06-09-2024
Orthopedagogiek in de onderwijscontext: uitgangspunten
Er is altijd oog voor zowel het kind als de omgeving (protectieve en belemmerende factoren). Het is
belangrijk om zicht te krijgen op deze specifieke leerling, met deze specifieke leerkracht en deze
specifieke ouders. Ook leerlingen met precies dezelfde problematieken, kunnen totaal andere behoeften
hebben. Hierin speelt de context namelijk een hele belangrijke rol
In het onderwijs wordt gewerkt aan de hand van onderwijsbehoeften.
Child Context
- Strengths - Protective factors
- Weaknesses - Risk factors
Groen = alle leerlingen krijgen een goed basisaanbod in de klas. Hier is heel veel te halen als
orthopedagoog, maar vaak word je pas bij geel of rood ingezet.
Geel = interventie voor een klein groepje kinderen (risico)
Rood = intensieve interventie voor individuele kinderen
Aan de hand van deze niveaus kan de
achterstand en de resistentie aangetoond
worden, voor bijvoorbeeld dyslexie.
,Jouw werk als orthopedagoog in de onderwijszorg
- Kennis en vaardigheid in zowel curatief (tier 2 en 3 → HGD: handelingsgericht diagnostiek) als
preventief werken (tier I → indirect via de leerkracht. HGW: handelingsgericht werken).
- Werken binnen en schakelen tussen lagen (leerling, leerkracht, school, bovenschools, etc.)
Toetsing
Literatuur in grote lijnen. Details zijn niet nodig. De bijeenkomsten zijn veel belangrijker.
Wat is leren (kenmerken)
Leren wordt gemeten (verschil tussen voormeting en nameting)
- Een verandering in gedrag op basis van ervaring
- Het proces van vergaren van nieuwe informatie (informatieverwerking)
- Een systematische uitbreiding van kennis en vaardigheden
- Is niet waarneembaar: leren concludeer je op basis van gedragsveranderingen (o.a. verworven
kennis, kunnen toepassen van regels, andere mening, betere vaardigheid of veranderde attitude).
Hoe leren we?
Daarover bestaan verschillende theorieën
Van probleem naar stoornis
,Leerproblemen horen binnen tier 2, niet binnen tier 1. Er is namelijk al gesteld dat er een probleem is,
buiten tier 1.
- 1e kolom begeleiding: verlengde instructie, etc.
- 2e kolom begeleiding: één-op-één begeleiding, etc.
- 3e kolom: er moet sprake zijn van een achterstand + het probleem moet hardnekkig zijn (leerling
heeft onvoldoende geprofiteerd van begeleiding). Een leerstoornis zit in de leerling. Het kan dus
bijvoorbeeld niet aan de didactische kwaliteiten van de leerkracht liggen, niet aan
schoolverzuim, etc.
Behandelingsmogelijkheden
Remediëren = oefenen (extra begeleiding)
Compenseren = de belemmeringen worden verminderd (voorleessoftware)
Dispenseren = de taak hoeft niet meer uitgevoerd te worden (tafelkaart als de vermenigvuldiging centraal
staat, niet als dit nodig is om een andere som uit te rekenen, dan is het compenseren)
Verschil tussen leerproblemen en leerstoornissen
Het kritische verschil tussen een leerprobleem en een leerstoornis zit hem in de mogelijkheid tot
verbetering van het betreffende ontwikkelingsproces.
Een leerstoornis is zeer moeilijk te verhelpen
- De uitingsvorm verschilt per leerstoornis
- Men past het leven aan de stoornis aan (soms beneden de eigen capaciteiten)
- Gebruik van hulpmiddelen is belangrijk
Stoornisdenken versus behoeftedenken
, Leerproblemen en leerstoornissen analyse
Een kind ziet de losse tekens van het woord KAT staan. Wat moet dit kind kunnen om het woord kat te
lezen?
- Kind moet kunnen zien
- Klank-tekenkoppeling → analyse van K A T
- Synthese van de verschillende letters tot een woord KAT
De weerbarstige orthopedagogische praktijk
- Slechts kleine groep kinderen heeft uniek leerprobleem
- Hoge mate van zowel homotypische (zelfde stoornisgroep: dyslexie en dyscalculie) als
heterotypische (andere stoornisgroep: dyslexie en angststoornis) comorbiditeit
- Grote verscheidenheid van domeinspecifieke (voorspellers specifiek voor een leer- of
gedragsdomein) en domeingenerieke voorspellers (overlappende voorspellers)
- Elke leerling
o heeft zijn of haar eigen sterke en zwakke kanten
o groeit op in een eigen school-/en thuisomgeving
Theoretisch raamwerk
Behandelingsdoelwitten in het onderwijs vinden plaats op het niveau van cognitie en context. In een
zorgteam kan dit ook op biologisch niveau plaatsvinden (denk aan medicatie). Verklaringen zijn vaak
ingangen voor deze behandelingsdoelwitten (wordt verklaard door tekort in volgehouden aandacht →
behandeling op aandacht). Het kopje gedrag, cognitie en context maakt dan samen het integratief beeld.