Werk van een patholoog
o Onderzoek van weefsel en cellen
o Vaststellen van doodsoorzaak
o Onderwijs en opleiding
o Onderzoek
o Overleg met behandelend artsen over diagnose + therapie, participatie in veel klinische besprekingen (m.n.
kankerpatiënten)
o Consulten en revisies
o Vaststellen van richtlijnen
o Ontwikkeling nieuwe testen
Obductie
o Nauwelijks: diagnostiek bij overledenen.
o Klinische obducties
Doodsoorzaak, mits natuurlijk!
Evaluatie therapie, ingreep
o Afname van aantal abducties door ontwikkelingen radiologie.
o Obductie:
Blokken weefsels eruit halen om daar naar te kijken
Bv. blok van hart, long, slokdarm, trachea (plaatje LC).
Snijden in plakjes (dwarsdoorsneden)
Goed zicht op hoe het eruit ziet
Histologie
o Het biopt
Diagnostisch
Naaldbiopt
Soms wordt gecombineerd met echografie.
Excisiebiopt
Totale verwijdering van laesie voor:
o Diagnose
o Directe therapeutische behandeling
Kleine afwijkingen
Marge hangt af van waar het is en watvoor type afwijking het zou kunnen
zijn
Marge met gezond weefsel: ± 3mm
Incisiebiopt
Verwijdering van representatief sample van laesie in relatie met normale
aangrenzende weefsel
Biopt op overgang van gezond naar laesie
Met bedoeling eerst diagnose stellen, om daarna behandeling uit te kunnen voeren
(verschil met excisie)
Chirurgische excisie/ extirpatie
Verwijdering heel orgaan
Of gedeeltelijk
Laesie geheel verwijderen
= therapeutisch
o Kan palliatief of curatief zijn.
o Methoden
Bij histologie standaard HE kleuring, maar vaak aanvullende kleuring nodig:
Histochemische kleuringen: slijm, glycogeen, kalk, elastine
Immunohistochemie: aantonen specifieke eiwitten in cellen of weefsels.
o = meest belangrijk momenteel
o Belangrijk bij diagnose
Moleculaire diagnostiek
Aantonen specifieke DNA, RNA-afwijkingen: mutaties, deleties, translocaties. Wordt steeds
belangrijker: m.n. in oncologie
Bepaalde infecties in cellen of weefsels bv. HPV
Handig bij therapie.
o Wat wil de patholoog weten?
Pt-gegevens (relevante medicatie)
Beschrijving laesie, bv. huid:
Verdeling en localisatie (symmetrie, extensor- of flexorzijde, zonzijde of niet, etc.)
Configuratie en rangschikking (annulair, lineair, gegroepeerd, etc.)
Morfologie (vorm, begrenzing, grootte, oppervlak)
Kleur en aspect (pigmentatie, erytheem, etc.)
Aard ingreep
Excisiebiopt: patholoog kijken of gehele laesie is verwijderd.
Klinische DD