Cyclisch proces dat steeds opnieuw doorlopen wordt. Ook kun je een stap
terugzetten.
1. Achterhalen: verkennen van de situatie, wensen en behoeften van de
cliënt. De eerste en meest beslissende stap bij
zelfmanagementondersteuning. Zorgverleners geven aandacht aan:
Wat het leven met de ziekte voor de persoon betekent en hoe dat
leven eruitziet.
Wat het eigen aandeel in de zorg van de cliënt kan zijn: voorkeuren
en mogelijkheden.
Welke zorg- en hulpbronnen kunnen worden ingeschakeld.
Verwachtingen van het leven met de aandoening in de toekomst.
Eigen ervaringen met zijn aandoening.
Wat hij weet over zijn aandoening.
Hoe hij zijn emoties over de aandoening met zijn omgeving kan
delen.
Aanwezige motivatie en discipline om de aandoening in zijn leven in
te passen.
Hoeveel vertrouwen hij heeft in zijn eigen kunnen.
Wat hij zelf wil en kan doen in het zorgproces.
De kernwaarden van de beleving van de aandoening beïnvloeden.
2. Adviseren: advies geven op maat, naar behoefte en op verzoek van de
cliënt.
Terugvertelmethode: de zorgvrager de informatie terug te laten
vertellen om te checken of het goed is uitgelegd.
De zorgverlener vraagt bij elk contact aan welke informatie de cliënt
behoefte heeft.
De zorgverlener vraagt of de cliënt open staat voor informatie of
advies.
De zorgverlener vraagt toestemming om informatie of advies te
geven.
De zorgverlener laat de cliënt de informatie die zij heeft gegeven
door de cliënt terug vertellen.
De zorgverlener zorgt dat de informatie en instructie duidelijk,
passend en concreet is.
De zorgverlener vertelt de cliënt op welke klachten hij moet letten.
De zorgverlener helpt de cliënt met het formuleren van vragen voor
gesprekken met andere zorgverleners.
De zorgverlener geeft aan de cliënt aan welke keuzes hij heeft.
3. Afspreken: als de cliënt voldoende geïnformeerd is, kunnen de
zorgverlener en cliënt samen doelen stellen. Het is belangrijk dat de
cliënt zelf doelen kiest, omdat de kans dan groter is dat het lukt om
deze te bereiken.
De zorgverlener zoekt met de cliënt naar eerdere positieve
ervaringen met het bereiken van doelen.
De zorgverlener stelt de doelen samen met de cliënt op.
De zorgverlener laat de cliënt prioriteiten stellen bij het opstellen
van doelen.
De zorgverlener stelt samen met de cliënt een plan op over hoe de
cliënt aan de doelen gaat werken.