Week 17 Botstofwisseling
Anatomie
Anatomie (kunnen aanwijzen op een afbeelding conform leerdoel 1)
Nederlands Medische term verhouding tot omliggende structuren
Wervelkolom. Columna vertebralis. Voor: de wervelkolom grenst aan de
buikorganen, zoals de slokdarm, aorta en
darmen. Achter: het grenst aan de rugspieren en
is bedekt door huid en onderhuids weefsel.
Omgeving: binnenin de wervelkolom bevindt
zich het ruggenmerg in het wervelkanaal,
omgeven door de wervellichamen en
ligamenten. De wervelkolom ondersteunt het
lichaam, beschermt het ruggenmerg en biedt
aanhechting voor spieren en ribben.
Wervel(s). Vertebra(e). Voor: de wervellichamen liggen nabij de aorta
en andere grote bloedvaten in de romp. Achter:
de doornuitsteeksels (processus spinosi)
grenzen aan de rugspieren. Omgeving: tussen
de wervels bevinden zich de
tussenwervelschijven, en het wervelkanaal
bevat het ruggenmerg en zenuwen. De wervels
vormen samen de wervelkolom, die het
ruggenmerg beschermt en beweging en
stabiliteit biedt.
Cervicaal. Voor: ze liggen nabij de slokdarm, luchtpijp, en
grote bloedvaten zoals de a. Carotis en v.
Jugularis. Achter: ze worden omgeven door de
nekspieren en ligamenten. Omgeving: het
wervelkanaal bevat het ruggenmerg, en de
cervicale zenuwen treden uit tussen de wervels.
De cervicale wervels ondersteunen het hoofd en
maken nekbewegingen mogelijk.
Thoracaal. Voor: ze liggen nabij het hart, de longen, en de
aorta thoracica. Achter: ze worden omgeven
door de rugspieren en ligamenten. Omgeving:
ze zijn verbonden met de ribben via de
gewrichten en beschermen samen met het
borstbeen de organen in de borstkas. De
thoracale wervels ondersteunen de borstkas en
spelen een rol in de bescherming van de vitale
organen.
Lumbaal. Voor: ze liggen nabij de buikorganen, zoals de
darmen, en grote bloedvaten zoals de aorta
abdominalis en vena cava inferior. Achter: ze
worden omgeven door de sterke rugspieren en
ligamenten. Omgeving: het wervelkanaal bevat
het cauda equina (bundel zenuwwortels). De
lumbale wervels dragen het meeste
lichaamsgewicht en bieden stabiliteit en
flexibiliteit aan de onderrug.
Sacraal. Voor: ze liggen nabij de bekkenorganen, zoals
de blaas, endeldarm en voortplantingsorganen.
1
, Achter: ze worden omgeven door de bilspieren
en onderste rugspieren. Omgeving: het sacrum
vormt samen met het bekken de bekkenring en
is verbonden met de heupbeenderen via het
sacro-iliacale gewricht. Het sacrum biedt
stevigheid aan het bekken en draagt het gewicht
van de romp over op de benen.
Borstkas. Thorax. Binnen: bevat de longen, hart, slokdarm, en
grote bloedvaten zoals de aorta en vena cava.
Buiten: wordt omgeven door de borstspieren en
bedekt door huid. Omgeving: wordt ondersteund
door de thoracale wervels, ribben, en het
sternum (borstbeen). De thorax beschermt vitale
organen en ondersteunt de ademhaling door de
beweging van de ribben en het diafragma.
Borstbeen. Sternum. Voor: het ligt aan de voorkant van de thorax en
is bedekt door de huid en de borstspieren.
Achter: het is verbonden met de ribben via de
costale kraakbeen en vormt samen met de
ribben de borstkas. Omgeving: het bevindt zich
tussen de schouders en speelt een rol in de
bescherming van het hart en de longen. Het
sternum vormt de voorzijde van de borstkas en
biedt bescherming aan de vitale organen in de
thorax.
Ribben. Costae. Voor: de ribben zijn verbonden met het sternum
via het costale kraakbeen. Achter: ze zijn
bevestigd aan de thoracale wervels
(ruggenwervels) via gewrichten. Omgeving: ze
worden omgeven door de borstspieren, zoals de
tussenribspieren. De ribben vormen de thorax
en beschermen vitale organen zoals het hart en
de longen, terwijl ze ook helpen bij de
ademhaling.
Schouderblad. Scapula. Voor: ligt tegen de achterkant van de ribbenkast.
Achter: grenst aan de oppervlakkige rugspieren,
zoals de trapezius. Omgeving: vormt een
verbinding met de clavicula (sleutelbeen) en het
humerus (bovenarmbeen) via het
schoudergewricht. De scapula speelt een
belangrijke rol in schouderbewegingen en de
aanhechting van spieren.
Sleutelbeen. Clavicula. Mediaal: verbonden met het sternum
(borstbeen) via het sternoclaviculaire gewricht.
Lateraal: verbonden met de scapula
(schouderblad) via het acromioclaviculaire
gewricht. Omgeving: ligt boven de borstspieren
en beschermt onderliggende structuren zoals
bloedvaten en zenuwen die naar de arm lopen.
De clavicula stabiliseert de schouder en vormt
een verbinding tussen de romp en de bovenste
ledematen.
Heupgewricht. Articulatio coxae. Proximaal: verbindt de femurkop met de
acetabulum van het bekken. Omgeving:
omgeven door sterke ligamenten, spieren zoals
de bilspieren, en het kapsel. Binnen: bevat
kraakbeen en synoviaal vloeistof om beweging
te vergemakkelijken. Het heupgewricht is een
2