naar de Joodse markt en waar normaal zo veel mensen waren, was het haast uitgestorven. Er waren
mensen die toezicht hielden op de markt. Ik vroeg aan mijn moeder waar iedereen was. Ze
antwoorde dat er alleen nog maar joden mochten komen. Toen ik vroeg waarom dat zo was
antwoorde ze echter niet. Inmiddels zou ik dat niet erg meer vinden. Ik zou al lang blij zijn dat ik naar
de Joodse markt mocht, maar van mijn ouders mogen ik en mijn zusje niet meer alleen naar buiten.
Ze zijn bang dat we onze Jodenster of ons persoonsbewijs zullen vergeten, we een mof zullen
tegenkomen en ze ons überhaupt niet meer terug zullen zien. Ze hebben nog wel meer zorgen:
Gisteravond zag ik mijn vader met het Joodsche weekblad in zijn hand en mijn moeder was aan het
huilen. Toen ze zagen dat ik er was, werd ik meteen naar boven gestuurd, Maar ik merk echt wel dat
er iets aan de hand is.”
“In het weekblad stond dus een oproep om naar station Muiderpoort te komen en vanaf daar naar
een kamp gedeporteerd te worden. Ik ben nu samen met mijn zusje op de crèche, dat is de
dependance van de schouwburg, waar mijn ouders zich nu bevinden. Ik weet niet wat er nu gaat
gebeuren, maar de mensen hier zijn aardig en we hadden het zeker slechter kunnen treffen”
“De directeur heeft me verteld dat hij een verzetslid is en dat hij mij en mijn zusje wil laten
onderduiken. Morgenavond worden we als alles goed gaat opgehaald door leden van het verzet, bij
het muurtje van de crèche en meegenomen naar een veiligere plek.”
“Mijn zusje is veilig. De verzetsleden hebben haar over het muurtje getild en meegenomen. Voor mij
was het plan om weg te gaan als de tram er was, zodat bewakers van de schouwburg geen zicht op
me hadden. De tram echter stopte niet en ik werd samen met een ander meisje gezien, opgepakt en
naar station Muiderpoort gebracht. Een mof heeft het horloge dat ik van oma had gekregen
ingenomen. Ik zit nu in een trein vol met mensen, van baby’s tot bejaarden. Ik weet niet waar we
heen gaan, maar het kan vast niet goed zijn.”
“We zijn op kamp Westerbork, na de registratie werd ik naar een barak vol met kinderen gestuurd. Ik
wist niet wat ik zag: Broodmagere jongentjes en meisjes rillend onder een lapje stof lagen. Ik vraag
me af of ze überhaupt doorhadden dat ik binnenkwam. Samen met 4 andere meisjes werd ik meteen
aan het werk gezet. We moesten helpen in de wasserij. Ik vond het verschrikkelijk, maar als ik hoorde
wat anderen moesten doen besefte ik me maar al te goed dat ik mega mazzel had. De zondag middag
was het hoogtepunt. Dan was er voetbal en gymnastiek. Maar ook was er cabaret door Joodse
gevangenen. 1 keer heb ik daar mijn moeder gezien, ze was doodop en mager. Sindsdien ga ik elke
zondag kijken of ik haar zie, maar na die ene keer heb ik haar nooit meer gezien. Ik vrees het ergste.
Bij gymnastiek viel ik en heb ik mijn arm gebroken. Ik werd meteen verplaatst naar de ziekenbarak.”
“De hele ziekenbarak wordt gedeporteerd naar een speciaal kamp: Auschwitz. Ik hoop dat er daar
wat betere zorg en voedselvoorziening is. We vertrekken morgen.”
“Het is niet zo’n druk kamp als Westerbork gelukkig. Ik denk dat het een leuker kamp is, want er is al
aangekondigd dat we morgen eindelijk lekker mogen douchen. Ik kan me de laatste keer dat ik
gedouched heb niet eens meer herinneren. Ik ga me er lekker op verheugen.”