Samenstelling van bloed
Erytrocyten: onderin het bloed.
Leukocyten: de laag boven de erytrocyten.
Trombocyten: de laag boven de leukocyten.
Bloedplasma: de laag boven de trombocyten, dit bevat eiwitten, opgeloste
stoffen en water.
Hematopoëse
Stamcellen: maken verschillende soorten cellen:
Dochtercellen: worden witte bloedcellen, rode bloedcellen of bloedplaatjes.
Functies van bloed
Het transport van opgeloste gassen (co2 en zuurstof), voedingsstoffen,
hormonen en afvalproducten van de stofwisseling.
Stabilisering van de pH en de ionensamenstelling van de interstitiële vloeistof
in het gehele lichaam.
Beperking van het vloeistofverlies bij verwonding (door trombocyten).
Verdediging tegen gifstoffen en ziekteverwekkers (door leukocyten).
Stabilisering van de lichaamstemperatuur.
De relatie tussen plasma en bloeddruk
Hoe meer plasma er is, hoe meer volume er is en hoe hoger de bloeddruk is.
Bij een anemie kan er sprake zijn van hevige dorst, waardoor het RAAS-
systeem geactiveerd wordt en er een dorstprikkel ontstaat, waardoor iemand
meer gaat drinken, het volume stijgt en de bloeddruk weer stijgt.
Anemie
Bloedverlies (ernstige bloedingen):
Ongeluk of operatie.
Aandoeningen maag-darmkanaal of urinewegen.
Onvoldoende of onvolledige aanmaak erytrocyten:
Deficiëntie voedingsstoffen:
Ijzer, vit B12, foliumzuur.
Verstoring hormonen:
EPO.
Aandoening beenmerg:
Leukemie, lymfoom.
Overmatige afbraak erytrocyten:
Hemolytische anemie.
Inspannings-vermoeidheid.
Vermoeidheid.
Zwakte.
Bleekheid.
Flauwte.
Duizeligheid.
Hevige dorst.
Zweten.
Zwakke, snelle polsslag.