DOSSIER
Ard, Siem, Mart
Meneer Scholten
,Inhoud
Inleiding.......................................................................................................... 2
opdracht 2 ...................................................................................................... 3
Opdracht 4 ...................................................................................................... 4
Opdracht 15 .................................................................................................... 4
Opdracht 22 .................................................................................................... 4
Opdracht 28 .................................................................................................... 4
Opdracht 32 .................................................................................................... 7
Opdracht 39 .................................................................................................... 7
Opdracht 60.1 DNA........................................................................................... 8
60.2 ............................................................................................................... 8
Opdracht 61 .................................................................................................... 9
Opdracht 62 .................................................................................................. 10
,Inleiding
Wij zijn Ard, Siem en Mart en dit dossier hebben we ingezet hoe ons forensisch
onderzoek verliep. Naar aanleiding van de moord op Paul de Koning hebben wij een
onderzoek uitgevoerd om erachter te komen wie de dader is van de moord. Dit gaan wij
doen door middel van het maken van opdrachten en experimenten. En op deze manier
hopen wij erachter te komen wie de dader is.
, Opdracht 2
Bewijsmateriaal Stra Vinger Zwarte stift Bodem Witte stof Bloedkleurig DNA Voetsporen Sporen Vuurwapen
f e vlekken huls en
Bla Afdruk Vergunning
kogel
d
Marcel Jansen Nee Vinger02 STIFT01 BODEM01 Vergunning
(0.45 kaliber)
Margot de Vries Nee BODEM02
Lotte Schippers Nee STIFT02 BODEM03 Stof02 Vergunning
Rob Schippers Ja Vinger01 BODEM04 Stof01 Bloed
Brian Chippolini Nee BODEM05 Vergunning
(0.22 kaliber)
Luuk Hogenkamp Nee BODEM06
Tess Hogenkamp Nee Vinger04 STIFT03 BODEM07
Frits van der Wiel Ja Vinger05 STIFT05 BODEM08 Stof05
Susan de Winter Nee Vinger06 STIFT05 BODEM09 Stof04 Bloed
Overeen
met
(Bodem11)
Irma Koning (zus) Nee
Bert Koning Nee
(broer)
Marloes Koning- Nee
Seiger
Paul Koning Nee Vinger03 BODEM10
Plaats Delict (PD) BODEM11
,Opdracht 4
Het tijdstip dat wij hebben berekend dat Paul dood is gegaan is 4:34 uur en dat komt
niet overeen op het moment dat er geschoten werd, want dat was om 19:50.
Opdracht 15
Op het plaats delict hebben wij verschillende vingerafdrukken geclassificeerd en deze
vergeleken met die van de verdachten. Hieruit zijn er meerdere matches gekomen van
de aangetroffen vingerafdrukken op het PD zoals die de vingerafdruk van Paul de koning
op het stuur van de auto, de vingerafdruk van Tess Hogenkamp op de bekleding op de
stoel van de bijrijder in de auto, de vingerafdruk op de achter bank van de auto is van
Frits van de Wiel en de vingerafdruk van Luuk Hogenkamp op de achterklep van de
auto.
Als je nu naar de matches kijkt van de vingerafdrukken op het PD dan lijkt het erop dat
Frits van der wiel de moordenaar is omdat hij in de auto is geweest terwijl hij hier niet
had mogen komen. Echter is alleen het bewijs van de vingerafdruk nog niet genoeg om
te zeggen dat Frits de moordenaar is want daar zou dan nog meer bewijs voor nodig zijn
om Frits van der Wiel te veroordelen van de gepleegde moord. Deze kennis draagt
echter wel bij aan het oplossen van de gepleegde moord. Want we weten nu wel welke
personen waar zijn geweest, maar dit hoeft niet te betekenen dat de personen op de
plek waren tijdens de moord op Paul de koning. Dus daarom hoeft het niet meteen te
betekenen dat Frits de moordenaar, omdat daar nog niet genoeg informatie voor is,
maar Frits zou het dus misschien wel kunnen zijn.
Opdracht 22
Nadat wij het bodemonderzoek gedaan hebben, zijn wij erachter gekomen dat de
bodem onder Suzan de Winter overeenkomt met de bodem van het plaats delict. De
bodems van Suzan de Winter en PD hebben verschillende kenmerken die
overeenkomen met elkaar. Ook denken wij dat Paul de Leeuw zelf naar de plaats
toegelopen is waar hij is doodgeschoten. Omdat de ph waarde en de structuur van de
bodem van Paul de Leeuw overeenkomt met de bodem van het plaats delict.
Opdracht 28
Fase 1 Oriëntatie
, Uit deze 5 stoffen moeten we erachter komen welke stof we hebben
STOF1 is NaCl
STOF2 is CaCO3 (krijt)
STOF 3 is Na2CO3 (soda)
STOF 4 is C5H12O6 (poedersuiker)
STOF 5 is C6H8O7 (citroenzuur)
Hoofdvraag: welk poeder is er aangetroffen op het lichaam van Paul
Hypothese: Wij verwachten dat de stof poedersuiker of zout is, want hier moet je de
meeste stappen voor doen
Planning
Als eerst gaan we de stof oplossen in water en als de stof niet oplost dan weten we
zeker dat het krijt is. Als de stof wel oplost dan is het: citroenzuur, NaCl, soda of
poedersuiker. Wanneer het dan wel oplost dan gaan kijken naar de ph waarde van de
stof als het 2 is dan is de stof citroenzuur en als het 7 is dan is het poedersuiker of zout
als dit het geval is dan gaan we kijken naar de geleidbaarheid van de stof, want de
geleidbaarheid van zout is 4000 en poedersuiker geleid niet
Uitvoering
Waarnemingen
Stap 1
De stoffen: NaCl, Na2CO3, C5H12O6, C6H8O7 en de onbekende stof lossen allemaal
op in water. CaCO3 daarentegen lost niet op in water, dus die stof die valt zoals in de
planning staat af.
Stap 2
De PH waarde van de onbekende stof was 7 en die van
STOF01 (NaCl) was 7
STOF03 Na2CO3 was 11
STOF04 (poedersuiker) was 7
STOF05 (citroenzuur) was 2