Week 12: Bouwstoffen en afvalstoffen
Woordenboek
Terminologie (in eigen woorden kunnen omschrijven conform leerdoel 5)
Nederlands Medische term Beschrijving & uitleg
Homeostase Homeostase Het vermogen van het lichaam om de
gezondheid te bewaken door constant het
inwendige of interne milieu te herstellen en in
evenwicht te houden, ook wanneer de
omstandigheden veranderen. Hiervoor maakt
het lichaam gebruik van vele regelmechanismen
waarbij ook de organen betrokken zijn.
Stofwisseling Metabolisme De manier en snelheid waarop je lichaam
voedingsstoffen omzet naar energie.
ATP Adenosinetrifosfaat Dit molecuul levert energie voor alle processen
in ons lichaam.
Bouwstoffen:
Koolhydraten Sacchariden De voedingsstoffen, ook wel suikers genoemd,
die je lichaam van energie voorzien.
Glucose, amylose Een vorm van suiker die behoort tot de
koolhydraten en in de
voedingsmiddelenindustrie ook wel dextrose
heet. Amylose verandert de structuur door
bindingen tussen de glucose moleculen te
verbreken, nieuwe bindingen aan te gaan of om
te zetten in een ander type binding.
Amylase De naam voor een groep enzymen dat tijdens
de spijsvertering de koolstofketen zetmeel “in
stukken knipt”.
Vetten Lipiden Vetten en vetachtige stoffen die in de biochemie
een belangrijke rol spelen.
Vetzuren Organische carbonzuren met een keten van ten
minste twee koolstofatomen en een
carboxylgroep (COOH).
Lipase De functie van lipase is het mogelijk maken van
verteren van vet, dit doet lipase door als het
ware het vet in kleinere stukjes te knippen.
Ketonen Afvalstoffen die vrijkomen als je lichaam vet
verbrandt om energie te maken.
Cholesterol Een vetachtige stof die in ons lichaam voorkomt
in kleine bolletjes.
HDL, LDL HDL is cholesterol wat helpt bij het opruimen
van het cholesterol in het bloed. LDL is
cholesterol dat cholesterol transporteert van de
lever naar het lichaam.
Eiwitten Proteïnen Samen met koolhydraten en vet, één van de
macronutriënten die calorieën of energie leveren
aan je lichaam.
LES [NR] 1