Farmacologie: CZS / inotropica
Doelstellingen:
De student kan de werking, (contra)indicaties, bijwerkingen en het gebruik in de praktijk van de meest
voorkomende anticholinergica en sympaticomimetica benomeen
o Efedrine, atropine, (nor)adrenaline, fenylefrine)
De student kan beargumenteren welke behandeling de voorkeur heeft bij hypotensie en bradycardie
De student kan de begrippen: preload, afterload, contractiliteit, inotroop en chronotroop uitleggen
De student kan de Frank-Starling curve uitleggen
Animale zenuwstelsel:
- Prikkelbaarheid
- Willekeurig
- Animale integratie
Autonome zenuwstelsel:
- Uitgebreid regelsysteem voor interne lichaamsfuncties
- Functioneert parallel met hormonaal systeem
- Handhaven van interieur milieu
- Functies
o Stofwisseling + opname
o Uitscheiding
o Secretie nuttige stoffen
o Groei
o Voortplanting
- Meeste organen staat onder hormonale en neurale controle
o Hormonaal aangestuurd (TRAAG):
o Gaat langzaam, niet zo snel
o Nierfunctie, verandering vochthuishouding
o Glucose regulatie
o Neuraal aangestuurd (SNEL):
o HF binnen 5 sec verdubbelen
Effecten op het hart:
- Chronotroop effect
o Verhoging van het sinusale hartritme op basis van versnelling van de spontane
diastolische depolarisatie van de sinusale pacemakercellen
- Dromotroop effect
o Versneling van de prikkelgeleiding door de AV-knoop
- Inotroop effect
o De kracht en snelheid van de spiersamentrekking van het hart worden vergroot,
waardoor het slagvolume toeneemt
Autonoom zenuwstelsel:
1
, - Primair regelcentrum (neurale regeling)
o Hypothalamus
- Lymbisch systeem
o NMDA-receptoren in Amygdala
- Centrum hormonale regeling
o Hypofyse
Innervatie van eindorganen:
- Enkele innervatie (sympathicus)
o Bijniermerg
o Zweetklieren
- Dubbele innervatie
1. Antagonistische dubbele innervatie
o Altijd existerend en innerverend
2. Synergetische dubbele innervatie (sympathicus en parasympathicus)
o Voorbeeld: speekselklieren
o Sympathicus: meer speeksel -> vochtig maken longen bij meer ademen
o Parasympathicus: meer speeksel -> mucus -> voor de vertering
- Parasympathicus heeft altijd iets meer de overhand dan de sympathicus
o Er is altijd een balans
o Tonus van beide systemen zijn continu actief
Zenuwcel/ synaps:
Ruggenmerg -----------------> ganglion ----------------> receptor orgaan
axon van zendend neuron dendriet van ontvangend neuron
Sympathicus:
2
Doelstellingen:
De student kan de werking, (contra)indicaties, bijwerkingen en het gebruik in de praktijk van de meest
voorkomende anticholinergica en sympaticomimetica benomeen
o Efedrine, atropine, (nor)adrenaline, fenylefrine)
De student kan beargumenteren welke behandeling de voorkeur heeft bij hypotensie en bradycardie
De student kan de begrippen: preload, afterload, contractiliteit, inotroop en chronotroop uitleggen
De student kan de Frank-Starling curve uitleggen
Animale zenuwstelsel:
- Prikkelbaarheid
- Willekeurig
- Animale integratie
Autonome zenuwstelsel:
- Uitgebreid regelsysteem voor interne lichaamsfuncties
- Functioneert parallel met hormonaal systeem
- Handhaven van interieur milieu
- Functies
o Stofwisseling + opname
o Uitscheiding
o Secretie nuttige stoffen
o Groei
o Voortplanting
- Meeste organen staat onder hormonale en neurale controle
o Hormonaal aangestuurd (TRAAG):
o Gaat langzaam, niet zo snel
o Nierfunctie, verandering vochthuishouding
o Glucose regulatie
o Neuraal aangestuurd (SNEL):
o HF binnen 5 sec verdubbelen
Effecten op het hart:
- Chronotroop effect
o Verhoging van het sinusale hartritme op basis van versnelling van de spontane
diastolische depolarisatie van de sinusale pacemakercellen
- Dromotroop effect
o Versneling van de prikkelgeleiding door de AV-knoop
- Inotroop effect
o De kracht en snelheid van de spiersamentrekking van het hart worden vergroot,
waardoor het slagvolume toeneemt
Autonoom zenuwstelsel:
1
, - Primair regelcentrum (neurale regeling)
o Hypothalamus
- Lymbisch systeem
o NMDA-receptoren in Amygdala
- Centrum hormonale regeling
o Hypofyse
Innervatie van eindorganen:
- Enkele innervatie (sympathicus)
o Bijniermerg
o Zweetklieren
- Dubbele innervatie
1. Antagonistische dubbele innervatie
o Altijd existerend en innerverend
2. Synergetische dubbele innervatie (sympathicus en parasympathicus)
o Voorbeeld: speekselklieren
o Sympathicus: meer speeksel -> vochtig maken longen bij meer ademen
o Parasympathicus: meer speeksel -> mucus -> voor de vertering
- Parasympathicus heeft altijd iets meer de overhand dan de sympathicus
o Er is altijd een balans
o Tonus van beide systemen zijn continu actief
Zenuwcel/ synaps:
Ruggenmerg -----------------> ganglion ----------------> receptor orgaan
axon van zendend neuron dendriet van ontvangend neuron
Sympathicus:
2