H3 NASK
PARAGRAAF 1
water heeft 3 vormen, ijs als het een vaste stof is, water als het een vloeistof
is, en waterdamp als t een gas/in de lucht is
Ijskristallen zijn de vaste fase van een stof
bij sneeuw zijn ze 6 hoekig,
andere kristallen bv zoutkristallen kan je met t blote oog zien
er zijn 6 soorten neerslag:
Regen, Hagel, Sneeuw(bekendste)
maar ook:
Dauw (kleine waterdruppels die bv op gras ontstaan)
rijp (ijs kristallen op bv taken)
Ijzel (koude regen die direct bevriest waardoor er een ijslaag onstaat)
PARAGRAAF 2: Tempratuur
Vloeistof Thermometer:
Het heeft een reservoir en een stijgbuis, (reservoir gefullt met gekleurd alcohol)
Als het warm wordt zet de alcohol uit en stijgt het in de stijgbuis.
Er is ook een schaalverdeling om de tempratuur af te lezen.
Thermometer Ijken(CelciusSchaal):
als je een thermometer hebt zonder schaal moet je het zo ijken:
Gebruik Smeltend ijs(Ijswater) en zet de thermometer daarin, Dat is 0 Graden
Celcius.
Laat vervolgens water koken, laat en zet de thermometer erin, De plek wat de
Thermometer aangeeft is 100 Graden Celcius
(Electronische Thermometer (Bonus))
(het heeft een sensor die de tempratuur opmeet
een klein computer deeltje die vertaalt het naar een getal en laat het zien op de
scherm)
Paragraaf 3: FaseOvergangen
een fase kan overgaan in een andere fase: dit wordt een faseovergang genoemt
De Drie fase overgangen moet je kennen dat is als volgt: Gas, VloeiStof, Vaste
stof.
dit zijn de overgangen
Gas->Vloeistof = Condenseren
Vloeistof->Gas = Verdampen
VasteStof->Gas = Vervluchtigen
Gas->VasteStof = Rijpen
VasteStof->VloeiStof = Smelten
VloeiStof->VasteStof = Bevriezen/Stollen
PARAGRAAF 1
water heeft 3 vormen, ijs als het een vaste stof is, water als het een vloeistof
is, en waterdamp als t een gas/in de lucht is
Ijskristallen zijn de vaste fase van een stof
bij sneeuw zijn ze 6 hoekig,
andere kristallen bv zoutkristallen kan je met t blote oog zien
er zijn 6 soorten neerslag:
Regen, Hagel, Sneeuw(bekendste)
maar ook:
Dauw (kleine waterdruppels die bv op gras ontstaan)
rijp (ijs kristallen op bv taken)
Ijzel (koude regen die direct bevriest waardoor er een ijslaag onstaat)
PARAGRAAF 2: Tempratuur
Vloeistof Thermometer:
Het heeft een reservoir en een stijgbuis, (reservoir gefullt met gekleurd alcohol)
Als het warm wordt zet de alcohol uit en stijgt het in de stijgbuis.
Er is ook een schaalverdeling om de tempratuur af te lezen.
Thermometer Ijken(CelciusSchaal):
als je een thermometer hebt zonder schaal moet je het zo ijken:
Gebruik Smeltend ijs(Ijswater) en zet de thermometer daarin, Dat is 0 Graden
Celcius.
Laat vervolgens water koken, laat en zet de thermometer erin, De plek wat de
Thermometer aangeeft is 100 Graden Celcius
(Electronische Thermometer (Bonus))
(het heeft een sensor die de tempratuur opmeet
een klein computer deeltje die vertaalt het naar een getal en laat het zien op de
scherm)
Paragraaf 3: FaseOvergangen
een fase kan overgaan in een andere fase: dit wordt een faseovergang genoemt
De Drie fase overgangen moet je kennen dat is als volgt: Gas, VloeiStof, Vaste
stof.
dit zijn de overgangen
Gas->Vloeistof = Condenseren
Vloeistof->Gas = Verdampen
VasteStof->Gas = Vervluchtigen
Gas->VasteStof = Rijpen
VasteStof->VloeiStof = Smelten
VloeiStof->VasteStof = Bevriezen/Stollen