AANTREKKELIJK FORMULEREN
Varieer in woordkeus, zinsopbouw (OPA, APO, POA & PA) & zinslengte (Enkelvoudig of samengesteld)
Voorbeelden
Woorden horen bij elkaar > Zet ze bij elkaar
Verband Signaalwoorden
Opsomming Om te beginnen, ook, bovendien, daarnaast,
vervolgens, verder, ten slotte, en
Tegenstelling Maar, toch, daar staat tegenover, echter
desondanks, aan de een/andere kant
Tijd (Chronologie) Eerst, daarna, dan, toen, eens, vroeger, nu, ooit,
later, voordat, nadat, uiteindelijk
Oorzaak-Gevolg Daardoor, doordat, als gevolg van
Reden Daarom, dus, omdat, want, namelijk, immers
Voorbeeld Zo, bijvoorbeeld, neem nou, zoals
Conclusie/ samengevat Kortom, dus, daarom, met al, samengevat
Voorwaarde Als …. Dan, indien, tenzij, wanneer
LIJDENDE VORM
1. Als het onbekend/ onbelangrijk/ overduidelijk is wie de handeling uitvoert
2. Als je de handeling centraal wilt stellen i.p.v. de handelende persoon
3. Om onduidelijkheid te vermijden
INCONGRUENTIE
Als persoonsvorm niet congrueert (Getal) met onderwerp
1. Onderwerp lijkt meervoud
2. Persoonsvorm & onderwerp staan ver uit elkaar
3. Meewerkend voorwerp wordt als onderwerp gezien
VERWIJSWOORDEN
Enkelvoud, mannelijk Hij, hem, zijn Deze, die
Enkelvoud, vrouwelijk Zij, ze, haar Deze, die
Enkelvoud, onzijdig Het, zijn Dit, dat
Meervoud Zij, ze, hen, hun Deze, die
Uitgangen die aanduiden dat iets vrouwelijk is
heid/ nis/ ing/ st/ schap/ te/ de/ ie/ ij/ iek/ theek/ teit/ uur
hen na voorzetsel of als lijdend voorwerp
hun als bezittelijk voornaamwoord of meewerkend voorwerp
Wat > dat, datgene / alles, iets, niets, het enige / overtreffende trap / hele zin
Daar / waar + voorzetsel > dieren en dingen
Voorzetsel + wie > personen