De levensduur van erytrocyten bedraagt circa 120 dagen. Fagocyten van de
milt, lever of het rode beenmerg detecteren de beschadiging en nemen de
erytrocyt op door fagocytose.
Hergebruik van hemoglobine:
Wanneer erytrocyten verouderen of beschadigd raken, scheurt een deel
van de cellen, dit wordt hemolyse genoemd. Als dit gebeurt wordt de
hemoglobine in het bloed afgebroken en worden de afzonderlijke
polypeptidenketens door de nieren uit het bloed gefilterd en met de
urine uitgescheiden.
Als er grote aantallen erytrocyten in het bloed worden afgebroken,
kan de urine roodbruin of bruin worden, dit wordt hemoglobinurie
genoemd.
Zodra een erytrocyt is gefagocyteerd en door een macrofaag is
afgebroken, heeft elk onderdeel van het hemoglobinemolecuul een
andere bestemming:
1. De vier globulaire eiwitten van elk hemoglobinemolecuul worden
afgebroken tot de aminozuren waaruit ze waren opgebouwd. Deze
aminozuren kunnen door de cel worden afgebroken voor energie of
worden aan het bloed afgegeven, zodat andere cellen ze kunnen
gebruiken.
2. Nadat de haemmoleculen van hun ijzer zijn ontdaan, worden ze
omgezet in biliverdine. Daarna wordt biliverdine in bilirubine
omgezet, dat aan het bloed wordt afgegeven. Levercellen nemen
het bilirubine op en geven het meestal met de gal af aan de dunne
darm.
Als de galbuizen geblokkeerd zijn, diffundeert bilirubine naar de
perifere weefsels, waardoor deze een gele kleur krijgen, die het
best zichtbaar is in de huid en het harde oogvlies. Deze
aandoening wordt icterus genoemd.
Bilirubine dat in de dikke darm terechtkomt wordt omgezet in
urobilinen en stercobilinen. Deze worden voor een deel in het
bloed opgenomen en met de urine uitgescheiden.
3. Ijzer dat van de haemmoleculen is losgekoppeld kan in de
macrofaag worden opgeslagen of aan het bloed worden afgegeven,
waar het zich aan transferrine bindt, een transporteiwit in het
bloedplasma. Erytrocyten die in het rode beenmerg worden
gevormd, nemen aminozuren en transferrinen uit het bloed op en
gebruiken deze bij de synthese van nieuwe hemoglobinemoleculen.
Een overmaat aan transferrinen wordt door de lever en de milt
verwijderd, waar het ijzer in speciale eiwit-ijzercomplexen wordt
opgeslagen.
Vrouwen en mannen hebben ijzerreserves. Van deze hoeveelheid is 2,5
gram gebonden aan de hemoglobine in de erytrocyten in de
bloedsomloop en het overige deel is in de lever en het rode beenmerg
opgeslagen.
Als de voeding onvoldoende ijzer bevat kan er bloedarmoede ontstaan.
16.6.2: De lever: hepar: