Vliezen in het bot:
Periost: het vlies aan de buitenkant.
Endost: het vlies aan de binnenkant.
Beenmerg: hier worden bloedcellen aangemaakt:
Erythrocyten.
Trombocyten.
Leukocyten.
Bot: twee soorten:
Buitenkant: compact bot wat hard is.
Binnenkant: spongieus bot wat zacht is.
De functies van het beenderstelsel:
1. Ondersteuning aan het gehele lichaam.
2. Opslag van mineralen en vetten:
De calciumzouten zorgen ervoor dat de normale concentraties van
calcium en fosfaat kunnen worden gehandhaafd.
3. Vorming van bloedcellen in het rode beenmerg.
4. Bescherming van weke delen en organen.
5. Hefboomwerking waardoor beweging mogelijk is.
Verschillende soorten botcellen:
Osteoblasten: opbouw van botweefsel.
Als ze helemaal omgeven zijn door botweefsel worden ze osteocyten.
Osteocyten: onderhoud van botweefsel. Matrix bijmaken, het bot in goede
conditie houden.
Osteoclasten: afbraak van botweefsel.
Deze cellen kunnen ook de opdracht krijgen om het bot af te gaan
breken zodat calcium gebruikt kan worden voor een goede werking van
het zenuwstelsel en de spieren. Dit gebeurt als iemand niet genoeg
calciuminname heeft.
Fosfaten kunnen vrij gemaakt worden voor als het ergens anders nodig
is.
Bij de groei van jong naar oud zijn ze heel belangrijk. De osteoblasten
bouwen nieuw botweefsel op, omdat de diameter toe gaat nemen van
jong naar oud. Van binnenuit moeten de osteoclasten dan de holte ook
groter maken, zodat er (1) genoeg ruimte blijft voor het beenmerg en
(2) het bot niet te groot, te dik en te zwaar wordt als iemand ouder
wordt.
Wat belangrijk is in voeding in relatie tot botten:
Vitamine D3 en calcium zijn belangrijk zodat de botten sterk blijven. Dit is
belangrijk voor de botdichtheid.
Vitamine D3 kan vooral binnen komen door de zon. Het zit ook in
voeding.
Hoe donkerder de huid is, hoe moeilijker het is om met behulp van
zonlicht vitamine D aan te maken. Dit komt door pigment.
Het is belangrijk voor de botten omdat calcium opname uit de voeding
hierdoor bevorderd wordt.
Fosfaten binnenkrijgen.
Beweging is belangrijk omdat er meer osteoblasten komen, welke zorgen voor
opbouw van botweefsel en de botten worden sterker en steviger. Dit is