College 1
06-09-2024
Je mag alles meenemen naar het tentamen. Je mag er ook in schrijven, etc.
Eenvoudige systemen versus complexe systemen
- Componenten versus interacties (tussen componenten)
- Lineaire verandering versus niet-lineaire verandering
- Een schaal versus meerdere schalen
o Micro/ macro
o Ruimtelijk/ temporeel
- Statisch versus dynamisch
- Enkelvoudige versus meervoudige causaliteit
- Reductionisme versus zelforganisatie en emergentie
Reductionisme en interactie
Reductionisme:
- Reduceert gecompliceerde problemen tot eenvoudige delen
- Gedrag van het systeem = som van het gedrag van de componenten
Interactie:
- Lokale interacties tussen de componenten
- Globaal emergent systeem gedrag
- Reduceert niet tot het gedrag van de componenten
- Denk aan zandkorrels die een vorm aannemen, door de invloed van trillingen)
Wat hebben we tot nu toe geleerd van lineaire statistiek?
Verklaringen over groepen
- Vrouwen zijn emotioneler dan mannen
- Adolescenten zijn impulsiever dan volwassenen
Verklaringen zijn vaak lineair
- Hoe ouder men wordt, hoe minder impulsief het gedrag zal zijn
- Hoe zwakker de executieve functies, hoe sterker de ADHD
Toepassingsgebied van de traditionele statistiek
- Hebben alleen betrekking op de groep, niet op het individu
- Lineaire relaties (correlaties, t-test, anova, etc.)
- Componenten verklaren gedrag (bijvoorbeeld autisme + ruis = ToM
- Onafhankelijke componenten samen opgeteld verklaren het gedrag
- Waargenomen score = ware score + ruis
Complexiteitstheorie
- Hebben betrekking op groep en individu, gemeten in de tijd
- Niet-lineaire relaties (bijvoorbeeld faseovergangen)
- Interacties verklaren gedrag
- Onafhankelijke componenten (niet A B, maar het hele systeem kan van belang zijn)
1
,Causaliteit in complexe systemen
Voorbeeld stemmingsdynamiek
Een individu is iedere dag gevraagd om haar stemming weer te geven
Wanneer dit kwantitatief wordt geanalyseerd wordt de stemmingsscore van alle dag gemiddeld. Hoe
zinvol is dit echter? De gemiddelde score is immers de score die het minste voorkomt. Het is hierbij
veel zinvoller om naar de dynamiek te kijken. Zo kan er een hele andere curve uitkomen wanneer
iedere zaterdag een meting plaatsvindt, dan wanneer iedere donderdag een meting plaatsvindt.
Waarom is personalisatie belangrijk?
Populatie statistiek geeft kennis over een populatie…. Maar kunnen we daar ook wat mee voor
individu?
- Is iedereen hetzelfde?
- Of is iedereen uniek?
- Of iets er tussenin?
2
,Populatiestatistiek: kleine effectgroottes in de pedagogiek
Binnen de pedagogische wetenschappen worden de effectgroottes bijna nooit groter dan 0.2. Hierin zit
je echter bij het bovenste plaatje dat er veel mensen zijn met behandeling die slechter afzijn dan
mensen zonder behandeling en andersom.
Traditionele kijk: diversiteit als ‘ruis’, ‘error’, ‘afwijkend’
- Gemiddelde = norm(aal)
- Afwijking van het gemiddelde (diversiteit) = error
- Gemiddelde geldt voor de meeste mensen… maar is dat wel zo? (vrijwel niemand lijkt op het
gemiddelde gezicht)
Adolphe Quetelet
“Hoe groter het aantal individuen dat men observeert, hoe meer de individuele bijzonderheden, hetzij
fysiek of moreel (psychologisch), worden uitgewist en hoe meer zij de algemene feiten bepalen op
grond waarvan de samenleving bestaat en zichzelf in stand houdt”
3
, Grilligheidsprincipe (Todd Rose)
- Dimensionaliteit
- Bijna niemand scoort gemiddeld op multi-dimensionele constructen
- Voorbeelden:
o Intelligentie
o Kledingmaat
o Symptomen (mensen met dezelfde diagnose kunnen hele andere symptomen hebben,
omdat er bijvoorbeeld aan 5 van de 9 symptomen moet worden voldaan)
Context-principe (Todd Rose)
- Vaak speelt ook de context een rol
- Fysieke constructen, zoals kledingmaat, zijn redelijk stabiel over verschillende contexten
- Psychologische constructen zijn dat niet. Hieronder is te zien dat deze 2 jongens dezelfde
agressie-score hebben, maar dit gedrag in hele andere contexten laat zien.
Wat zegt populatie statistiek nog?
- Als profielen grillig zijn en psychologische eigenschappen verschillen tussen contexten, wat is
een populatie dan?
- Intelligent versus niet-intelligent
- Extravert versus introvert (deze dingen liggen heel erg aan de context)
- Angstig versus niet angstig
4
06-09-2024
Je mag alles meenemen naar het tentamen. Je mag er ook in schrijven, etc.
Eenvoudige systemen versus complexe systemen
- Componenten versus interacties (tussen componenten)
- Lineaire verandering versus niet-lineaire verandering
- Een schaal versus meerdere schalen
o Micro/ macro
o Ruimtelijk/ temporeel
- Statisch versus dynamisch
- Enkelvoudige versus meervoudige causaliteit
- Reductionisme versus zelforganisatie en emergentie
Reductionisme en interactie
Reductionisme:
- Reduceert gecompliceerde problemen tot eenvoudige delen
- Gedrag van het systeem = som van het gedrag van de componenten
Interactie:
- Lokale interacties tussen de componenten
- Globaal emergent systeem gedrag
- Reduceert niet tot het gedrag van de componenten
- Denk aan zandkorrels die een vorm aannemen, door de invloed van trillingen)
Wat hebben we tot nu toe geleerd van lineaire statistiek?
Verklaringen over groepen
- Vrouwen zijn emotioneler dan mannen
- Adolescenten zijn impulsiever dan volwassenen
Verklaringen zijn vaak lineair
- Hoe ouder men wordt, hoe minder impulsief het gedrag zal zijn
- Hoe zwakker de executieve functies, hoe sterker de ADHD
Toepassingsgebied van de traditionele statistiek
- Hebben alleen betrekking op de groep, niet op het individu
- Lineaire relaties (correlaties, t-test, anova, etc.)
- Componenten verklaren gedrag (bijvoorbeeld autisme + ruis = ToM
- Onafhankelijke componenten samen opgeteld verklaren het gedrag
- Waargenomen score = ware score + ruis
Complexiteitstheorie
- Hebben betrekking op groep en individu, gemeten in de tijd
- Niet-lineaire relaties (bijvoorbeeld faseovergangen)
- Interacties verklaren gedrag
- Onafhankelijke componenten (niet A B, maar het hele systeem kan van belang zijn)
1
,Causaliteit in complexe systemen
Voorbeeld stemmingsdynamiek
Een individu is iedere dag gevraagd om haar stemming weer te geven
Wanneer dit kwantitatief wordt geanalyseerd wordt de stemmingsscore van alle dag gemiddeld. Hoe
zinvol is dit echter? De gemiddelde score is immers de score die het minste voorkomt. Het is hierbij
veel zinvoller om naar de dynamiek te kijken. Zo kan er een hele andere curve uitkomen wanneer
iedere zaterdag een meting plaatsvindt, dan wanneer iedere donderdag een meting plaatsvindt.
Waarom is personalisatie belangrijk?
Populatie statistiek geeft kennis over een populatie…. Maar kunnen we daar ook wat mee voor
individu?
- Is iedereen hetzelfde?
- Of is iedereen uniek?
- Of iets er tussenin?
2
,Populatiestatistiek: kleine effectgroottes in de pedagogiek
Binnen de pedagogische wetenschappen worden de effectgroottes bijna nooit groter dan 0.2. Hierin zit
je echter bij het bovenste plaatje dat er veel mensen zijn met behandeling die slechter afzijn dan
mensen zonder behandeling en andersom.
Traditionele kijk: diversiteit als ‘ruis’, ‘error’, ‘afwijkend’
- Gemiddelde = norm(aal)
- Afwijking van het gemiddelde (diversiteit) = error
- Gemiddelde geldt voor de meeste mensen… maar is dat wel zo? (vrijwel niemand lijkt op het
gemiddelde gezicht)
Adolphe Quetelet
“Hoe groter het aantal individuen dat men observeert, hoe meer de individuele bijzonderheden, hetzij
fysiek of moreel (psychologisch), worden uitgewist en hoe meer zij de algemene feiten bepalen op
grond waarvan de samenleving bestaat en zichzelf in stand houdt”
3
, Grilligheidsprincipe (Todd Rose)
- Dimensionaliteit
- Bijna niemand scoort gemiddeld op multi-dimensionele constructen
- Voorbeelden:
o Intelligentie
o Kledingmaat
o Symptomen (mensen met dezelfde diagnose kunnen hele andere symptomen hebben,
omdat er bijvoorbeeld aan 5 van de 9 symptomen moet worden voldaan)
Context-principe (Todd Rose)
- Vaak speelt ook de context een rol
- Fysieke constructen, zoals kledingmaat, zijn redelijk stabiel over verschillende contexten
- Psychologische constructen zijn dat niet. Hieronder is te zien dat deze 2 jongens dezelfde
agressie-score hebben, maar dit gedrag in hele andere contexten laat zien.
Wat zegt populatie statistiek nog?
- Als profielen grillig zijn en psychologische eigenschappen verschillen tussen contexten, wat is
een populatie dan?
- Intelligent versus niet-intelligent
- Extravert versus introvert (deze dingen liggen heel erg aan de context)
- Angstig versus niet angstig
4