MBO Beveiliger 2
Wettelijke kaders
Examen 5.
Bevat het volgende:
- 40 meerkeuzevragen
- Blad met alle antwoorden
www.W817group.nl
1
, 1. Na een avondje stappen loopt een vijftal jongens uit verveling in een straat de
vuilcontainers om te schoppen. Ze denken hiermee lollig te zijn. Aan welk strafbaar
feit maken deze jongens zich strafbaar?
a. Vernieling
b. Openlijke geweldpleging
c. Vandalisme
d. Straatschenderij
2. Een dronken bestuurder rijdt met zijn auto naar de uitgang van een fabrieksterrein.
Dit terrein is geen openbare weg in de zin van de Wegenverkeerswet 1994.
Pleegt deze bestuurder wel of niet een strafbaar feit?
a. Nee, zolang hij maar niet de openbare weg op rijdt
b. Nee, zolang hij geen aanrijding veroorzaakt
c. Ja, hier is sprake van “Rijden onder invloed”
d. Ja, hier is sprake van “Openbare dronkenschap”
3. Een buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) ziet, dat een jongen in overtreding
is van een plaatselijke verordening. De BOA is bevoegd om hiertegen op te treden. De
jongen wordt staande gehouden, waarbij blijkt dat hij nog maar 10 jaar oud is. Is deze
staande houding terecht en mag de opsporingsambtenaar van het geconstateerde feit
proces-verbaal opmaken?
a. Ja, dit mag. Omdat het slechts een overtreding betreft, kan er ook worden vervolgd
b. Ja, tegen deze jongen mogen dwangmiddelen worden toegepast, evenals een proces-
verbaal, maar hij kan niet worden vervolgd voor de gepleegde overtreding
c. Nee, de jongen heeft de leeftijd van 12 jaar nog niet bereikt
d. Nee, de staande houding is onrechtmatig. Wel kan er proces-verbaal worden
opgemaakt.
2