bestuderen.
Respiratie
Twee geïntegreerde processen:
1. Longventilatie
2. Gaswisseling
Externe respiratie: alle processen die zijn betrokken bij de uitwisseling van
zuurstof en co2 tussen lichaamsvloeistoffen en het externe milieu.
Belangrijkste doel is zuurstof naar de cellen brengen en co2 uit de cellen
afvoeren.
Verloopt in drie stappen:
1. Longventilatie: de fysieke verplaatsing van lucht in en uit de longen.
2. Gaswisseling: op twee plaatsen:
1. Over het respiratorische membraan tussen de luchtruimten in de
alveoli en de alveolaire capillairen (haarvaten).
Over het respiratorische membraan: de snelheid wordt bepaald
door twee factoren:
De partiële druk van de betrokken gassen. Dit is de druk die
door één gas wordt uitgeoefend (P).
De diffusie van moleculen tussen een gas en een vloeistof.
Wanneer lucht de luchtwegen binnenkomt, beginnen de
eigenschappen te veranderen > de lucht wordt warmer en
vochtiger.
Wanneer de lucht de alveoli bereikt wordt het gemengd met de
lucht die in de vorige cyclus is achtergebleven.
2. Over de wanden van de capillairen tussen bloed en de weefsels in
het lichaam.
3. Transport van zuurstof en co2 gaat door tussen de longcapillairen en
de capillaire netten in andere weefsels.
Interne respiratie: de opname van zuurstof en de afgifte van co2 door cellen.
Afwijkingen van de processen: hebben invloed op de gasconcentraties in de
interstitiële vloeistof (het vocht tussen de cellen in het onderhuids weefsel) en
daarmee op de activiteiten van cellen.
Hypoxie (een lage zuurstofconcentratie in de weefsels): vormt een ernstige
beperking voor de stofwisselingsactiviteiten van een bepaald gebied.
Anoxie (gebrek aan zuurstof): de toevoer van zuurstof wordt volledig
afgesneden, waardoor cellen afsterven.
Alveolaire gaswisseling:
Het zuurstofarme bloed heeft een lagere Po2 en een hogere Pco2 dan de
alveolaire lucht. Gevolg: diffusie tussen de alveolaire lucht en de alveolaire
capillairen. Gevolg: de Po2 van het bloed stijgt naar 100 mmhg en de Pco2
van het bloed daalt naar 40 mmhg.
Wanneer het zuurstofrijke bloed de longvenulen bereikt, is het zuurstofrijke
bloed in evenwicht met de lucht in de longen.
Wanneer het zuurstofrijke bloed de pulmonale venen (longaders)
binnenkomt, vermengt het zich met het bloed uit de capillairen rond de
luchtwegen (zuurstofarm). De Po2 daalt naar 95 mmhg en gaat de
systemische circulatie in.