Week 5: Bloedsomloop
Anatomie
Anatomie (kunnen aanwijzen op een afbeelding conform leerdoel 1)
Nederlands Medische term Verhouding tot omliggende structuren
Aorta De lichaamsslagader die vanaf de linkerkamer
van het hart via de wervelkolom naar de buik
loopt.
Aorta ascendens Het eerste deel van de aorta die omhoog
loopt. De stijgende aorta.
Aorta descendens thoracale Het afdalende gedeelte van de aorta dat zich
in de borstholte bevindt. De afdalende
thoracale aorta.
Aorta descendens Het afdalende gedeelte van de aorta dat zich
abdominale in de buikholte, onder het middenrif, bevindt.
De afdalende abdominale aorta.
Arcus aortae De aortaboog. De boogvormige overgang van
de aorta tussen de aorta ascendes en de aorta
descendens. Deze begint ter hoogte van het
gewricht tussen het borstbeen en de tweede
rechter rib en loopt voor en links langs de
trachea om vervolgens over te gaan in de
aorta descendens.
Truncus brachio cephalicus De arm-hoofdslagader die uit het mediastinum
de rechterarm, nek en het hoofd van bloed
voorziet.
a. carotis communis De gemeenschappelijke halsslagader die
zowel links als rechts in de hals ligt, waar deze
langs de trachea en de oesophagus van borst
tot aan het hoofd loopt.
a. brachialis De bovenarmslagader die ontspringt uit de
arteria axillaris.
a. radialis De polsslagader. Één van de twee slagaders
die ontspringen uit de bovenarmslagader en
loopt aan de duimzijde van de pols.
a. iliaca communis De gemeenschappelijke heupslagader die
ontstaat door splitsing van de aorta
abdominalis. Dit vindt plaats ongeveer ter
hoogte van het niveau L4, links van het
midden van het lichaam.
a. femoralis De dijslagader die in de diepte van de
liesstreek gevoeld kan worden, onder het
lieskanaal. Hij ligt tamelijk diep in de
structuren.
Truncus pulmonalis De longslagader voor de splitsing naar de
linker- en rechterlong.
aa. pulmonales De longslagaders. De bloedvaten die vanuit de
rechterhartkamer naar de longen gaan. Ze
vertakken zich min of meer parallel aan de
bronchiale boom.
WEEK 5 1