Microcirculatie en macrocirculatie
Macrocirculatie: de kleine en de grote bloedsomloop.
De a. pulmonalis brengt zuurstofarm bloed naar de longen.
De v. pulmonalis brengt zuurstofrijk bloed naar de linker hart boezem. Via
de kleppen gaat het naar de linker ventrikel, waar het via de aorta naar de
rest van het lichaam gaat. Het gaat naar de weefsels.
De linker ventrikel heeft een extra dikke spierwand, omdat deze harder
moet pompen om het bloed in de aorta te krijgen.
De a. bronchialis ontspringt uit de aorta en brengt zuurstofrijk bloed naar
de longen. Dit is onderdeel van de grote bloedsomloop, omdat er
zuurstofrijk bloed naar het lichaam wordt vervoerd.
De kleine bloedsomloop is een klein rondje van het hart naar de longen toe
en meteen weer terug naar het hart.
De grote bloedsomloop is vanaf het hart naar de rest van het lichaam, naar
de weefsels. Alle venen brengen zuurstofarm bloed naar het hart en dit
bloed komt via de vena cava inferior en de vena cava superior de
rechterboezem binnen.
Voordat al het bloed in de rechterboezem aankomt, wordt er nog gefilterd
door de milt, pancreas en de lever, voordat het bloed weer het
circulatiesysteem in gaat. Dit komt via de poortader terug de circulatie in.
Experiment
Osmose is het proces waarbij water diffundeert van een gebied met een lage
concentratie mineralen en opgeloste stoffen naar een gebied met een hoge
concentratie mineralen en opgeloste stoffen. Bij de komkommer is het water
dus de komkommer uit gediffundeerd, waardoor de komkommer na met zout
bestrooid te zijn lichter is dan eerst.
Hydrostatische druk: de druk van het volume van het bloed op de
vaatwanden.
Osmotische druk: de druk die water nodig heeft om te diffunderen van een
gebied met een lage concentratie mineralen en opgeloste stoffen naar een
gebied met een hoge concentratie mineralen en opgeloste stoffen. Deze druk
ontstaat door de disbalans van opgeloste stoffen en mineralen en neemt af
wanneer het water gaat diffunderen, omdat de concentratie opgeloste stoffen
en mineralen dan weer in balans komt.
Oedeem
Een ophoping van vocht in de weefsels. Als de balans van de afvoering van
vocht verstoord is, ontstaat er oedeem. Het kan komen door een hoge
bloeddruk of doordat iemand weinig plasma-eiwitten heeft. Bij een hoge
bloeddruk wordt er minder geresorbeerd en blijft er dus vocht achter,
waardoor er een vochtophoping ontstaat.
Filtratie: het proces waarbij de hydrostatische druk hoger is dan de
osmotische druk, waarbij water uit het bloedvat wordt geperst.
Resorptie: het proces waarbij de osmotische druk hoger is dan de
hydrostatische druk, waarbij vocht terug wordt gehaald.
Filtratie en resorptie gebeuren alleen in het capillairnetwerk. Het vocht ligt
tussen deze processen tussen de cellen van het weefsel in.