SAMENLEVING EN IK
IDENTITEIT
Referentiekader – manier waarop iemand naar de wereld kijkt, je sociale bril
Identiteit – beeld wat iemand van zichzelf heeft, dat hij uitdraagt, anderen voorhoudt, kenmerkend
beschouwd voor eigen persoon en dat is afgeleid van iemands perceptie over groepen waar hij
wel/niet deel van uitmaakt
Persoonlijke identiteit – zelfbeeld (wordt beïnvloed door houding omgeving)
Sociale identiteit – deel van iemands identiteit dat past bij de groepen waar hij bij hoort
(groepsidentificatie) > versterkt persoonlijke identiteit
Collectieve identiteit – beeld wat anderen kenmerkend vinden voor een groep en ze hebben
verwachtingen van het gedrag van de groep
Collectieve identiteit kan botsen met persoonlijke (terror-moslims)
Persoonlijke identiteit opgeven door sociale (sekten)
Allochtonen moeten volledig aanpassen, dus persoonlijke achterlaten voor collectief
WETMATIGHEID
Wetmatigheid in natuurwetenschappen = natuurwet (geen uitzonderingen)
Maatschappijwetenschappen wetmatigheid = kans (waarschijnlijk maar niet zeker)
Verbanden leggen tussen variabelen – kenmerk van actor of samenleving en kan variëren (gewicht,
inkomen, opleidingsniveau)
Afhankelijke variabele = wat wil ik onderzoeken
Onafhankelijke variabele = met welke variabele ga ik de afhankelijke variabele meten
SOCIALISTATIE
= Gedrag aanleren en aangeleerd krijgen, het proces van samenleven
1. Overdracht: Mensen(socialisatoren) brengen cultuur van groep/samenleving over aan nieuwkomers
(samenlevingsperspectief)
2. Verwerving: Mensen nemen cultuur van groep/samenleving over en maken het eigen door
internaliseren (waarden en normen die ergens bij horen nemen mensen over en maken een cultuur
eigen) (individueel belang)
SOCIALISTATIE
Primaire socialisatie – tussen mensen direct met elkaar verbonden via persoonlijke en emotionele
band. Socialisatie is informeel
Secundaire socialisatie – in formele sfeer, Het overnemen van normen en waarden van een groep.
Binding versterkt door collectieve rituelen
Tertiaire socialisatie – door anonieme socialisatoren, gebeurt impliciet (lezen, mediaoverheid)
Politieke socialisatie – politieke cultuur met regels/ tradities. Opleidingsniveau, sociaal-economische
klasse, school en soort politieksysteem hebben invloed op politieke opvattingen.
, Enculturatie – cultuur aanleren van het land waarin je geboren bent
Acculturatie – aanleren van cultuur die nieuw is voor mensen (migranten)
CONCEPTUEEL MODEL EN HYPOTHESE
Invloed van variabelen op elkaar weergeven in conceptueel model
Soort school Mate van gepest worden
Hypothese – toetsbaar idee over de werkelijkheid (kinderen op het Hbo worden meer gepest dan
kinderen op de universiteit)
Hypothese hoeft niet waar te zijn > aangenomen of verworpen
Variabele kan te maken hebben met meerdere zaken (mediaopvoeding > aantal tv’s, soort
programma’s, hoeveel voorgelezen etc.)
+ = positief verband, - = negatief verband, 0 = geen verband
TEGENDRAADS
Wetmatigheden hebben uitzonderingen = tegendraads gedrag
Jean-Marc Bosman zorgt voor transfervrij zijn na contract > hoger salarissen
Studentenkorpsen als strandwacht leren geheimtaal aan en leren dat aan nieuwkomers
Repressief = negatieve sancties/ weinig vrijheid/uitleg over regels
Participatief = positieve sancties/ zelfstandigheid belangrijk
H2 – DE SAMENLEVING EN WIJ
SOORTEN BINDINGEN
Affectieve bindingen – Emotionele bindingen (vrienden, familie)
Cognitieve bindingen – Kennis bindingen (leraren, dokters)
Economische bindingen – Werk, goederen nodig voor bestaan bindingen (bouwvakker, bank)
Politieke bindingen – bindingen te maken met zaken die geregeld moeten worden op gebied van
collectieve goederen (alleen door overheid)
GROEPSVORMING
Groepsvorming = bindingen die tussen meer dan 2 mensen tot stand komen doordat ze elkaar
beïnvloeden en gemeenschappelijke waarden en normen ontwikkelen
Mensen passen gedrag aan groepsnorm en beïnvloeden die zelf ook weer
FORMELE EN INFORMELE GROEPEN
Informele groep – mensen voelen zich emotioneel verbonden, geen officiële afspraken (vrienden)
Formele groep – groepen met vastgelegde regels met bepaalde hiërarchie (sportclub, klas)