Week 1 Inleiding
Goed (art. 3:1 BW): Goederen zijn alle zaken en vermogensrechten. Goederen zijn
dus alle zaken (art. 3:2 BW) en vermogensrechten (art. 3:6 BW).
Onroerende zaak (art. 3: 3 lid 1 BW): een zaak dat duurzaam met de grond is
verenigd (arrest Portacabin)
Roerende zaak (art. 3: 3 lid 2 BW): een zaak dat geen onroerende zaak is en niet
duurzaam met de grond is verenigd.
Register goed (art. 3:10 BW): goederen waarvan voor overdracht of vestiging van
beperkte rechten inschrijving van een opgemaakte notariële akte in de daartoe
bestemde openbare registers noodzakelijk is.
Bij vermogensrechten kan je denken aan een hypotheekrecht, een vorderingsrecht,
beperkte rechten of octrooirechten en auteursrechten.
Absoluut recht: handhaven tegen iedereen, recht kan tegen iedereen worden
ingeroepen.
Relatiefrecht: recht dat tegen een bepaald persoon kan worden ingeroepen.
Beperkt recht (art. 3:8 BW): recht dat is afgeleid uit een meer opvattend recht,
hetwelk met het beperkte recht is bezwaard. Bestaand uit genotsrechten en
zekerheidsrechten. Er wordt een stuk bevoegdheid weggegeven.
Zakelijk recht (art. 3:2 BW): zaken zijn voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke
objecten. Moet op een zaak rusten.
Arrest: Portacabin
- Art. 3: 3 BW
In dit arrest rees de vraag of een portacabin roerend of onroerend was. Ook in de praktijk
heeft dit onderscheid een grote betekenis. Zo moeten onroerende zaken WOZ-belasting en
overdrachtsbelasting betalen. In art. 3:3 lid 1 BW staat dat onroerend zijn: de grond, de nog
niet gewonnen delfstoffen, de met de grond verenigde beplantingen, alsmede de gebouwen
en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door
, vereniging met andere gebouwen of werken. In dit arrest geeft de Hoge Raad invulling aan
het begrip ‘duurzaam met de grond verenigd’.
Beoordeling door de Hoge Raad: Art. 3:3 lid 1 BW bepaalt dat gebouwen en werken die
duurzaam verenigd zijn met de grond, onroerend zijn. De Hoge Raad geeft invulling aan de
woorden ‘duurzaam verenigd met de grond’. Bepaald werd dat een gebouw of werk
duurzaam verenigd kan zijn met de grond, in de zin van art. 3:3 lid 1 BW, doordat het naar
aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. Dit wordt het
‘bestemmingscriterium’ genoemd.
Stappenplan bestanddeel art. 3:4 BW
Natrekking art. 5:3 BW art. 5:14 jo. Art. 5:16 BW
1) Art. 3:4 lid 2: beschadiging van betekenis, als het niet zonder beschadiging kan
worden gehaald is het een bestanddeel
2) Art. 3:4 lid 1: verkeersopvattingen HR Depex/curatoren:
a. Gebouw of werk incompleet/ onvoltooid zonder bestanddeel
b. In constructief opzicht op elkaar afgestemd. Moet geheel bij elkaar behorend
zijn.
3) Arrest Sleepboot Egbetha
Eigendom
Art. 5:1 lid 1 en lid 2 BW: eigendom is het meest omvattende recht; exclusief gebruiksrecht.
Art. 5:1 lid 2 BW categorieën:
- Rechten van anderen: vaak door eigenaar zelf aan anderen gegeven
- Wettelijke voorschriften: bijvoorbeeld monumenten wet
- Regels van ongeschreven recht:
o Misbruik van recht art. 3:13 BW
Uitoefening met geen ander doel dan ander schaden: HR Watertoren
II er is geen redelijk belang van die watertoren
Uitoefening met ander doel dan daarvoor verleend
Onevenredigheid belangen: HR Grensoverschrijdende garage
o Hinder: aantasting
Art. 5:37 BW, naburig erf
Art. 6:162 BW: onrechtmatige daad
HR Kraaien en roeken: hinder van kraaien en roeken door een
vuilstort bedrijf. Het belang van de ander werd zo aangetast dat de
activiteit moet worden gestopt. De vergunningsverlening heeft daarbij
geen toepassing.
HR De grensoverschijdende garage: belangenafweging
In art. 3:13 lid 2 BW staan namelijk gevallen genoemd waarin er sprake is van misbruik van
recht. Een bevoegdheid kan onder meer misbruikt worden ingeval men, in aanmerking
nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat
daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen (art.
3:13 lid 2 BW).
HR Watertoren II
De Watertoren-arresten gaan over het misbruik van (eigendoms)recht. Het eigendomsrecht
van de eigenaar is niet onbeperkt. Dit volgt uit art. 5:1 lid 2 BW.
HR Kraaien en roeken