Week 8: Bloed
Anatomie
Anatomie (kunnen aanwijzen conform lesdoel 1, rol in stofwisseling conform lesdoel 2)
Nederlands Medische term Functie m.b.t. bloed
De milt Spleen Het filteren van het bloed. De milt verwijdert
onder andere bacteriën uit het bloed en het
stimuleert het afweersysteem.
Beenmerg Medulla ossium De productie van rijpe rode bloedcellen.
De lever Hepar Het speelt een belangrijke rol bij de aanmaak en
omzetting van eiwitten, vitamines en stoffen die
de stolling van het bloed mogelijk maken.
Woordenboek
Terminologie (in eigen woorden kunnen omschrijven conform leerdoel 5)
Nederlands Medische term Beschrijving & uitleg
Bloedgroepen Structuren (eiwitten of suikers) op de buitenkant
van de rode bloedcel, die niet bij iedereen
hetzelfde zijn.
Resuspositief Wanneer de resusfactor aanwezig is op de rode
bloedcellen.
Resusnegatief Wanneer de resusfactor niet aanwezig is op de
rode bloedcellen.
Tegengif Antigenen Een lichaamsvreemde stof of cel die in staat is
om het afweersysteem te activeren.
Antistof Immunoglobine Een stof die het virus herkent en helpt om het te
bestrijden.
Donor Donor Iemand die een orgaan of bloed of plasma geeft.
Ontvanger Recipient Iemand die een orgaan of bloed of plasma krijgt.
Bloedtransfusie Een manier om bloed te geven aan je lichaam.
Het bloed komt via een infuus in je aderen.
Witte bloedcel Leukocyt (Leuk(o)- ) Cellen die het lichaam beschermen tegen
schadelijke stoffen zoals virussen, bacteriën,
schimmels, parasieten en gisten. Ook helpen
witte bloedcellen mee met het opruimen van
afgestorven cellen.
Rode bloedcel Erytrocyt (Erythr(o)- ) Rode bloedcellen bevatten veel hemoglobine,
wat zuurstof en co2 vervoert.
Bloedplaatje Trombocyt Cellen in je bloed die ervoor zorgen dat je bloed
gaat stollen als je inwendig of uitwendig bloed
verliest.
Plasma De bloedvloeistof die je bloedcellen door je
lichaam vervoert.
WEEK 8 1