transport, opslag en verwijdering van de urine.
o Ureters: urineleiders: gespierde buizen die de urine vanuit de nieren naar
de urineblaas vervoeren.
De uitmondingen van de ureters in de urineblaas zijn spleetvormig,
hierdoor wordt voorkomen dat urine terugstroomt naar de ureters of de
nieren wanneer de urineblaas samentrekt.
Door de peristaltische contractie bij het nierbekken wordt urine in de
richting van de urineblaas gestuwd.
o Vesica urinaria: urineblaas: orgaan waarin urine voorafgaand aan het
plassen wordt opgeslagen.
Bij mannen: de basis van de urineblaas ligt tussen het rectum en de
symphysis pubica.
Bij vrouwen: de urineblaas ligt onder de uterus en voor de vagina.
Trigonum vesicae: een driehoekig gebied in de urineblaas. Dit gebied wordt
begrensd door de uitmondingen van de ureters en de toegang tot de
urethra.
De urethra heeft een sterke interne kringspier wat de lozing van de urine
uit de blaas remt. Dit spierweefsel kan niet door de wil worden
aangestuurd.
Musculus detrusor: de spier van de blaas, als deze samentrekt wordt de
urineblaas samengedrukt en de inhoud ervan de urethra ingestuwd.
o Urethra: urinebuis:
Bij mannen: de urethra loopt naar het ostium urethrae externum (buitenste
opening aan het uiteinde van de penis).
Bij vrouwen: de urethra is heel kort en loopt vanuit de blaas naar de
buitenwereld.
De urethra heeft een uitwendige sluitspier welke zich onder invloed van de
wil samentrekt.
Calculi: nierstenen: vaste stoffen die neerslaan in de nier, de ureters of de
vesica urinaria die bestaan uit calciumzouten, magnesiumzouten of
kristallen van urinezuur. Ze blokkeren de urinestroom en kunnen ook de
filtratie in de aangedane nier remmen of stoppen.
Aansturen van de urinelozing: de aandrang tot plassen ontstaat meestal
wanneer je urineblaas circa 200 ml urine bevat. Of we al dan niet plassen,
hangt af van een interactie tussen ruggenmergreflexen en hogere centra in
de hersenen waardoor het plassen bewust kan worden gecontroleerd.
, o De lozing van urine hangt af van samentrekking van de musculus detrusor
in combinatie met het openen van de interne en externe urethrale
sfincters.
Sympathische activiteit remt de contractie van de m. Detrusor en
stimuleert de contractie van de interne urethrale sfincter.
Parasympathische activiteit stimuleert de contractie van de m. Detrusor en
remt de contractie van de interne urethrale sfincter.
o Ruggenmergreflexen: controleren mictie (urineren):
Urine-opslagreflex: er is sprake van urine-opslag wanneer urine niet de
urethra kan passeren.
Urinelozingsreflex.
Incontinentie: het onvermogen de urinelozing met de wil aan te sturen.
o Bij volwassenen kan een beschadiging van de interne of externe kringspier
van de urethra bijdragen aan incontinentie.
o Vlak na een bevalling krijgen vrouwen stressincontinentie. Druk als gevolg
van hoesten of niezen kan de werking van de kringspieren overstijgen
waardoor urine naar buiten lekt.
o Incontinentie kan bij ouderen ook ontstaan door een algemeen verlies van
spiertonus (activiteit in spieren).
o Beschadigingen van het CZS, het ruggenmerg of de zenuwen naar de
blaas of de uitwendige kringspier kan ook tot incontinentie leiden.
o In de meeste gevallen krijgen patiënten een automatische blaas: de
blaasreflex blijft intact, maar de uitwendige kringspier kan niet meer met
de wil worden aangestuurd waardoor de betrokkene niet kan voorkomen
dat de blaas reflectorisch wordt geleegd.
Door beschadiging van de zenuwen in het bekken kan de blaasreflex
volledig verdwijnen. Meestal is het dan nodig een katheter in te brengen.
18.9
Leeftijdsgerelateerde veranderingen vinden plaats in het urinaire stelsel en
in de vocht- en mineralenbalans en het zuur-base-evenwicht:
o Een afname van het aantal functionele nefronen.
o Een afname van de glomerulaire filtratiesnelheid: dit is het gevolg van een
daling van het aantal glomeruli, een cumulatieve schade aan het
filtratiecomplex in de overgebleven glomeruli en een afname van de
doorbloeding in de nieren. Hierdoor is het lichaam minder goed in staat de
pH via renale compensatie te reguleren.
o Afgenomen gevoeligheid van ADH en aldosteron.
o Problemen met urinelozing: verschillende oorzaken: