Bsm hoofdstuk 2
Verbale communicatie: via taal.
Non-verbale communicatie: alle communicatie die geen gebruik maakt van
taal of tekens.
Soorten lichaamstaal:
1. Uiterlijk: het uiterlijk bepaald voor een groot deel wat mensen
denken. Je heb als snel een mening over iemand als je diegene ziet
2. Kleding: de gekozen kleding door iemand zegt al snel wat over hoe
iemand is. Zie jij bijvoorbeeld iemand met een trainingsbroek, trui en
een fluit om z’n nek, dan denk je waarschijnlijk dat het een
gymdocent is.
3. Kleur kleding: de kleur zegt ook wat over een persoon. Iemand die
bijvoorbeeld rouwt draagt al snel zwarte kleding.
4. Lichaamshouding: aan de houding van een persoon kan je al snel
zien hoe iemand zich voelt. Heeft de persoon zijn schouders naar
beneden en sloft die een beetje, dan zal die waarschijnlijk moe of
verdrietig zijn.
5. Gebaren: ze worden vaak gegeven met handen om een verhaal
duidelijker te maken. Gebaren kunnen ook laten zien hoe iemand
zich voelt. Een zenuwachtig persoon zou waarschijnlijk aan het
friemelen zijn of aan het trillen.
6. Gezichtsuitdrukking: het gezicht laat makkelijk emoties zien zoals
boos, blij, verdrietig enzovoort. De mond en de ogen zijn de
belangrijkste instrumenten hiervoor.
7. Stemgebruik: je stem heeft een invloed op hoe je bepaalde woorden
over brengt.
8. Toonhoogte: een lage stem zal snel als een zekere, rustige stem
overkomen. Een hoge stem zou snel als komisch overkomen.
9. Volume: als je boos bent ga je vaal harder praten. Aan de andere
kant als je zachtjes gaat praten kan het helpen om de aandacht te
krijgen.
Voor een goeie groepsvorming moet je 5 fases door gaan:
Fase 1: forming. De basis word gelegd van de groep. De mensen zien
elkaar voor het eerst en zijn allemaal nog een individu. Vooral de non-
verbale communicatie speelt een grootte rol. Hoe gedraagt iedereen zich?
Wie praat er veel? Wie doet er grappig? Iedereen is aan het aftasten hoe
iedereen op elkaar reageert.
Verbale communicatie: via taal.
Non-verbale communicatie: alle communicatie die geen gebruik maakt van
taal of tekens.
Soorten lichaamstaal:
1. Uiterlijk: het uiterlijk bepaald voor een groot deel wat mensen
denken. Je heb als snel een mening over iemand als je diegene ziet
2. Kleding: de gekozen kleding door iemand zegt al snel wat over hoe
iemand is. Zie jij bijvoorbeeld iemand met een trainingsbroek, trui en
een fluit om z’n nek, dan denk je waarschijnlijk dat het een
gymdocent is.
3. Kleur kleding: de kleur zegt ook wat over een persoon. Iemand die
bijvoorbeeld rouwt draagt al snel zwarte kleding.
4. Lichaamshouding: aan de houding van een persoon kan je al snel
zien hoe iemand zich voelt. Heeft de persoon zijn schouders naar
beneden en sloft die een beetje, dan zal die waarschijnlijk moe of
verdrietig zijn.
5. Gebaren: ze worden vaak gegeven met handen om een verhaal
duidelijker te maken. Gebaren kunnen ook laten zien hoe iemand
zich voelt. Een zenuwachtig persoon zou waarschijnlijk aan het
friemelen zijn of aan het trillen.
6. Gezichtsuitdrukking: het gezicht laat makkelijk emoties zien zoals
boos, blij, verdrietig enzovoort. De mond en de ogen zijn de
belangrijkste instrumenten hiervoor.
7. Stemgebruik: je stem heeft een invloed op hoe je bepaalde woorden
over brengt.
8. Toonhoogte: een lage stem zal snel als een zekere, rustige stem
overkomen. Een hoge stem zou snel als komisch overkomen.
9. Volume: als je boos bent ga je vaal harder praten. Aan de andere
kant als je zachtjes gaat praten kan het helpen om de aandacht te
krijgen.
Voor een goeie groepsvorming moet je 5 fases door gaan:
Fase 1: forming. De basis word gelegd van de groep. De mensen zien
elkaar voor het eerst en zijn allemaal nog een individu. Vooral de non-
verbale communicatie speelt een grootte rol. Hoe gedraagt iedereen zich?
Wie praat er veel? Wie doet er grappig? Iedereen is aan het aftasten hoe
iedereen op elkaar reageert.