Collegejaar 2019/2020 – Bachelor Ondernemingsrecht – B3 Rechtsgeleerdheid of B2
Notarieel Recht - Radboud Universiteit 2019/2020
Op basis van de ter beschikking gestelde digitale werkgroepbesprekingen i.v.m. het coronavirus.
Inhoudsopgave
WG1 Vereniging, coöperatie, omw, stichting ......................................................................................... 2
WG2 Kapitaal en vermogen; aandelen.................................................................................................... 9
WG3 Ava, oligarchie en certificering ..................................................................................................... 20
WG4 Bestuur en Raad van Commissarissen.......................................................................................... 28
WG5 Vertegenwoordiging en tegenstrijdig belang ............................................................................... 36
WG6 Aansprakelijkheid ......................................................................................................................... 48
WG7 Enquêterecht en WOR .................................................................................................................. 58
WG8 Personenvennootschappen.......................................................................................................... 70
1
,WG1 Vereniging, coöperatie, omw, stichting
Onderwerpen:
- Vereniging
- Coöperatie
- onderlinge waarborgmaatschappij
- stichting
Literatuur: Pitlo Ondernemingsrecht Hoofdstuk 8 (§ 8.2 t/m 8.6) , Hoofdstuk 9 (§ 9.2 t/m 9.5)
en Hoofdstuk 10 (§ 10.3 t/m 10.5)
Jurisprudentie:
Verplicht
- Pres. Rb. Utrecht 12 februari 1998, NJ 1998, 935 (FOK) HR 12 mei 2000, JOR 2000/145
(Geestelijk leider)
- HR 18 april 2014, JOR 2014/227 (Vereniging Martijn)
Aanbevolen
- HR 24 januari 1997, NJ 1997, 399 (Diva/Meijs)
- Hof Arnhem 14 april 2009, NJF 2009/310 (The Lord’s Choir)
Casus I
Bram en Ruud willen lobbyen voor een beter milieu in Nederland. Zij richten de Stichting
Milieubewust Nederland op en vormen het bestuur van de stichting. Bram en Ruud laten in de
statuten van de stichting opnemen dat prof. Kleyn, een vooraanstaand klimatoloog die zij
beide goed kennen, zijn voorafgaande, schriftelijke toestemming moet verlenen voor elke
statutenwijziging.
Na verloop van tijd willen Bram en Ruud in naam van de stichting een pand kopen. De statuten
van de stichting bepalen hierover niets. Daarom willen Bram en Ruud de statuten wijzigen.
Zij leggen hun voornemen voor aan prof. Kleyn, maar die weigert zijn toestemming te
geven. Bram en Ruud stappen daarop naar de rechtbank. Zij verzoeken de rechtbank in de
statuten te doen opnemen:
“Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging,
vervreemding en bezwaring van registergoederen, beperkt tot een waarde van € 300.000,-.”
Vraag 1
Hoe beoordeelt u de kans van slagen?
Art. 2:291 lid 2 BW: Bestuur is slechts bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging
van registergoederen als dit uit de statuten voortvloeit en dat is hier niet het geval.
Art. 2:294 lid 1 BW: Indien ongewijzigde handhaving van de statuten zou leiden tot gevolgen, die bij
de oprichting redelijkerwijze niet kunnen zijn gewild, en de statuten de mogelijkheid van wijziging niet
voorzien of zij die tot wijziging de bevoegdheid hebben, zulks nalaten, kan de rechtbank op verzoek
van een oprichter, het bestuur of het openbaar ministerie de statuten wijzigen.
In dit geval zou ongewijzigde handhaving van de statuten ertoe leiden dat de stichting geen pand kan
kopen. Dit kan redelijkerwijze niet gewild zijn bij de oprichting want het is vrij normaal dat de
stichting een pand nodig heeft. Al zouden ze eventueel ook kunnen huren. De rechter moet op grond
2
,van lid 2 wel zo veel mogelijk aansluiten bij de reeds bestaande statuten. Het zou afhankelijk zijn van
of Kleyn een reden heeft voor de weigering of niet.
Argumenten voor de rechter om het verzoek af te wijzen:
• Rechter is terughoudend en zal waarde hechten aan het feit dat de oprichters ervoor
gekozen hebben om de aanschaf van registergoederen onmogelijk te maken. Ze hebben de
statuten zo ingericht en er is enige macht voor Kleyn.
• Voorts zal de rechter zich afvragen of de wijziging daadwerkelijk nodig is. Ook zonder de
aanschaf kan het doel van de stichting worden bereikt.
Argumenten voor de rechter om het verzoek toe te wijzen:
• De statuten zitten nu op slot en dat is onwenselijk
• Voor een stichting van een bepaalde omvang is een pand nodig
• De wil van de oprichters moet worden gerespecteerd. In dit geval zijn het de oprichters die
verzoeken de statuten te wijzigen, dus daarom minder grond voor de terughoudendheid van
de rechter.
→Het kan dus beide kanten op.
Stel dat de rechter het verzoek van Bram en Ruud afwijst. Zij besluiten het pand toch namens de
stichting te kopen, zonder dat de statuten gewijzigd zijn.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u dit besluit van het bestuur?
Art. 2:291 lid 2: Wettelijke beperking van de bestuursbevoegdheid – Tenzij statuten anders bepalen
is het bestuur niet bevoegd te besluiten tot verkrijging van een registergoed. De statuten bevatten
hier geen bepaling over dus het bestuur is hiertoe niet bevoegd.
Art. 2:14 BW jo. 2:291 lid 2 BW: Besluit in strijd met statuten de wet is nietig.
Prof. Kleyn krijgt lucht van de gang van zaken. Hij is woedend en wil Bram en Ruud ontslaan.
Vraag 3
Kan prof. Kleyn het ontslag van Bram en Ruud bewerkstelligen?
Twee mogelijkheden:
1) Statuten moeten bepalen hoe bestuurders worden ontslagen (art. 2:286 lid 4 sub c BW)
2) Art. 2:298 BW: Bestuurder die iets doet of nalaat in strijd met de bepalingen van de wet of
statuten dan wel zich schuldig maakt aan wanbeheer kan door de rechtbank worden ontslag
op verzoek van OM of iedere belanghebbende.
Kleyn kan hiertoe verzoeken als belanghebbende.
In casu is het onduidelijk of de statuten een regeling voor ontslag bevatten. Wel kan Kleyn een
verzoek tot ontslag van bestuurders indienen bij de Rechtbank als hij rechthebbende is. Is hij
rechthebbende?
a. Direct belanghebbende: Door de uitkomst van de procedure kan hij zodanig in zijn eigen
belang worden getroffen, dat hij dit belang mag beschermen. Formele hoedanigheid:
bestuurder, oprichter of iemand aan wie bevoegdheden in de stichting zijn toegekend
b. Indirect belanghebbende: Anderszins zo nauw betrokken bij het onderwerp van geschil dat
daarin een te rechtvaardigen procesbelang is gelegen
Aan Kleyn zijn bevoegdheden toegekend. Hij heeft op grond van de statuten een functie in de
stichting. Kleyn is dus direct belanghebbende.
3
, Het verzoek wordt waarschijnlijk toegewezen omdat de bestuurders in strijd hebben gehandeld met
de wet (art. 2:291 lid 2 BW).
Stel dat het geschil wordt bijgelegd en Bram en Ruud niet worden ontslagen. De stichting heeft een
aantal ‘associates’, die maandelijks €5, -aan de stichting doneren. Een aantal van deze
associates wil wel wat invloed in de stichting terug voor die donatie: zij willen de bevoegdheid om
bestuursleden te benoemen en te ontslaan. Daarnaast willen zij de bevoegdheid krijgen de
jaarrekening van de stichting goed te keuren. Bram en Ruud betwijfelen of dit mogelijk is. Volgens
hen mag een stichting geen ‘verkapte leden’ hebben.
Vraag 4
Hoe beoordeelt u dit standpunt?
Art. 2:285 BW: Een stichting heeft geen leden. Maar een stichting kan ook andere organen instellen
met bevoegdheid die lijken op bijv. een ledenvergadering. Er is slechts sprake van een verkapte
vereniging als het in alle opzichten gelijk is aan een vereniging met leden. In principe geldt: Wat een
stichting is, heeft te gelden als een stichting.
Het ledenverbod wordt overtreden, indien de stichting zo is geconstrueerd dat zij een orgaan heeft
dat op één lijn is te stellen met de ledenvergadering van een vereniging en dat orgaan bevoegdheden
heeft, welke voor een ALV gebruikelijk zijn. Criterium is of het geheel van zeggenschapsrechten
overeenkomt met de rechten die de ALV heeft in een vereniging.
In casu:
Een stichting kan associates hebben die contributie betalen. Ze worden echter als leden aangemerkt
indien zij ook zeggenschapsrechten hebben zoals de ALV. Literatuur zegt: ‘Slechts als de
stichtingsraad in alle opzichten is te vergelijken met een ALV zal sprake zijn ven een verkapte
vereniging’. Als de associates benoemings- en ontslagrechten krijgen ten aanzien van het bestuur,
overtreedt de stichting dan het ledenverbod? Deze rechten worden aangemerkt als wezenlijke
zeggenschapsrechten. Aangenomen mag worden dat een combinatie van benoemings- en
ontslagbevoegdheid voldoende is om te stellen dat zij daadwerkelijk zeggenschapsrechten hebben
gelijk aan ALV. Hier hebben de associates ook nog de bevoegdheid om de jaarrekening vast te stellen.
Antwoord: Het standpunt van het bestuur is juist en er zou dus sprake zijn van overtreding van het
ledenverbod.
Casus II
Derdejaars rechtenstudenten Karin, Yvette en Jos besluiten na een succesvolle tentamenperiode
hun krachten te bundelen en vereniging ‘Studeer en leer’ (hierna: S&L) op te richten. Met de
vereniging beogen zij rechtenstudenten te stimuleren harder te studeren en meer uit hun
studietijd te halen. Dit doel hebben zij opgenomen in de op schrift gestelde statuten. Het
lidmaatschap van S&L kost € 25,- per jaar en de leden betalen bovendien een kleine bijdrage per
activiteit die zij bezoeken. S&L is niet ingeschreven in het handelsregister.
Vraag 1
Wat voor soort vereniging is S&L?
Art. 2:29 BW: De statuten die zijn opgenomen in een notariële akte moeten worden ingeschreven in
het handelsregister. Voor een formele vereniging is het dus verplicht om de statuten in te schrijven in
het handelsregister. Omdat de statuten van S&L niet in het handelsregister zijn ingeschreven, gaat
het hier om een informele vereniging.
Een formele vereniging dient te zijn opgericht bij notariële akte (art. 2:27 BW) en een informele
vereniging kan vormvrij worden opgericht.
4