Aardrijkskunde hfd 2 Natuurkrachten paragraaf 2.2, 2.3, 2.4, 2.7, 2,8
2.2 natuurlijke gevaren
Een natuurramp is een ramp met natuurlijke oorzaken. Voorbeelden zijn een aardbeving, een
vulkaanuitbarsting en een overstroming
Soms blijft een getroffen gebied langdurig verstoken van voedsel en drinkwater, hebben mensen
geen onderdak of breken er besmettelijke ziekten uit. In dat geval spreek je van een humanitaire
ramp.
Het verschil tussen een natuurramp en een humanitaire ramp is dat een natuurlijke ramp word
veroorzaakt door de natuur en een humanitaire ramp is dat er na een ramp iets uitbreekt zoals
meestal een ziekte
Als er een ramp dreigt aan te komen kunnen bewoners van dat gebied maatregelen nemen door
bijvoorbeeld de ramen dicht te timmeren, eten en drinken in te slaan of vrijwillig ergens anders
heen te gaan. Wanneer de overheid de situatie overschat dan zullen burgers het advies volgende
misschien minder serieus nemen.
Rijke landen als Japan en VS kunnen hun gebouwen en bruggen makkelijk ramp bestendig
maken. Armere landen hebben hier geen geld voor.
2.3
De meeste aardbevingen ontstaan door platentektoniek. Bij convergente en transforme
plaatgrenzen wordt meer druk opgebouwd en zijn de bevingen meestal krachtiger dan bij
divergente plaatgrenzen. Rond de grote oceaan zijn de meeste aardbevingen. Rondom de
pacifische plaat komen ook de meeste vulkanen voor
Schaal van richter hiermee kan je een kracht van een aardbeving aangeven.
Epicentrum, de plaats aan het aardoppervlak die recht boven de plaats van de aardbeving in de
ondergrond ligt.
Hypocentrum, de plaats van de aardbeving zelf. Het hypocentrum kan vlak onder de aardkorst
liggen, maar ook honderden kilometers diep.
Een vloedgolf die door een aardbeving ontstaat noem je een tsunami. De aardplaten die de beving
veroorzaken, verplaatsen in een keer een grote hoeveelheid water.
Niet alle aardbevingen hebben natuurlijke oorzaken. Denk aan de bevingen die ontstaan door de
gaswinning in Groningen. Ook op andere plaatsen op de wereld komen zulke bevingen voor. Vaak
komen ze door gaswinning of olieproductie, maar ook mijnbouw kan grote en vooral kleine
aardbevingen veroorzaken, doordat de spanningen in het gesteente veranderen.
2.4
Een orkaan is een tropische storm met minimaal windkracht 12. Dat wil zeggen: harder dan 117
kilometer per uur.
Tropische storm, een tropisch lagedrukgebied met minimaal windkracht 8. Tropische stormen
ontstaan tussen 5 en 20 graden noorderbreedte.
2.2 natuurlijke gevaren
Een natuurramp is een ramp met natuurlijke oorzaken. Voorbeelden zijn een aardbeving, een
vulkaanuitbarsting en een overstroming
Soms blijft een getroffen gebied langdurig verstoken van voedsel en drinkwater, hebben mensen
geen onderdak of breken er besmettelijke ziekten uit. In dat geval spreek je van een humanitaire
ramp.
Het verschil tussen een natuurramp en een humanitaire ramp is dat een natuurlijke ramp word
veroorzaakt door de natuur en een humanitaire ramp is dat er na een ramp iets uitbreekt zoals
meestal een ziekte
Als er een ramp dreigt aan te komen kunnen bewoners van dat gebied maatregelen nemen door
bijvoorbeeld de ramen dicht te timmeren, eten en drinken in te slaan of vrijwillig ergens anders
heen te gaan. Wanneer de overheid de situatie overschat dan zullen burgers het advies volgende
misschien minder serieus nemen.
Rijke landen als Japan en VS kunnen hun gebouwen en bruggen makkelijk ramp bestendig
maken. Armere landen hebben hier geen geld voor.
2.3
De meeste aardbevingen ontstaan door platentektoniek. Bij convergente en transforme
plaatgrenzen wordt meer druk opgebouwd en zijn de bevingen meestal krachtiger dan bij
divergente plaatgrenzen. Rond de grote oceaan zijn de meeste aardbevingen. Rondom de
pacifische plaat komen ook de meeste vulkanen voor
Schaal van richter hiermee kan je een kracht van een aardbeving aangeven.
Epicentrum, de plaats aan het aardoppervlak die recht boven de plaats van de aardbeving in de
ondergrond ligt.
Hypocentrum, de plaats van de aardbeving zelf. Het hypocentrum kan vlak onder de aardkorst
liggen, maar ook honderden kilometers diep.
Een vloedgolf die door een aardbeving ontstaat noem je een tsunami. De aardplaten die de beving
veroorzaken, verplaatsen in een keer een grote hoeveelheid water.
Niet alle aardbevingen hebben natuurlijke oorzaken. Denk aan de bevingen die ontstaan door de
gaswinning in Groningen. Ook op andere plaatsen op de wereld komen zulke bevingen voor. Vaak
komen ze door gaswinning of olieproductie, maar ook mijnbouw kan grote en vooral kleine
aardbevingen veroorzaken, doordat de spanningen in het gesteente veranderen.
2.4
Een orkaan is een tropische storm met minimaal windkracht 12. Dat wil zeggen: harder dan 117
kilometer per uur.
Tropische storm, een tropisch lagedrukgebied met minimaal windkracht 8. Tropische stormen
ontstaan tussen 5 en 20 graden noorderbreedte.