Week 11 Stofwisseling en
Voedingsstoffen
Woordenboek
Terminologie (in eigen woorden kunnen omschrijven conform leerdoel 5)
Nederlands Medische term Functie in het lichaam
Vitaminen Je lichaam heeft dagelijks vitamines nodig om te
kunnen functioneren. Ze helpen onder andere bij
de productie van hormonen en enzymen, het op
peil houden van je energie, weerstand en
stofwisseling en zijn daarnaast ook erg
belangrijk voor een goede werking van onze
spieren.
Vitamine B6 Belangrijk voor de stofwisseling, vooral voor
de afbraak en opbouw van aminozuren.
Aminozuren zijn de bouwstenen van
eiwitten.
Regelt de werking van bepaalde hormonen.
Is nodig voor de groei.
Is betrokken bij de aanmaak van bloed.
Draagt bij aan een goede werking van het
immuunsysteem en het zenuwstelsel.
Foliumzuur Vitamine B11 Nodig voor de groei en goede werking van
het lichaam.
Speelt een rol bij de aanmaak van witte en
rode bloedcellen.
Is belangrijk voor de vroege ontwikkeling
van het ongeboren kind. Het draagt bij aan
de vorming van het zenuwstelsel dat vanaf
de eerste dag na de bevruchting wordt
aangelegd. Het verkleint de kans op
geboorteafwijkingen als het neurale-
buisdefect of open ruggetje. Ook houdt het
verband met een kleiner risico op
vroeggeboorte, een laag geboortegewicht
en mogelijk ook een schisis.
Vitamine B12 Is nodig voor de aanmaak van rode
bloedcellen. Rode bloedcellen zijn nodig om
zuurstof in je bloed te vervoeren.
Is belangrijk voor een goede werking van
het zenuwstelsel.
Vitamine C Beschermt als antioxidant je lichaamscellen
tegen schade.
Speelt een rol bij de vorming van
WEEK 11 1