Ureter: urineleider: de buis van de nieren naar de blaas.
Urethra: urinebuis: de buis van de blaas naar de buitenwereld.
Bij de man heel lang, loopt door de hele penis heen naar buiten toe.
De urine en de zaadlozing gaat bij de man door dezelfde buis.
Loopt bij mannen dwars door de prostaat heen. Als de prostaat steeds
groter wordt, wordt de urethra geblokkeerd en kunnen ze moeilijker
plassen.
De urethra is bij vrouwen veel korter en zit heel dichtbij andere
lichaamsopeningen, hierdoor komt urineweginfectie vaker voor bij
vrouwen.
Interne en externe sfincter: kringspieren:
Interne kringspier: zit waar de urethra begint. Op de overgang van de blaas
naar de urethra. Zowel bij mannen als bij vrouwen.
Externe kringspier: zit zowel bij mannen als vrouwen bij de
bekkenbodemspieren.
De blaas zit bij vrouwen onder de baarmoeder.
Hierdoor moeten vrouwen die zwanger zijn steeds vaker plassen, omdat de
baarmoeder op de blaas drukt.
Stroomschema van mictie:
Aandrang: rekreceptoren in de blaaswand geven seintje aan de hersenen
dat de blaas vol raakt (bewustwording) en zorgen voor samentrekking van
m. Detrusor > bij geschikt moment: externe sfincter ontspant onder
invloed van de wil > interne sfincter ontspant dan ook > door de druk van
de m. Detrusor leegt de blaas.
Anders: beide sfincters blijven gesloten; m. Detrusor ontspant weer >
hoge druk door zeer volle blaas (> 500 ml) > interne sfincter ontspant
> externe sfincter ontspant dan ook > door de druk van de m. Detrusor
leegt de blaas.
Mensen die geen controle meer hebben over de externe sfincter krijgen
bij elke aandrang urinelozing, omdat ze dit niet meer kunnen
onderdrukken met de externe sfincter.
Nier en afvalstoffen
Wat gebeurt er bij Wat zijn de gevolgen
ouder worden? voor de nieren/mictie?
Aantal nefronen en Minder nefronen; afname Er kan minder goed
glomerulaire GFS. gefiltreerd worden in de
filtratiesnelheid (GFS), nieren, waardoor de
urine minder
geconcentreerd is,
omdat er meer stoffen
mee gaan en meer
afvalstoffen in het
lichaam achterblijven.
Gevoeligheid voor ADH Neemt af. Meer plassen en minder
en aldosteron. reabsorptie van water en
natrium.
Prostaatklier. Kan Plassen wordt moeilijker
vergroten/vervormen. en pijnlijker omdat de
prostaat de urethra