruiken en revoluties: opstand patriotten tegen stadhouders en regenten.
De ontwikkeling van een democratische rechtsstaat in Nederland begon.
Grondwet
De hoogste wet in een rechtstaat.
Hierin zijn de uitganspunten van de rechtsstaat.
Andere wetten worden hiervan afgeleid.
Wetten gelden voor alle inwoners & de overheid.
Iedereen is voor de wet gelijk.
Vastgelegd: rechterlijke macht is onafhankelijk van overheid.
Vastgelegd: overheid moet verantwoording afleggen aan volksvertegenwoordiging.
Internationale afspraken om de rechtsstaat te beschermen.
Grondrechten
Recht om te demonstreren (mag, maar zonder wetsovertredingen).
Vrijheidsrechten
vrijheid van drukpers en meningsuiting
, vrijheid van godsdienst en levensovertuiging
vrijheid van vereniging
briefgeheim
beginsel dat je niet mag discrimineren
samen: klassieke grondrechten
bescherming van de individuele burger tegen overheid.
Overheid mag zich niet bemoeien met geloof/mening, etc.
Politieke rechten: burgers kunnen deelnemen aan besluitvorming.
Algemeen kiesrecht, sinds 1919 (volksvertegenwoordiger kiezen of worden) of
verzoekschrift aanbieden aan Tweede Kamerlid.
Sociale rechten, sinds 1983, verplichten overheid tot beleid voor zorg,
bestaanszekerheid, arbeid, onderwijs, werkgelegenheid, volksgezondheid.
Parlementaire democratie
Representatieve parlementaire democratie, met parlement (1e en 2e Kamer) als hoogste
controleorgaan. Hierin zitten gekozen volksvertegenwoordigers.
1828: rechtstreeks gekozen bestuurders van woonplaats, provincie en land.
Politieke partijen
Door media wordt de aandacht verschoven naar de leiders van de politieke partijen.
Televisie, verkiezingsposters, nemen vaak het woord.
Regering komt tot stand op basis van krachtsverhoudingen tussen politieke partijen die
samen een meerderheid in de Tweede Kamer hebben.
Politieke partijen vormen basis van ons politieke stelsel.
Het denken over staat en onderdanen
De wortels van democratie
Geschiedenis van democratische rechtsstaat begint in Klassieke Oudheid.
Griekenland was verdeeld in stadstaten, met Athene als grootste en invloedrijkste.
Griekse woord voor stadstaat = polis politiek.
Het functioneren van de burger in de polis (actief in bestuur stad).
Democratie werd mogelijk doordat Atheense mannen konden lezen en schrijven
meedenken over geschreven recht & door de afschaffing van de horigheid. Vrije boeren
roeiers op de oorlogsschepen <------> deelnemen aan bestuur + betaalde politieke functies.
, Letterlijk: democratie= het volk regeert.
Basisvoorwaarden democratie: voldoende onderwijs, vrije burgers en betaalde functies.
Directe democratie: persoonlijke deelname (vroeger aan volksvergaderingen).
Romeinen: res publica (gemeenschappelijke zaak) bestuur onder leiding van jaarlijks
gekozen consuls. Volksvergadering weinig invloed. Macht in handen van senaat (met rijkste
families). Rome was dus een oligarchie: regering van een kleine groep rijken.
Staatsvorming in de Middeleeuwen
Volksverhuizingen ondergang West-Romeinse Rijk.
Franken stichtten Gallië. Koningen controle door mensen aan zich te binden: vazallen
legden een eed van trouw af in ruil voor een leen leenstelsel & feodalisme.
Leenmannen vaak niet trouw, hadden het gehele bestuur over hun gebied.
Engelse koning gedwongen om Magna Carta te tekenen (1215): voor het eerst was de
koning officieel gebonden aan op schrift vastgelegde afspraken.
Lodewijk XI vroeg belasting aan steden en leende geld verbetering leger en
ambtenaren betalen.
Vorsten streefden ernaar de macht van de adel terug te dringen verzet.
Bourgondië: Staten-Generaal sinds 1464, met vertegenwoordigers van de gewesten.
Renaissance: eerste geschriften over machtsverhouding staat <-----> onderdanen.
Boekdrukkunst denkbeelden sneller en grootschaliger verspreid.
Machiavelli over de macht van de vorst
Beïnvloed door humanisme.
Italië door corruptie in bepaalde situatie tijdelijk een krachtige agressieve
alleenheerser noodzakelijk machiavellisme.
Machiavellistische politicus: sluwheid, “het doel heiligt de middelen”.
Vorst = leeuw & vos (kracht en sluwheid).
Onder ongewone omstandigheden moet een heerser zonder gewetensbezwaren
werken. Politicus moet vuile handen durven te maken.
Hobbes over de sterke staat
Hoofdzaken onenigheid: wedijver (aanvallen voor winst), wantrouwen (veilig leven) & trots
(reputatie hooghouden).
Hobbes leefde in Engeland, in een tijd met veel burgeroorlogen.
Zijn denkbeelden stonden in het teken van angst voor burgeroorlogen en anarchie.
Centrale vraag: hoe kan de vrede bewaard blijven?
Denkbeeldige natuurtoestand: iedereen vrij en gelijk.